Het keukenleven van een topchef

Het is geen genre op zich, maar dat er veel culinaire strips verschijnen is geen toeval. Uit eten gaan is populair, net als restaurantrecensies in de krant en kookprogramma’s op televisie: Top Chef, Hells Kitchen en Masterchef. En wat te denken van The Bear en Chefs Table – om twee uitersten te noemen? Wat vooral altijd opvalt: koken is een serieuze bezigheid. Zelfs hobbykoks pakken hun keukenwerkjes altijd heel professioneel aan, met pannen en messen van een paar honderd euro en een hoop poespas en ingestudeerde kennis.

Toch gaat het er in de keuken van Sjors en Heleen op het Batavierenplantsoen heel anders aan toe dan in de sterrenrestaurants, waar de keukenbrigades onder een constante druk staan. We kennen allemaal de beelden van de agressieve sterrenkoks die het uiterste van hun personeel vragen, waarbij Gordon Ramsay de kroon spant. Daar is het een snelkookpan die ieder moment kan sissen, als het niet precies zo gaat als de chef het wil. Er moet geleverd worden; de gasten komen alleen voor het allerfijnste.

Veel strips gaan over precies die drukte en die zogenaamd gepassioneerde situaties. Het is dan een verademing om eens iets heel anders te lezen. The pass van de Britse Katriona Chapman is zo’n strip. In het kleine restaurant Alley werkt chef-kok Claudia met Ben en Lisa. Met z’n drieën redden ze het net. Het is hun liefde voor het werk die het zaakje overeind houdt, ze steken er eigenlijk te veel uren in voor wat het oplevert. Die financiële situatie zet veel op scherp, vooral bij de ouders van Claudia. Niet zomaar: haar vader is een beroemde restaurateur, die het liefst ziet dat Claudia professionaliseert en meer meebeweegt met de markt. Maar daar heeft ze geen zin in. Dan kan ze net zo goed ergens anders gaan werken.

De werk-privébalans van de drie zet nog veel meer onder druk. Lisa heeft een zoontje dat ze amper ziet en een thuissituatie waar ook veel op haar schouders terechtkomt. Omdat ze maar met drie zijn, kunnen ze nergens aan ontsnappen. Ontspanning is er hooguit aan het einde van de avond, als de aangebroken flessen op tafel komen.

En dan krijgt Alley een heel positieve recensie in de krant en wordt het ineens druk. Het trekt bovendien allerlei culinaire hotemetoten aan die Claudia adviseren om vooral mee te doen aan wedstrijden – denk aan de James Beard Awards, maar dan lokaal. Wat Chapman hier laat gebeuren is fraai: een chef-kok die naar een balans zoekt voor zichzelf, als mens, als kok, als ondernemer, wordt ineens van buitenaf onder druk gezet. Althans, zo voelt Claudia het. Dan gaat het verhaal pas echt van start.

Chapman tekent heel zacht. Ronde vormen, geen zwarte lijnen en geen klassiek stripgrid. Haar pastelkleurgebruik is mooi en tegelijk sturend: als het goed gaat is er veel geel en lichtbruin, als het minder gaat, overheersen donkere kleuren. Op die manier hoeft Chapman niet alles te benoemen, de lezer voelt gemakkelijk met de personages mee. Het is een beproefde manier, maar wel een die Chapman heel subtiel inzet. Het zorgt er ook meteen voor dat de keukenscènes in de avonduren niet zo chaotisch lijken.

Chapman gunt ons een blik in de levens van Claudia, Lisa en Ben buiten de keuken, maar op een slimme manier. Benieuwd naar de thuissituatie van Ben, die niet door zijn ouders wordt ondersteund, kom je daar pas echt achter als Lisa en Claudia er in een gesprek naar vragen. Terwijl wij allang hebben gezien hoe problematisch dat is en hoe erg Ben eronder lijdt. Zo wordt de lezer op afstand gehouden en bepaalt Chapman het tempo van de vertelling. En die is langzaam: ze neemt alle tijd om haar personages te laten denken. Soms zien we Claudia staren, zoals dat gaat: een paar plaatjes achter elkaar kijkt ze voor zich uit, waarmee de situatie aan kracht wint.

Is The pass een culistrip? Nee, veel minder dan je verwacht. Het speelt in de keuken, in een restaurantje, maar het is vooral de persoonlijke ontwikkeling van met name Claudia, Lisa en Ben die het verhaal kleurt. Waar in andere culinaire strips het negen van de tien keer gaat over presteren, doorzetten en perfectioneren, is The pass veel sympathieker en introspectiever. Wie zijn hoofd op orde heeft, kan evengoed een positieve recensie krijgen. Dat is het idee dat blijft hangen. Verfrissend.

Stefan Nieuwenhuis

Katriona Chapman – The pass. Fantagraphics. 184 blz. hardcover. € 26,99.