Recensie: Olga Ravn – Kind van was
Alles spreekt tegen wie luistert
In Kind van was neemt de Deense Olga Ravn (1986) de lezer mee naar een aantal heksenprocessen van begin 17de eeuw. Ravn ziet de heksenjachten van toen niet als een donkere uitwas van de middeleeuwen, zoals velen denken, maar eerder als een rechtstreeks gevolg van de seksistische en patriarchale strekkingen in de vroegmoderne tijd. Ravn kiest ook voor een bijzonder vertelperspectief: een ‘kind van was’, een soort pop gemaakt uit bijenwas. Het levert een bedwelmende en zintuiglijke roman op die niet altijd even makkelijk is om te doorgronden.
Basis voor de roman zijn de heksenprocessen die zich tussen 1596 en 1621 in Denemarken hebben afgespeeld op Funen en in Aalborg. Ravn volgt daarbij vooral het waargebeurde verhaal van Christenze, een ongetrouwde en onafhankelijke vrouw van adel die uit Funen wordt weggestuurd nadat ze beticht wordt van toverij. Zij zou de oorzaak zijn geweest van een lange reeks miskramen bij een andere vrouw.
Christenze vlucht naar Aalborg, ‘de stad van de haat’, waar ze aansluit bij een groep gelijkgestemde vrouwen. De vrouwen werken niet alleen samen (ze kaarden wol, ze maken haringen schoon, enz…) maar ze feesten ook samen, ze drinken wijn en ze wisselen magische recepten uit. Die recepten en genezende spreuken – zoals bijvoorbeeld het opeten van een geroosterd zwaluwhart om de boosheid van een ander te bedaren – waren toen wel breder bekend onder de bevolking, maar toch is de sprong naar toverij en hekserij snel gemaakt.
Voor Ravn is het vooral een teken van de tijd. Door de opkomst van het strenge protestantisme gaat de positie van de vrouw een stapje terug. Zo wordt de vrouw bestempeld als ‘zwakker dan de man’ en ‘voor Satan het gemakkelijkst te verleiden’. ‘Waar veel vrouwen bij elkaar zijn, zijn veel heksen,’ klinkt het. Van geruchten en verdachtmakingen gaat het in een vrij rechte lijn naar bekentenissen die afgedwongen werden door foltering, schijnprocessen en finaal de brandstapel. Veel mensen associëren de heksenjachten nog met de donkere middeleeuwen, maar zoals Bregje Hofstede in het voorwoord treffend stelt: ‘De brandstapels waren de startraketten van de moderniteit.’
Wat Kind van was zo anders en bijzonder maakt, is enerzijds het ongewone vertelperspectief en anderzijds grillige vertelstijl van Ravn. De Deense vertelt het verhaal namelijk via een pop van bijenwas. Dat ‘kind van was’ kan zich op een of andere manier via haar zintuigen verplaatsen doorheen tijd en ruimte. Zo vangt ze bijvoorbeeld gesprekken op die opgeslagen liggen ‘in dauwdruppels’ of kan ze zich verplaatsen in het oor en in de ‘losse tand’ van de koning. Het vergt best wat hersengymnastiek van de lezer, maar het sluit wel aan bij de suggestie van Ravn dat alles op een of andere manier met elkaar in verbinding staat. ‘Alles onthoudt en spreekt tegen wie wil luisteren,’ luidt het.
Ravn koppelt dat bijzondere vertelperspectief aan een erg beeldende en zintuiglijke vertelstijl. Het levert zeker treffende passages op, zo wordt een vrouwelijk personage ergens beschreven als ‘half god en half parelend bier’. Maar hier en daar dreig je als lezer wel te verdwalen in een bos aan onduidelijke beelden. Dat is ergens ook het effect dat Ravn wil bereiken. In een interview met Trouw zei ze daarover het volgende: ‘Ik wilde dat je je als lezer van deze roman zou voelen alsof je door een donker huis loopt met een flakkerende kaars.’ Mission accomplished, zou ik zeggen. Kortom, wie houdt van een netjes afgelijnd verhaal met een rechtlijnig verloop, is bij Olga Ravn wellicht niet aan het juiste adres. Maar wie niet bang is van het donker en nog een kaars in huis heeft, kan zich onderdompelen in de duizelingwekkende magie van Kind van was.
Maarten De Rijk
Olga Ravn – Kind van Was. Uit het Deens vertaald door Michal van Zelm. Uitgeverij Das Mag. 192 blz. € 22,50.

