Twee werelden die elkaar net niet kunnen bereiken

Verblijf, op het omslag omineus weergegeven als ‘VER blijf’, is de debuutbundel van dichter, psychiater en essayist Yasmin Namavar. Het is een bundel die op vele fronten het gesprek met zichzelf aangaat. Verleden en heden, daar en hier, gevoel en rede zijn voortdurend in dialoog, soms in spiegelende bladzijden waarop de links en rechts uitgelijnde gedichten haast voelbaar (en in ieder geval zichtbaar) van gedachten wisselen, met links het rationele, of in ieder geval gerationaliseerde westerse geluid en rechts de krachtig beeldende taal uit de Perzische traditie. Zoals in deze twee slotfragmenten rond het bed in het vu-ziekenhuis, waar de vader van de ik-figuur is opgenomen. Links:

ik richt mijn blik op het plafond
was de handen eerst met water
dertig seconden detergent
het onderlaken nat

blijf
voor een hoofd op een kussen
steenkoud hoofd

dit is het bed van mijn vader
dit is geen handleiding voor afscheid.

Natuurlijk, er spreekt emotie uit, alleen die slotregels al (die overigens 23 regels hoger ook de beginregels waren). En in ‘geen handleiding voor afscheid’ weigert de ik-figuur de vader los te laten, wellicht tegen beter weten is. Maar hoe warm en betrokken ook, de taal is zo anders dan de slotregels op de tegenoverliggende bladzijde:

hij zweet, slaapt een dag en een nacht
ontwaakt als de kelk valt op hongerig zand
uit de bloem kruipen termieten, kleverig warm
van zingende lente zonnedorst

niet opgewassen tegen zijn voetstappen
verlaat mijn vader de tuin
in de vallei rijpt een kind in de starende zon.

De emotie uit het eerste fragment doet ongetwijfeld niet onder voor die uit het tweede, maar is onmiskenbaar anders. Want het verschil in taal, reflecteert een verschil in denken (of andersom volgens sommige linguïsten – wie in beelden spreekt, ziet ook meer beelden, is dan de suggestie). Deze cultureel bepaalde verschillen benadrukt de dichter in de weergave van de nummering van de gedichten: het gedicht links is genummerd met een ‘2’, terwijl boven het rechter gedicht een Perzische teken staat.

Natuurlijk zet Namavar de verschillen bewust op scherp. Zo ook in de twee gedichten onder de titel ‘Dialoog’ die respectievelijk beginnen met ‘mijn stem’ en ‘zijn stem’. Maar juist in deze twee gedichten zoekt de ik-figuur de (overleden?) vader op en benaderen de twee talen elkaar meer dan voorheen, zoals in deze regels die onder ‘mijn stem’ staan:

kniel ik aan je voeten onder een gedekte tafel met fesenjān en eend
tuur jij omhoog

vlieg ik met grote vleugelslagen eerder havik dan staartmees
zweef je naast me (knipoogt, roept)

ben ik zacht lavashdeeg uit de oven
voedzaam, verteer je me langzaam

zie ik de maan opkomen onder je vale huid
je pupillen grafiet.

Niet alleen nadert de stem van de ik-figuur die van de vader, ook diens geluid komt nu wat meer in de buurt van het uitleggerige westerse denken: ‘elk klein ding, elk detail, elke druppel water / toont meerdere waarheden / dit moet je weten / en voelen’.

Ik stipte de titel Verblijf al even kort aan – en de spatie op het omslag. De plek waar je verblijft, bepaalt de taal die je spreekt en denkwereld die je deelt. Maar de afstand tussen ‘ver’ en ‘blijf’ is ook verantwoordelijk voor de mate waarin mensen elkaar kunnen begrijpen. Of niet begrijpen. Yasmin Namavar probeert vele kloven te dichten. En precies zoals in de middeleeuwse mystiek ligt de kracht van haar teksten vooral in het onvermijdelijke feit dat de kloof nooit echt helemaal gedicht wordt, als een brug die nét niet helemaal sluit.

Jan de Jong

Yasmin Namavar – Verblijf. Jurgen Maas, Amsterdam. 78 blz. € 19,95.