Gedicht: Martijn van Bruggen – wat weet je
wat weet je
er ligt een lichaam in de keuken
je had het gisteren thuisgebracht
droeg het in je armen
als een slapend kind
de zusters hadden niets kunnen doen
dan het leegpompen van haar maag
haar te rusten leggen
haar wegsturen
ze had drie dagen geslapen
heel diep
voor ze werd gevonden die eerste keer
ik kan en wil niet meer
was de laatste zin die ze zou schrijven ooit
hoewel weinig origineel
zou hij als een sticker op een spiegel beklijven
pulk er niet aan
nooit, laat hem zitten
toen ze bijkwam in het ziekenhuis
vroeg ze wat je wist
dat klonk ongeveer zo:
waaweeju
je legde een oor op haar lippen
zo dichtbij was je in jaren niet geweest
de olifant was een te groot beest voor deze kamer
dus je benoemde de slurf
je zei
dat je een overdosis slaapmiddelen hebt genomen mam
ze zweeg, er overkwam je een gevoel
dat ze niet meer te vertrouwen was
je had lukraak kleren
uit haar kast gepakt en meegenomen
een broek die van haar afgleed
een trui met een hals die haar schouders liet zien
je vergat een riem en dat was
een hele grote fout
je had een stoeltje aan haar bed gezet
ze zei u eh o ul
je bent zo stil
wat wil je dat ik zeg dan?
toen werd ze weggestuurd, abrupt
het bed was nodig voor iemand
die wel geholpen wilde worden
even zag je jezelf
in dat warme witte bed stappen
en slapen tot het over was
dat zou nog maar 24 uur duren
want je hebt haar thuisgebracht
getild dus als een slapend kind
en haar alleen gelaten
met een lading koek en snoep
op de tweezitsbank
en de volgende avond ga je naar de heropvoering van paris texas in kriterion
je staat in de lift en je broer belt
ik heb niet zo’n goed nieuws
er ligt een lichaam in de keuken
er ligt een stoel in de keuken
er ligt nog een stoel in de keuken
er ligt een koffiezetapparaat in de keuken
er liggen glazen in de keuken
er ligt een koekje in de keuken
er liggen snoepjes in de keuken
er ligt bestek in de keuken
er ligt een mes in de keuken
er liggen afgerukte posters in de keuken
er liggen foto’s in de keuken
er liggen kleren in de keuken
er ligt bloed in de keuken
ze heeft er een teringbende van gemaakt
het is blauw in de straat
je broer zit in een politiebus en wordt verhoord
probeert een agent te overtuigen dat ze dit zelf
heeft gedaan dat dit is wat bij haar hoort
dit einde van een moeder
dit einde van een vrouw
je ziet met eigen ogen het vrijgegeven lichaam in de keuken
toegestopt onder een deken
precies zoals jij haar gisteren –
een snoepje gaf, zei
dat je van haar hield, dat ze antwoordde met
een doffe slaperige blik en
i oo aa ouw?
Martijn van Bruggen
Eerder voorgedragen in de halve finale van het NK Poetry Slam 2025
