Er zal geen necrologie over Ton Anbeek (van der Meijden) verschijnen zonder het woord ‘straatrumoer’. In Dietsche Warande en Belfort schreef hij in 1990 al dat dit woord terug zou komen na zijn dood.

Veel mensen willen in stilte begraven worden – van mij zal men afscheid nemen met straatrumoer. Want gesteld dat er op dat moment een paar regels in de krant aan mijn verscheiden zullen worden gewijd, ongetwijfeld komt men dan weer aanzetten met dat vermaledijde straatrumoer. Het is om hoorndol van te worden! Drie, vier jaar werk je aan geleerde studies, en over die boeken valt natuurlijk nauwelijks een woord. Terwijl dat ene artikel, op een zonnige Californische ochtend bedacht, mij tot na mijn dood zal achtervolgen.

Al liet hij in hetzelfde artikel weten nog steeds achter de strekking te staan:

Nog steeds houd ik weinig van boeken waarin de hoofdpersoon bladzijdenlang in de poel van zijn eigen ziel zit te roeren. […] Misschien is de Nederlandse maatschappij te weinig inspirerend, te tam, om veel breedopgezette romans op te roepen.

Ton Anbeek kwam uit een middenstandsmilieu. Hij had een bijzondere leraar Nederlands, A.L.G. Sötemann, die hij later weer tegenkwam als professor in Utrecht. In 1991 werd hij in een interview door Elma Drayer in Vrij Nederland nog een ‘glamour-geleerde’ genoemd en haalde hij herinneringen op aan die tijd.

De crème de la crème van de neerlandistiek zat daar: Gerritsen en Sötemann, de twee godfathers. Het verhaal ging dat men in g Utrecht tijdens de lunch gedichten analyseerde. Dat leek me fantastisch. Maar ik heb een keer zo’n lunch meegemaakt. Iemand begon over zijn hobby, fotografie, en toen zei Gerritsen: heb jij daar dan tijd voor? Afschuwelijk was dat. Apart waren die mensen heel aardig, maar met elkaar vormden ze een verkrampte kluwen. Ik viel daarbuiten. Ik was de Amsterdammer met het leren jasje en zelfs een tijdje een leren broek – tot een student een keer zei: Anbeek goes disco. Vanaf dat moment heb ik die nooit meer gedragen. Toen de vraag van Leiden kwam om daar hoogleraar te worden, was ik blij dat ik er met eer wegkon.

Anbeek was van 1982 tot 2005 hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Hij schreef een standaardwerk over de naturalistische roman, De naturalistische roman in Nederland. Naast literatuurwetenschappelijke publicaties schreef Anbeek ook vier romans: Gemeenschap, Sisyfus verliefd, Een ander leven en Vast. Met Jan Fontijn schreef hij Ik heb al een boek waarin verhalen op een toegankelijke manier geanalyseerd werden.

Ton Anbeek is 81 jaar geworden.