Een kamer voor jezelf

Wanneer de 43-jarige Valeria in een opwelling een zwart schrift koopt, weet ze nog niet dat ze tegelijk een hefboom koopt die mogelijk leidt naar meer vrijheid en naar een ander leven. Verboden schrift bewijst op elke pagina dat de wereldwijde herontdekking van het werk van de Italiaans-Cubaanse Alba De Céspedes weinig minder is dan een literair godsgeschenk.

De Céspedes (1911-1997) kende in de jaren voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog behoorlijk wat succes met haar romans, theaterstukken en poëzie, maar verdween nadien toch wat in de literaire achtergrond. De voorbije jaren kent haar werk een grote internationale herwaardering. Een van de belangrijkste katalysatoren achter die revival is Ann Goldstein, de bekende Amerikaanse vertaalster van Elena Ferrante. Dat is geen toeval want het feministische werk van De Céspedes geldt als een van de belangrijkste inspiratiebronnen van Ferrante.

In ons taalgebied hebben uitgeverij Meridiaan en vertaalster Manon Smits De Céspedes opnieuw op de kaart gezet. Er was onder meer de vertaling van het debuut Niemand kan terug (1938), een boek dat onder het fascistische bewind van Mussolini op de lijst van verboden boeken terechtkwam. De vrouwelijke personages waren te zelfstandig en pasten niet in het traditionele keurslijf van de dictatuur. Vrouwen die zelf nadenken, dromen en verlangen, vrouwen die willen breken met hun ingekapselde levens. Het wordt een rode draad in het werk van De Céspedes. Zo ook in Verboden schrift dat eerder al in vertaling verscheen in 2022 en nu nog eens, naast ander werk van De Céspedes, erg stijlvol is heruitgegeven bij Meridiaan.

In Verboden schrift koopt de 43-jarige Valeria Cossati in een opwelling een zwart schrift. Dat schrift gaat ze gebruiken als dagboek. Een gewaagde, bijna verboden onderneming, want in het Italië van 1950 wordt van de vrouw vooral verwacht dat ze voor de kinderen zorgen en het huishouden runnen. Meer dan twintig jaar lang heeft Valeria zich al uitgesloofd en weggecijferd voor het gezin. Voor haar man Michele die haar veelzeggend ‘mama’ noemt en die een onderbetaalde job heeft bij de bank, waardoor Valeria zelf ook een kantoorbaan moet nemen om het gezin financieel overeind te houden. Voor haar dochter Mirella, met wie het een constante strijd is omdat Mirella absoluut een ander, zelfstandiger levenspad wil kiezen dan haar moeder. En tot slot ook voor haar zoon Riccardo, een bedorven moederskindje die later wél graag het traditionele, conservatieve rollenpatroon wil voortzetten.

Door de scherpzinnige notities in het dagboek krijg je voortdurend een inkijk in het innerlijk van Valeria. Je merkt hoe zij in een constante angst leeft dat haar schrift ontdekt zal worden. Je eigen ideeën en gevoelens neerpennen in een schrift… dat kan niet anders dan zondig zijn. ‘Het voelt alsof ik met de duivel praat’, schrijft ze. Ook voor haar man zou het onvoorstelbaar zijn dat Valeria een dagboek zou bijhouden. Zelf verwoordt Valeria het op een pijnlijke manier als volgt: ‘Hij zou nooit op het idee komen dat ik een dagboek bijhoud; hij vindt het geloofwaardiger dat ik me zou overgeven aan een verboden liefde dan dat hij me ervoor aanziet dat ik zelfstandig kan nadenken.’

Maar tegelijk krijgt Valeria door het schrijven gaandeweg een duidelijker inzicht in haar verkommerende huwelijks- en gezinssituatie. Ze ontwikkelt een eigen stem, een stem die ze in het echte leven verloren lijkt te zijn. Haar zelfvertrouwen en eigenheid lijken per dagboeknotitie te groeien. Dat weerspiegelt zich ook in het taalgebruik. Met een duidelijke knipoog naar de feministische klassieker Een kamer voor jezelf (ook ooit vertaald als Je eigen kamer) van Virginia Woolf zegt Valeria eerst ‘ik droom ervan om een kamer voor mezelf te hebben’, maar later klinkt het affirmatiever dat ze een kamer voor zichzelf ‘wil’.

Door de dagboekvorm surft je als lezer voortdurend mee op de golven van de innerlijke strijd die Valeria meemaakt. Terwijl haar eigen stem en haar zelfstandigheid groeien, is er tegelijk het knagende besef dat haar huwelijk en haar gezinsleven afbrokkelen en op instorten staan. Die tweestrijd komt het scherpst naar voor in de ontluikende buitenechtelijke romance met haar baas. De Céspedes werkt naar een kantelpunt toe: kan Valeria eindelijk kiezen voor zichzelf, voor de liefde en voor de vrijheid?

Maarten De Rijk

Alba De Céspedes – Verboden schrift. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. Meridiaan, Amsterdam. 318 blz, € 22,50.