De wederwaardigheden van Mus, Vos en Mol in een bos waar niet al te veel te beleven valt

Na haar succesvolle boeken Homme en het noodgeval (2019) en Het kleine heelal (2023) waagt schrijfster Annejan Mieras zich nu voor het eerst aan het schrijven van een dierenverhaal. Dat leverde het, in ieder geval op het eerste gezicht, prachtige Alle dagen samen op, voor lezertjes van rond de zeven jaar. In Alle dagen samen maakt de lezer in het eerste hoofdstuk kennis met de hoofdpersonen Vos, Mol en Mus, die elkaar elke avond opzoeken onder een oude eik. Het eerste hoofdstuk heet ‘Op een dag’ en in dit geval hangt er op een dag ineens een kalender aan de oude eik. Mus vraagt zich af wat ze daarmee moeten. ‘Een kalender weet wat voor dag het is,’ zegt mol. En dan wil Mus wel even weten welke dag het mòrgen is. En zo ontspint zich een verhaal, waarin de drie vrienden iedere avond een blaadje van de kalender trekken en zich al dan niet verheugen op de dag die komt. Dat kunnen bestaande dagen zijn, zoals snipperdag (mooi woord!), trouwdag, woensdag, sportdag, Valentijnsdag of themadag, maar ook verzonnen dagen, zoals geluksdag, plaagdierendag, pluk-de-dag-dag (leuke vondst!), achterstevorendag (daar word je nieuwsgierig van) en uitzwaaidag.

Het boek is geïllustreerd door Ruth Hengeveld, die in 2019 debuteerde als (prenten)boekenillustratrice. Op haar website schrijft ze: ‘In mijn illustratiewereld van ecoline, potlood, zachte lijnen en frisse kleuren is alles mogelijk. Dieren uit alle continenten ontmoeten elkaar, vieren een feestje in het bos en vergeten daarbij vooral niet de slingers op te hangen. Plezier is de rode draad in mijn werk. Elke illustratie is een klein verhaal vol verrassende details met mini grapjes en -verhaaltjes, waarin humor, de natuur en een lieflijke sfeer altijd een rol spelen.’ En lieflijk, dat zijn de illustraties van Hengeveld zeker. Ze gebruikt in dit boek zachte, gedempte kleuren. Vos, mol en mus zijn redelijk naar hun natuurlijke uiterlijk getekend. Ze hebben daarbij onmiskenbaar menselijke gezichtsuitdrukkingen. De natuur is in dit boek, zowel in de tekst als in de illustraties, voornamelijk op de achtergrond aanwezig, een paar illustraties daargelaten. De illustraties zìin feestelijk, dat moet gezegd, èn heel toegankelijk. In combinatie met die lieflijkheid zijn ze daardoor ook wat braafjes misschien.

De eerste dag die verschijnt nadat mol het eerste kalenderblad heeft afgescheurd, is geluksdag:

‘Wat een geluk!’ fluit Mus.
‘Wat een onzin,’ zegt Vos.
‘Eerst maar een nachtje over slapen,’ zegt Mol en hij gooit de oude dag in het mandje tussen de boomwortels. ‘Welterusten!’
‘Slaap lekker!’
‘Goeienacht.’

Als lezer vraag je je af of Mus voortaan de rol van de vrolijke Frans zal vervullen, Vos die van de mopperaar en Mol die van de bedachtzame. Dat is niet per se het geval, hoewel Mus wel altijd opgeruimd is. Bijna een beetje te, misschien.

Aan het einde van bijna ieder hoofdstuk wensen de dieren elkaar goede nacht, waarbij Mus dit in allerlei verschillende talen doet, wat een beetje geforceerd overkomt. Het schrijven van dierenverhalen is natuurlijk een moedige stap, want je ontkomt niet aan vergelijkingen met Toon Tellegen, Sylvia Vanden Heede en hun illustratoren, respectievelijk Anne van Buul, Annemarie van Haringen en Thé Tjong-Khing. Hoewel de vergelijking met Toon Tellegen misschien niet helemaal eerlijk is. Als Tellegen zijn ontroerende, poëtische en immer filosofische dierenverhalen al voor kinderen schreef, dan toch zeker voor de wat gevorderde jonge lezer. Maar Sylvia Vanden Heede schreef haar boeken over Vos en Haas wèl voor de beginnende lezer en kan daarbij op uiterst humoristische wijze de lezer alle kanten van een woord of uitdrukking laten zien.

Annejan Mieras probeert ook grappige dialogen te schrijven, maar echt spitsvondig wil het maar niet worden. Sommige vondsten zijn daarbij ronduit flauw, bijvoorbeeld als Mus op Uitzwaaidag de smartlap ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen’ van Willy en Willeke Alberti (kent iemand ze nog?) laat verbasteren.

Af en toe lijkt Mieras zelf ook te verwijzen naar verhalen van Toon Tellegen, bijvoorbeeld in het hierboven al genoemde ‘Uitzwaaidag’, waar Vos erop uit wil, om weer eens iets echt spannends te beleven en waarin hij aangeeft dat hij Mol en Mus even wil missen: ‘Ik wil jullie missen. Het is belangrijk om vrienden even te missen.’ Dit lijkt een hele duidelijke verwijzing naar twee klassiek geworden verhalen van Toon Tellegen over Eekhoorn en Mier, waarin Mier vertrekt en waarin Tellegen het concept ‘missen’ grappig, ontroerend en diepzinnig uitwerkt, zonder het woord ook maar één keer te noemen. Annejan Mieras weet deze diepgang met haar verhaal helaas niet te bereiken. Steeds als ze in de buurt is van een diepere emotie of gedachten, dan weet ze die niet te raken en breekt ze het hoofdstuk af met een oppervlakkig getetter van mus of één van de andere dieren, waarbij er weer snel vooruit wordt gekeken naar een volgende dag. En dat is toch een beetje een gemiste kans.

Op de dialogen van de dieren na is er in het bos verder ook niet al te veel te beleven. Waar Sylvia Vanden Heede een hele wereld creëert rondom haar Vos en Haas, lijkt het in het bos van Annejan Mieras voornamelijk uitgestorven. Slechts in één hoofdstuk komen er nog een verdwaald everzwijn en een hazelworm voorbij, maar die kiezen al snel weer het hazenpad. Dit nieuwe boek van Annejan Mieras vormt door de luxe uitvoering met harde kaft, gebroken wit papier, lila leeslint en lieflijke illustraties een lust voor het oog, maar valt inhoudelijk helaas een beetje tegen.

Mariska Venema

Annejan Mieras – Alle dagen samen. Met illustraties van Ruth Hengeveld. Lemniscaat, Rotterdam. 130 blz. € 16,99.