Strips: Joff Winterhart – Dear historian
Een heerlijk intergenerationeel verhaal vol prachtdialogen en terloopse heerlijkheid
Dat is bijzonder. Een auteur die achterin zijn boek zelf maar begint met het duiden van zijn werk en voor het gemak de lezer – en de beschouwer – uitleg geeft, met voorbeelden, over hoe zijn laatste drie werken eigenlijk een trilogie vormen, als het aan hem ligt. De Britse stripmaker Joff Winterhart doet het, in het nawoord van zijn magistrale graphic novel Dear historian. Winterhart meldt dat zijn drie boeken, Days of the Bagnold summer uit 2012, Driving short distances uit 2017 en Dear historian leunen op hetzelfde principe als het gaat om de keuze voor personages. In alle drie de boeken zijn twee figuren steeds op één of andere manier tot elkaar veroordeeld. Dat klinkt alsof het conflictueus is, maar daarvan is geen sprake: Winterhart kiest voor figuren van verschillende generaties. Hun andere kijk op de werkelijkheid – en de situaties waarin zij verzeild raken – bepaalt de sfeer van de verhalen. Misschien is die intergenerationele focus iets typisch Brits: ook Katriona Chapman, Lizzy Stewart en vooral Matthew Dooley kiezen voor verhalen die generaties samenbrengen en overstijgen.
Winterhart werkte het idee voor het eerst uit in Days of the Bagnold summer, een nog niet heel uitgewerkt verhaal over de vijftiger Sue, die in een bibliotheek werkt, en haar vijftienjarige labbekakkerige zoon Daniel die niet weet wat hij met zijn leven aan moet. Driving short distances is veel completer als verhaal: Sam is 27 en heeft nog steeds geen idee. Keith, verre familie, ontfermt zich over hem en neemt Sam mee op zijn ronde langs allerlei klanten. Wat deze Keith precies doet, blijft onduidelijk, maar daar draait het niet echt om: het zijn diens eindeloze verhalen die het verhaal op gang houden. Sam vindt het allemaal wel best. Wat het verhaal interessant maakt, zijn de details: Keith, een besliste zestiger, onderwijst de lamgeslagen twintiger over het leven. Alleen als Sam goed luistert, zal hij net zo succesvol zijn als Keith en zijn generatiegenoten, die er toch geen van allen heel positief bijlopen.
In Dear historian is het verschil in leeftijd nog een beetje verder opgeschoven: Margaret Crypt is een zeventigjarige historica met een levenslange fascinatie voor zeventiende-eeuwse doodsrituelen en de arts, dichter en amateur-balsemer John Witham Preece in het bijzonder. Ze schreef er ooit een gortdroog boek over en is verder één en al ingetogenheid. Ze is een beschouwende, Britse dame die zich zelden uitspreekt of zelfs maar eventjes laat gaan. De dertiger Lucy komt net uit een relatie (ze hoorde op haar vrijgezellenfeest dat hij er toch vanaf zag) en werkt bij een productiebedrijf dat onder meer een succesvol geschiedenisprogramma voor YouTube maakt en dat helemaal draait om de egomane Allan Hands, een zak van het zuiverste water die zichzelf graag hardop hoort nadenken.
Om de een of andere reden denkt Lucy dat de ingetogen Margaret een goede toevoeging is voor het team. Al bij de eerste ontmoeting tussen de zeventiger en de groep rond Allan Hands loopt het uit de hand. Margaret heeft last van haar knieën en wil daarom liever niet in een zitzak hangen. Ze is bang dat ze er daarna niet meer uitkomt. Na veel gezucht mag ze op een barkruk zitten, waardoor ze bij de vergadering zit als een umpire tijdens een tenniswedstrijd. Die afstand is niet alleen in zithoogte: Margaret vindt Hands, en zijn gevolg, ‘ontzettend vermoeiend positief’. Het is niks voor haar, iets wat Lucy bestrijdt. Laat het even bezinken, zegt ze, dan zul je zien dat je het kunt. Op het bedrijf zelf is men er niet gerust op, maar laat Lucy begaan.
De ontmoetingen en gesprekken van Lucy en Margaret zijn heel secuur uitgewerkt door Winterhart, die er een opvallende illustratietechniek op nahoudt: de pagina’s zijn tot stand gekomen door monoprint, een techniek waarbij de tekenaar op een vlakke glasplaat met inkt of verf een afbeelding maakt. Die wordt daarna afgedrukt door er een vel papier op te leggen. Vreselijk arbeidsintensief, en wat het oplevert is een lineart-illustratie die lijkt ingekleurd met een viltstift die bijna op is. Het is grauw, maar het past bij het gevoel van het verhaal.
Daarbij is het werk van Winterhart bepaald geen doorsnee; zijn pagina’s bevatten veel tekst en dialoog. Ideaal om de ontwikkeling tussen Lucy en Margaret uit te beelden: hun gesprekjes gaan soms over nagenoeg niets, maar voegen zo heel stilletjes wel iets aan het geheel toe. Pas als je Margaret thuis ziet lummelen of Lucy boodschappen ziet doen, ontvouwt de vertelling zich voluit. Een scene ter illustratie: Margaret maakt een proefaflevering, op zich al een prachtige happening, maar hoort daarna heel lang niets van Lucy of het productiebedrijf. Ze zit thuis te werken aan een artikel, maar kijkt toch regelmatig met een schuin oog naar haar mobiele telefoon, die werkloos op haar tafel ligt. Haar blik, de berusting en toch een zeker gevoel van teleurstelling: het zit allemaal in die scene vervat. Zo lijkt er wel meer terloops, maar heeft ieder detail een functie.
Wat de verhalen van Winterhart extra interessant maakt, is zijn manier om dialogen uit te beelden. In plaats van één grote tekstballon te nemen voor iemands zin, hakt hij die op, op een manier die verraadt waar de spreker stiltes laat vallen of accenten legt. Dat leest beter; de gesprekken worden er veel levensechter van. Waarom het niet vaak gebeurt, is evident: zoveel gebabbel als Winterhart toelaat in zijn werk, doen er niet veel. Maar toch, het is heerlijk om te lezen en hij doet het omdat hij er goed in is. Zijn werk is niet voor niets meermaals geroemd om de literaire kwaliteiten. Het is charmant, rustig en heel precies uitgewerkt. Wie het wil leren kennen, begint met Driving short distances, maar slaat daarna zeker Dear historian niet over.
Stefan Nieuwenhuis
Joff Winterhart – Dear historian. Jonathan Cape. 192 blz. hardcover. € 25,00.

