Recensie: Bart Moeyaert en Mark Janssen – Atman!
Een ode aan de literatuur en de verbeelding.
Met Atman! wonnen Bart Moeyaert en Mark Janssen de Woutertje Pieterse Prijs 2026. Een eer die hun beide, afzonderlijk van elkaar, al eens eerder te beurt viel. Moeyaert schreef met Atman! een libretto voor de Nationale Opera. Het afgelopen seizoen was dit verhaal dan ook als jeugdopera op de planken te bewonderen.
‘Libretto’ is Italiaans voor ‘boekje’ en de gangbare benaming voor het tekstboekje van een opera of operette. Atman! is dus zo’n boekje en hoewel je als lezer de muziek moet ontberen, blijft de tekst zonder die muziek volledig overeind. Hoe zou het ook anders kunnen met de meesterverteller en -stilist die Bart Moeyaert is. Bovendien heb je er als lezer wel de potloodtekeningen van Mark Janssen bij, die gedetailleerd, kleurrijk en fantasievol zijn. Janssen tekent Atman als een liefelijk jongetje met donkere krullen en een donkere huidskleur.
Hoewel er zeker sprake is van een verhaal, opgedeeld in korte hoofdstukjes, is de tekst geschreven als een lang gedicht. Niet zo gek als je bedenkt dat deze tekst gezongen moet worden. Poëzie en liedjes, liederen zo je wilt, hebben ritme en rijm met elkaar gemeen en de tekst van Moeyaert is dan ook buitengewoon poëtisch. Korte, ritmische zinnen met veel klankherhaling en in iedere strofe wel een keer eindrijm. Dat is voor kinderen lekker herkenbaar en het zorgt ook voor een prettige samenhang in een tekst die veel ruimte laat voor verbeelding.
De zin ‘Ik wist op een keer de weg niet meer’ komt drie keer terug in het boek en geeft telkens het begin aan van een nieuwe episode. Atman, de hoofdpersoon van het verhaal, gaat een brood kopen bij de bakker en raakt de weg naar huis kwijt. Drie keer vraagt hij om hulp. De eerste keer aan een man, die geen tijd heeft: ‘De man keek eens om, /en zei: / Nee o nee, / tot mijn spijt heb ik / andere zorgen. / Maar vraag het / me morgen, want / dan heb ik tijd.’ Hij geeft Atman nog wel een advies: ‘In geval van gevaar / maak je wilde gebaren. / Zo hard als je kunt / brul je: HELP! / En als dat niet goed lukt, / roep je: / S!O!S!’
Dat blijkt geen slechte raad, want als Atman vervolgens een vrouw de weg vraagt, is dat de hoogst mysterieuze kapitein Plien, die in een apart taaltje praat en die Atman aan een rood touw mee wil nemen op haar schip met zeventien maten. Door de illustraties van Janssen leren we dat dat er vervaarlijk uitziende piraten zijn. Het rode touw zou je symbolisch op kunnen vatten als de rode draad in een verhaal. Plien wil Atman aan die rode draad, die we ook al op de titelpagina van het boek zien lopen, maar Atman laat zich niet knechten en springt in zee. En hier begint een wild avontuur, waarbij het onduidelijk is of er echt iets gebeurt, of dat het zich allemaal afspeelt in het hoofd van Atman.
Eerst verdwijnt Atman in de diepzee. Een illustratie die over twee pagina’s loopt, laat ons die zee zien in blauwpaarse kringeltjes die van beneden naar boven lopen. Een lichtere baan geeft aan waar Atman naar beneden zonk. Onderaan de rechterpagina loopt de baan weer omhoog en daar zien we Atman ademloos en met gesloten ogen zweven in het water. Staat dit voor angst? Voor somberheid? Waarom denkt hij anders ‘Wanneer weet je: Mijn adem is op?/ Wanneer zwem je de lucht tegemoet?’ Of is dit de ongebreidelde fantasie van een kind, dat verzint wat er zou kunnen gebeuren als…?
Na de diepzee volgt een donker woud, waar Atman Hem ontmoet. Is dit zijn innerlijke stem, waarmee hij in dialoog raakt? Aukeline Weverling schreef in haar recensie in de NRC dat de naam Atman verwijst naar de hindoeïstische filosofie, waarin ‘atman’ staat voor wie je echt bent, voorbij je gedachten, lichaam en ego. Dat wat blijft als alles verandert. Dat zou op een innerlijke zoektocht kunnen wijzen.
