Wie ik was

Wanneer je ouder wordt, het einde voelt naderen, kun je verzanden in moedeloosheid, in passiviteit vervallen of ongebreideld melancholisch worden. De schrijver, de dichter kan zich dan verstoppen in alinea’s en strofen, of juist lyrisch uitpakken. Toon Tellegen, een krasse midden-tachtiger inmiddels, weet als geen anders de fijne scheidslijn te bewaren, is een meester in het doseren.

De gedichten in zijn nieuwste bundel Op mijn tenen zijn mooi ‘klein’ gehouden. Er zijn kamers ‘waar we niet meer zullen komen’, ‘de dood trekt zijn zondagse kleren aan’. Titels zijn onder meer Het lijden van een oude man, Het is bijna zover, De laatste eer en Klaagzang. De dood is aanwezig, maar wordt eerder door de klaarheid van de teksten op de hak genomen. Het lijkt over een ander te gaan, een personage. Zoals in De veerboot. Een vriend wordt meegenomen op de achterplecht. De veerman zag mij staan. / ‘straks neem ik jou ook mee,’ riep hij,/ ‘ik ben zo terug’. Thuisgekomen vraagt de achtergeblevene, de schrijver zo men wil, zich af of hij ontroostbaar is. ‘ik wist het niet,/ maar wat wist ik nog wel?’

En juist dat wordt onderzocht in het dertigtal gedichten. Het zijn verre van klaagzangen, ze bezingen het leven, brengen ook bij de lezer warme herinneringen boven. Tegelijkertijd laat Tellegen je kijken in de coulissen van het leven van een schrijvend mens, iemand die door zijn moeder al – een vrouw duidelijk met inzicht, geestigheid, warmhartig, van wie zou Tellegen het nu hebben? – een eigenheimer wordt genoemd.

Ze vroegen mijn moeder: / ‘die…eh… jongen daar is dat uw zoon?’/
‘nou,’ zei mijn moeder, ‘hij is wel mij zoon, / maar ik noem hem liever mijn eigenheimer,/ hij is namelijk nogal eigengereid, hoe zal ik zeggen: eigenzuchtig’
‘maar,’ voegde ze daaraan toe, ‘als je hem schilt, opzet met zout/ en ruim twintig minuten in zijn eigen sop laat gaarkoken,/ dan is hij heel smakelijk’
ze zette me elke dag op tafel

Geestig, raak, ja, hartverwarmend, mild (zelf)spottend. De jeugd, de moeder, een geliefde, de muze, een overleden broer die maar ‘niet ophoudt met doodgaan’, het meisje, de vrouw ‘het antwoord op al mijn vragen/ op één vraag na’, geluksmomenten, momenten van bezinning, ook over het schrijven van zoiets futiels en tegelijk zo alomvattends als een gedicht. Een gedicht dat de dichter in de macht heeft. ‘als ik er iets in wil schrappen grijpt het mijn hand – / ‘blijf van me af,’ zegt het,’/ ‘dat staat er niet,’ zeg ik,/ ‘nu wel,’ zegt het’

Je hebt sterk de indruk dat Tellegen in overdrachtelijke zin daadwerkelijk op zijn tenen heeft gelopen en gestaan om naar al deze subtiele gedachtebogen te reiken. Ook in het besef dat de tussenpozen waarin je jezelf nog wijs kunt maken dat het allemaal goed komt steeds kleiner worden. Tellegen werkt op een indringende, aangename manier met herinnering, ja, troostrijk. Woorden van toen zonder valse nostalgie. De taal die zelf twijfelt tussen ‘nooit en net niet’ terwijl in oneindige eenzaamheid ‘toevallig wel’ maar wacht en wacht. Ja, de regels in Op mijn tenen zijn doordesemd van pijn, maar Tellegen maakte het dragelijk.

Nog even zend hij een waarschuwing. ‘Er wordt pijn geleden om ons heen,/ maar zo chronisch en zo eentonig/ dat we er niet meer van opkijken’. Alvorens hij de doodlopende straat ingaat.

je loopt steeds langzamer, moeizamer,/ je kijkt naar de grond, weet je geen raad met je houding,/ en desondanks zeg je voortdurend tegen jezelf/ dat je gelukkig bent, beklagenswaardig maar gelukkig
‘Aan het eind van die straat woont je moeder,/ je bent op weg naar haar’

Schrijvers en dichters met elkaar vergelijken moet je eigenlijk laten. ‘Voor de lezers van’ komen we al genoeg tegen in aanbiedingsfolders van uitgevers. De kracht van de gedichten van Tellegen in Op mijn tenen doet evenwel sterk denken aan het werk van Wisława Szymborska. Heldere proposities, zo fijntjes gedoseerd dat ze heel intiem zijn en tegelijk universeel. Een ogenschijnlijke eenvoud die complexiteit ontleedt en tegelijkertijd een universum opent.

Guus Bauer

Toon Tellegen – Op mijn tenen. Querido, Amsterdam. 48 blz. € 19,99.