Ik bepaal hier nog altijd hoe mijn romans in elkaar steken en dat hoeft niet iedereen te waarderen, maar de suggestie die van deze woorden uitgaat, dat mijn boek blijkbaar beter zou zijn geworden van een ingreep, zonder dat er ook maar een hint wordt gegeven van wat die ingreep dan zou behelsen, vind ik te verwaand voor woorden.

Stevige woorden van Bert Natter op de site Neerlandistiek. Hij reageert op de recensie in twee delen die literatuurwetenschapper Fabian Stolk schreef over zijn roman Aan het einde van de oorlog. Stolk las het boek voor een deel en beluisterde na een verkeersongeval de rest, maar haakte toch voortijdig af. In zijn tweedelige recensie komt hij tot de conclusie:

Ik wou dat de roman anders in elkaar was gezet en met ongeveer de helft was ingekort, zelfs als het de bedoeling was dat de lengte van de roman, de duur van de vertelling, een afbeelding zou zijn van dat wat die roman wil betekenen, een afbeelding van waar het in de roman in wezen om gaat.

Deze uitspraak triggerde Bert Natter:

Erger nog is natuurlijk de wens van Fabian Stolk dat het boek ‘met ongeveer de helft was ingekort’. Dat is een bizar idee, zeker van iemand die zich professioneel met literatuur bezighoudt. Het is net zo stompzinnig als over een schaakwedstrijd beweren dat die beter zou zijn geweest als die ‘met ongeveer de helft was ingekort’.

Er schuilt een simplistische redenering achter, namelijk dat boeken van verschillende omvang alleen in dikte van elkaar verschillen. Dat een dik boek waar je de helft uit haalt ongeveer hetzelfde boek zou opleveren, maar dan dunner. Dat is apekool en dat weet iedereen die ooit een roman heeft geschreven of geredigeerd.

Lees zijn hele verweer hier.

Aan het einde van de oorlog is één van de zes genomineerden voor de Libris Literatuur Prijs.

(foto: Bert Natter in de Literaire Hemel in Amen)