Maar met zijn verhaal lijkt Moeyaert ook te verwijzen naar klassiekers uit de jeugdliteratuur, bijvoorbeeld naar Max en de Maximonsters van Maurice Sendak. In dit boek haalt het boze jongetje Max kattenkwaad uit en wordt door zijn moeder naar zijn kamer gestuurd. Daar verzint hij een hele wereld van woud, zee en monsters (Maximonsters) bij elkaar, die hij de baas is, ook al vinden ze hem om op te eten. In Atman willen de piraten van Plien hem ook opeten: ‘We hebben honger, Plien. / Wat dacht je van dit kind? / Een uur onder de grill. / Wie dat niet lekker vindt?’ Dit roept in de herinnering van de volwassen lezer wellicht nog een klassieker uit de jeugdliteratuur op van een hele bekende schrijver, namelijk De GVR van Roald Dahl, waarin reuzen op zoek zijn naar hoofdpersoon Sofie, omdat ze haar op willen eten. Het taalgebruik dat Moeyaert Plien in de mond legt, zou zodoende ook een verwijzing zijn naar het fantastische koeterwaals dat Roald Dahl de GVR laat spreken.
En dan is er ook nog een duidelijke knipoog naar een verhaal uit de klassieke oudheid. In hoofdstuk 15 is Atman toch weer op de boot van de piraten beland. Plien bindt hem vast aan de mast en zegt: ‘Dus voor je eige veillugheid / heb ik je vastgehange. / Dan kajje met je ogen dich / naar pa en de kat verlange.’ Dit kan toch niet anders dan een verwijzing zijn naar Odysseus, die zich op één van zijn zwerftochten over zee vast liet binden aan de mast om zich veilig te stellen voor de lokroep van de Sirenen.
Even terug naar Max en de Maximonsters en naar Atman: Max wordt uit zijn fantasie en boosheid gehaald doordat hij zich eenzaam begint te voelen en door een geur van lekker eten, dat zijn moeder heeft gemaakt. Vergelijk die lekkere geur van eten met het verse brood van Atman: ‘Hoeveel stappen blijft / een brood warm?’ De fantasie van Atman is evenzo groot als die van Max, maar waar Max zijn boosheid moet overwinnen, daar moet Atman zijn angsten overwinnen, zo lijkt het. En waar Max zich eenzaam voelt, daar heeft Atman heimwee: ‘Heimwee is geen kwaaltje. / Mijn hele lijf deed pijn, / en wilde ik genezen, / was thuis het medicijn. / Ik wilde in stilte huilen, / maar heel stil ging dus niet, / Stel je groot verlangen voor, / en tomeloos verdriet.’
Gelukkig vraagt hij nog een derde keer om hulp, deze keer aan een kind. Een meisje met een zus, die bij Atman in de klas zit. Daarom weet dit meisje wie hij is. Ook weet ze dat zijn vader Jan heet en dikke boeken leest. Vandaar misschien ook al die verhalen in Atmans hoofd.
Op de allerlaatste bladzijde spreekt Atman de lezer direct aan en stelt de vraag of hij alles wat hij heeft meegemaakt wellicht heeft verzonnen. Bart Moeyaert vraagt de lezer hiermee indirect betekenis te geven aan de verhalen die hier zijn verteld. Voor het jonge kind is Atman! in de eerste plaats een uitdagend fantasieverhaal dat veel vragen op kan roepen over onder anderen verdwalen, vluchten, heimwee en thuis. De volwassen (mee)lezer kan ook de literaire knipogen en verwijzingen naar andere klassiekers uit de jeugdliteratuur herkennen. De rode draad dat is de verbeelding die al die verhalen met elkaar gemeen hebben. Met Atman! heeft Bart Moeyaert dan ook een gelaagde en uitermate geslaagde ode geschreven aan de literatuur en aan de verbeelding.
Mariska Venema
Bart Moeyaert – Atman! Met illustraties van Mark Janssen. EM. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam – Antwerpen. 72 blz. € 17,99.