Dietske Geerlings (1971) is docent Nederlands op een middelbare school in Zutphen. Ook schrijft zij romans, verhalen en poëzie. Daarnaast schrijft zij essays over literatuur, Eerste Indrukken voor ooteoote.nl en recensies voor Poëziekrant en DLVA.
Een wond wil genezen De Letse Laura Vinogradova schreef in 2020 De rivier (Upe), dat in datzelfde jaar de Literatuurprijs van de Europese Unie won. Wat een geluk dat dit
Over de monnikskraanvogel en stepperoller Wie binnenshuis met volle teugen van de natuur wil genieten, kijkt zijn ogen uit in het schitterende prentenboek De grote trektocht van Henriette Boerendans. Haar
Wat zij morst Over Hazenslaap van Margreet Schouwenaar schreef ik dat het is of ze met een schepnet door het leven gaat. Daarin schuilt een willekeur, want nooit zal de
Een spiegelexplosief Midden in de week van de diversiteit las ik in één ademteug In goede en kwade dagen van Stefan Brijs uit, nog op dezelfde middag als dat het
Een zeldzaam mooie zee in hond Bij de dierbaarste bundels blijf ik het liefst nog even op de huid dralen. Zou het mogelijk zijn dat je alleen al door een
‘feitelijk werk ik aan een vluchtheuvel’ Hoe kan de mens zich nog verhouden tot geweld als deze mens er zelf onderdeel van is geworden? Een topografie van geweld, het nieuwe
Jij had bijvoorbeeld een auto en honden en een Iers paspoort Eerder las ik van de Ierse Sara Baume al Handwerk en Weken maanden jaren, beide een ode aan het
Kleine verse novels met grote zeggingskracht Soms is er niets meer nodig dan een schrijver, een tekst en een lezer, niets daartussenin, en dan is het goed, omdat het stroomt.
Klokken van glas Hoe kun je waardig schrijven over mensonterende oorlogsmisdaden? Na mijn essay ‘De kracht en het manco van de karikatuur’ kreeg ik van verschillende mensen boekentips. Een daarvan
‘zodat ik niet breek en alle controle verlies’ De nacht van Sara Gordan begint met een treffend motto van Joan Didion: ‘When we talk about mortality we are talking about
Elkaar vinden in ‘moddertaal’ Wat een sprankelende ode aan de ‘moddertaal’, aan meertaligheid, is Onvertaalbaar van Lisette Ma Neza, die tot voor kort de stadsdichter van Brussel was. Dit kleine
Troost in het midden van de zin Net als Het gebed van Jonathan Simmers, de eerste roman van Martijn Couwenhoven, doolt de dood ook rond in zijn nieuwe roman Leda
Wie een worp waagt Het intrigerende taalbouwsel Un coup de dés jamais n’abolira le hasard (vertaald: Een dobbelsteenworp zal nooit het toeval opheffen) van Stéphane Mallarmé uit 1897 is een
Een mens op weg Verlangen we niet allemaal naar dat verloren paradijs waar we nooit meer naar terug kunnen, dat kind-zijn waarin je alleen maar ‘bent’, zonder overal over na
‘tussen hemel en aarde bloeit de roos uit wanorde’ Er zijn weinig dichters die zo vol overgave ‘de ruimte van het volledige leven’, om maar met Lucebert te spreken, tot
‘want er is bij dit gaan geen naartoe, alleen maar een blijven, naakt en ontdaan’ Ik herinner mij het hart tussen de bomen op de voorkant van De binnenplaats, waarmee
‘Ik kan geen vliegtuig laten omkeren, geen eilanden verplaatsen’ Voor alle wankelmoedigen is er nu het prachtige Heim, of het verhaal van mijn duizeligheid van Dorien de Wit. Toch is
Hoop, een rode draad en een schip in een fles Wie heeft Zeeboerin van Anne Lichthart en Cynthia Borst gelezen, dat boekje ‘om in te blijven’, zoals ik het zelf
De macabere dans van de mens, van de wereld De doodstrompet van Paul Demets kan gelezen worden als een memento mori. We zijn onlosmakelijk verbonden met onze vergankelijkheid en het