Meer dan een begin van besef

Veel alarmsignalen staan op rood voor de democratische rechtsstaat zoals die zich in de loop van vele decennia heeft kunnen ontwikkelen in grote delen van Europa en Noord-Amerika. Met een beroep op het mandaat dat de kiezers hen verleend hebben, kleden populisten de democratie uit. De persvrijheid staat onder toenemende druk. De kloof tussen rijk en arm wordt dieper en dieper. Mensenrechten leggen het af tegen de macht van de sterkste. De waarheid wordt verdrongen door meningen die als feiten worden gepresenteerd.

Wie de ontwikkelingen van de afgelopen 15 à 20 jaar overziet, schrikt van de snelheid waarmee democratie en rechtsstaat zijn afgebladderd. Toch voelt het vaak alsof die teloorgang zich sluipenderwijs voordoet: de vermolming van de democratie sluipt in de meeste gevallen op kousenvoeten de samenleving binnen.

Toen Ilja Leonard Pfeijffer enkele jaren geleden zijn vuistdikke boek Alkibiades publiceerde, leverde hij daarmee niet alleen een historische roman van formaat af. De levensbeschrijving van de Atheense politicus en strateeg laat zich tevens lezen als een verhaal over de kracht én de teloorgang van de democratie in die stadstaat in de vijfde eeuw voor onze jaartelling. De zorg om het verval van de democratische rechtsstaat in onze eigen hedendaagse wereld is de rode draad in de vijftig essays die Pfeijffer de afgelopen twee jaar om de week schreef voor de Vlaamse krant De Morgen en die nu gebundeld zijn uitgegeven onder de titel Absolute democratie.

De jaren 2024 en 2025, waarin Pfeijffer deze opstellen schreef, gaven meer dan voldoende aanleiding om zijn zorgen over het afbladderen van de democratie ten toon te spreiden. In zijn tweede vaderland Italië slaagde de neofascistische premier Georgia Meloni erin om haar macht te bestendigen en de pers, de culturele sector en de rechterlijke macht aan banden te leggen. In de Verenigde Staten werd Donald Trump voor de tweede keer tot president gekozen en maakte Big Tech een knieval voor deze autocratische leider. In Nederland slaagde Geert Wilders erin zijn verkiezingswinst te verzilveren in deelname aan het kabinet-Schoof, waar hij vervolgens binnen een jaar zelf de stekker uit trok.

Pfeijffer wil zijn lezers niet alleen verontrusten door te beschrijven hoe de democratische waarden worden uitgehold. Hij wil hen vooral wakker schudden, schrijft hij al direct in zijn eerste essay: ‘Als het mijn lezers en mij gezamenlijk zou lukken om via woorden een begin van besef te kunnen kweken en daarmee een einde te maken aan de onverschilligheid, is er al veel gewonnen.’

Het zijn zeker niet alleen de populisten die de gramschap van Pfeijffer oproepen. Ook het huidige, doorgeschoten kapitalisme krijgt geregeld vegen uit de pan. Daarover schrijft hij:

Het kapitalistische systeem is ingericht met het doel om ons ongelukkig te maken […] Wij zijn op aarde om te consumeren. Onze consumptie is de motor van het systeem. Een gelukkig mens is een belabberd consument. Een gelukkig mens heeft niets nodig, want hij of zij is al gelukkig. Daarom is er met malicieuze efficiëntie een systeem bedacht van slavernij waarin een fundamentele levensbehoefte, namelijk een huis, zo onbetaalbaar is gemaakt dat je je het slechts kunt permitteren in ruil voor een levenslange schuld, die je afbetaalt door de mooiste jaren van je leven te vergooien aan het beantwoorden van e-mails en het afvinken van to-do-lijstjes. Deze dwangarbeid maakt je ongelukkig, hetgeen je tracht te compenseren door spullen aan te schaffen waarvan de reclames je beloven dat ze je gelukkig zullen maken.

De onvrede die door dit systeem wordt aangewakkerd, weten populisten handig uit te buiten om de oorzaken ervan te leggen bij weerloze buitenstaanders. Zij schilderen immigranten af als zondebokken, die het gemunt hebben op onze welvaart en cultuur. Zo leiden populisten de aandacht af van de werkelijke oorzaken van de ontevredenheid onder de grote delen van de bevolking die steeds minder de vruchten plukken van de rijkdom die een steeds kleinere groep welgestelden onderling verdeelt.

Bovendien, zo betoogt Pfeijffer, zijn de populisten allerminst van plan de problemen die ze zo onvermoeibaar benoemen op te lossen. ‘Zodra politici met een anti-migratieagenda aan de macht komen, moeten ze voor hun achterban de indruk wekken dat ze daadkrachtig optreden tegen migratie, terwijl zij niet het risico mogen lopen dat ze met de daadwerkelijke inperking van de migratie hun eigen electorale aantrekkingskracht verkwanselen’. In dat geval zouden ze hun politieke verdienmodel kwijt zijn.

Een oplossing om aan dit tranendal te ontsnappen, zou zijn als politici de moed hervinden om de langere termijn als horizon te kiezen in plaats van electoraal gewin bij de eerstvolgende verkiezingen. Dan kunnen ze werken aan daadwerkelijke oplossingen, die de kiezers misschien niet direct zullen bekoren, maar wel effect kunnen sorteren. Pfeijffer noemt in dit verband de partijloze Italiaanse premier Mario Monti, die tussen 2011 en 2013 werd aangesteld om de puinhopen van zijn voorganger Silvio Berlusconi op te ruimen.

Een politiek die zichzelf tot slaaf maakt van de publieke opinie is, in de woorden van Mario Monti, een politiek die problemen uit de weg gaat en moeilijke keuzen uitstelt […] En wanneer de democratie zozeer een parodie op zichzelf is geworden dat zij geen oplossingen meer biedt, verliest zij het vertrouwen, waarna de roep om de sterke man onherroepelijk steeds luider zal klinken.

Meer dan eens voert Pfeijffer de idealen van de Europese Unie op als richtsnoer bij het tegengaan van het verval van de democratie. Wel hamert hij er steeds op dat Europa dat alleen zal lukken als het zich niet alleen werkelijk weet te verenigen, maar bovenal de waarden die het met de mond belijdt ook in daden omzet. Heel concreet zal Europa zich dan niet alleen teweer moeten stellen tegen de onderdrukking van Oekraïne, maar ook de genocide van de Palestijnen aan de kaak moeten stellen en bestrijden. Tevens zal Europa het lef moeten hebben om de ongebreidelde macht van de markt aan banden te leggen en de vrijheid van de pers om onwaarheden aan het licht te brengen moeten garanderen.
Pfeijffer werpt in deze bundel essays een helder licht op de troebele tijden waarin democratie en rechtsstaat zich bevinden. Het is geen opwekkende boodschap, maar zijn betoog is beslist meer dan een begin van besef en biedt strijders voor recht en rechtvaardigheid een hart onder de riem.

Roeland Sprey

Ilja Leonard Pfeijffer – Absolute democratie; Kroniek van een aangekondigde afrekening. Arbeiderspers, Amsterdam. 320 blz. € 23,99.