Boek als een film over filmer

Voor haar vierde roman duikt Guzel Jachina in het leven van de Sovjet-Russische filmregisseur Sergej Eisenstein (1898-1948). De titel Op de trappen van Odessa verwijst naar de beroemde scene uit de bekendste film van Eisenstein, Pantserkruiser Potjomkin. Die (stomme) film beschrijft de muiterij op het slagschip en werd in 1926 in roulatie gebracht. In de scene op de trappen van Odessa maakt Eisenstein de kijker deelgenoot van de slachting die het tsaristische leger in 1905 aanricht onder opstandelingen en met hen sympathiserende burgers in de haven van Odessa.

Jachina, Russisch schrijfster van Tataarse oorsprong, trekt alle registers open om te beschrijven hoe Eisenstein te werk ging bij de verfilming van Pantserkruiser Potjomkin en andere films van zijn hand. Eisenstein, zo weet Jachina met verve te schilderen, was een filmer van het grote gebaar, die alles en zo mogelijk nog meer uit de kast trok om op het filmdoek te verbeelden wat hij aan de kijker wilde overbrengen.

Honderden figuranten waren hem vaak nog te weinig; hij wilde er liever duizend. Hij had oog voor ook het kleinste detail en rustte niet voordat alles wat hij wenste tot in de puntjes was geregeld, in een tijd dat alles wat op film werd vastgelegd zich ook in werkelijkheid moest afspelen, zonder computeranimaties of wat voor technisch vernuft dan ook.

Elke opnamedag was een slok narcotica. De elektriciteit in zijn aderen lanceerde zijn lichaam in een eindeloze run over en om de set, anders zou het van binnenuit ontploffen, replieken in een kreet veranderen en kreten in gekreun. Zijn gedachten stroomden compact en snel als een waterval; terwijl anderen nog bezig waren te begrijpen wat hij bedoelde, had hij zelf al een nieuwe oplossing gevonden, en wel meer dan één, zodat hij weer opnieuw uitleg moest geven.

Behalve Eisenstein als visionair en veeleisend filmregisseur is er ook de Eisenstein die, in de afzondering van de nacht, geplaagd wordt door onzekerheid. De man die op de set alles en iedereen naar zijn hand weet te zetten en bulderend zijn aanwijzingen als commando’s doorgeeft, twijfelt diep in zijn hart aan eigen kunnen. Dan zoekt hij troost en geborgenheid bij zijn moeder Julia Ivanovna, met wie hij van kinds af aan een zeer tweeslachtige verhouding heeft.

Als hij als maker van films over de geschiedenis van het revolutionaire Rusland naam gemaakt heeft in binnen- en buitenland, krijgt Eisenstein in 1929 van de Sovjetautoriteiten toestemming om samen met zijn vaste coregisseur Grisja Alexandrov en cameraman Eduard Tisse af te reizen naar de Verenigde Staten, om in Hollywood kennis op te doen van de nieuwste opnametechnieken. Zijn plannen om ook daar een film te draaien, lopen echter op niets uit, waarna de drie doorreizen naar Mexico.

In dat land raakt Eisenstein in de ban van de schoonheid van de mensen en de natuur die hij er aantreft. Hij besluit dat hij niet langer de filmische vertolker wil zijn van de geschiedenis, zoals hij tot op dat moment gewend was te doen, maar van het leven zoals zich dat in alle rijkdom aan hem voordoet. De talloze beelden die hij daar schiet, kan hij echter niet voltooien tot een film, omdat hij zijn verblijf in den vreemde voortijdig moet beëindigen. Stalin vertrouwt het niet langer dat Eisenstein en zijn makkers zolang in de kapitalistische wereld verblijven.

Na zijn terugkeer in het socialistische vaderland komt Eisenstein er langzaam maar zeker achter dat zijn speelruimte als vrij filmmaker steeds kleiner wordt. Het heden, in de persoon van Stalin en diens verdrukkende regime, wordt steeds meer bepalend voor leven en werken van de regisseur. Onderwerpen die hij kan verfilmen worden van hogerhand aangedragen en scenario’s die hij bedenkt dienen vooraf goedgekeurd te worden. Collega’s, vrienden, medewerkers om hen heen worden door de veiligheidsdiensten van huis opgehaald om vervolgens te verdwijnen. Als een van de weinigen in zijn omgeving weet Eisenstein de dans te omspringen, maar de schaduw van de totalitaire staat waarin hij leeft, hangt als een schaduw over zijn hele leven.

Om de rijkdom van dit filmersbestaan tot leven te wekken, boort Jachina een heel palet aan stijltechnieken aan. Van bombastische passages om de opnames van massascenes te verbeelden tot intieme momenten om Eisensteins twijfels weer te geven. Van hypnotiserende ervaringen om te laten zien wat Eisenstein in Mexico ten diepste roert tot bijna documentaire beschrijvingen om sommige historische ontwikkelingen te schetsen. Welk register Jachina ook opentrekt, ze slaagt er telkens in om het gelaagde karakter van Eisenstein en zijn werk in de kern te treffen.

Ook al heeft Jachina zich voor dit boek uitgebreid gedocumenteerd op tal van historische bronnen, ze noemt het resultaat nadrukkelijk een roman. ‘Dit boek is mijn hypothese over Eisens persoonlijkheid. De structuur, taal en stijl ervan worden voortdurend door de hoofdpersoon bepaald’, schrijft ze in het nawoord. Jachina heeft ons een boek geschonken als een film over een filmer.

Roeland Sprey

Guzel Jachina – Op de trappen van Odessa. Vertaald door Arthur Langeveld. Querido, Amsterdam. 544 blz. € 29,99.