Recensie: Tove Jansson – Fair play & Zomerboek
Kostbare nieuwsgierigheid
In een kleine tweedehandsboekhandel in Pitlochry, Schotland, kocht ik deze zomer het boekje met de titel Notes from an Island, omdat ik een grote voorliefde heb voor eilanden en voor boeken over eilanden. Op de achterflap stond dat de auteurs, Tove Jansson en Tuulikki Pietilä, 26 zomers doorbrachten op hun kleine eilandje voor de Finse zuidkust. Het boek bevat herinneringen aan het eiland en hun verblijf aldaar. De schetsen van het eiland en de zee tussen de hoofdstukken door zijn van Tuulikki Pietilä. Al snel kwam ik erachter dat Tove Jansson het brein is achter de Moomins, de beroemde Finse stripfamilie; met mijn kinderen heb ik de tekenfilmserie van de Moomins altijd met veel plezier gekeken. En toen de heruitgaven van haar romans op mijn pad kwamen, kon ik niet anders dan vol verwachting beginnen aan Fair play en Zomerboek.
Fair play (oorspronkelijk verschenen in 1989) ligt duidelijk in de lijn van de autobiografische dagboekaantekeningen uit Notes from an Island en gaat over twee vrouwen, Mari en Jonna, die een deel van het jaar op een klein eiland voor de Finse kust doorbrengen. In Helsinki wonen ze in hetzelfde gebouw, ieder in hun eigen appartement. Mari is schrijfster, Jonna kunstenares. De hoofdstukken zijn fragmenten uit hun samenzijn, waarbij het tussen hen soms aardig schuurt en botst. Eigenzinnig, vrijzinnig en wars van alle conventies delen ze hun levens.
Elk hoofdstuk is een losse anekdote, bijvoorbeeld over de passie van Jonna voor films van Fassbinder of B-westerns. Ze neemt de films op en bewaart videobanden in een kast die steeds voller wordt. Mari kijkt mee, hoewel ze het niet altijd volhoudt en vaak in slaap valt. In een ander hoofdstuk herschikt Jonna de schilderijen aan de muur bij Mari, terwijl die daar niet om gevraagd had. Zo zijn er meer voorvallen waarin de een zich moet schikken naar de ander. Een beroemde Russische poppenspeler komt logeren op uitnodiging van Mari, maar Jonna heeft minder met deze kritische man. Jonna heeft dan weer een keer een leerling die te veel aandacht vraagt in de ogen van Mari.
Veel hoofdstukken gaan ook over de belevenissen op het eilandje, over het landschap, het vangen van vis, het onstuimige weer. De vrouwen hebben ruimte nodig, voor zichzelf, maar ze hebben ook elkaar nodig om die ruimte af te bakenen. En zoals Ali Smith in het voorwoord schrijft, kan ‘alleen iemand die echt en openhartig liefheeft’ de ander dat soort ruimte geven. Samenwerken en samenleven zijn niet eenvoudig, maar kan ook veel energie opleveren. En juist doordat het allemaal niet te soepel gaat, ontstaan er mooie dingen.
Zomerboek, voor het eerst verschenen in 1972, is weer een stap minder autobiografisch, tenminste, dat vermoed ik. Een roman, ook opgebouwd uit losse anekdotes, over een grootmoeder en Sophia, haar kleindochter. Ze verblijven een zomer lang op een klein en verder onbewoond eiland. Er is ook een vader, maar die is altijd aan het werk of aan het vissen. Er liggen nog wat eilanden in de buurt en af en toe komt er iemand langs, maar Sophia moet veel alleen spelen, vooral als de grootmoeder ligt te slapen of te lezen. Toch kruipen ze regelmatig samen door de bosjes en als oma moe is, zegt Sophia dat ze even mag rusten om een sigaret te roken.
Samen beleven ze allerlei avonturen. Ze varen naar een eilandje vlakbij, waar een zakenman een grote en vooral lelijke, in het oog springende villa heeft gebouwd. Er staat dat het eiland niet betreden mag worden. Oma stoort zich nergens aan en even later breken ze zelfs in in de villa. Zo’n avontuurlijke oma is een zegen voor Sophia. Ook delen ze hun angsten en verlangens tijdens de korte gesprekken die ze voeren. Oma denkt veel over vroeger, Sophia leeft juist in het nu en verwondert zich over de kleinste dingen.
Nieuwsgierigheid is misschien wel de belangrijkste drijfveer van alle personages. Tove neemt het advies dat de kritische poppenspeler in Fair play aan Mari geeft duidelijk ter harte:
Eigenlijk is alleen dit het enige wat van belang is: niet moe worden, nooit ongeïnteresseerd of onverschillig raken of je kostbare nieuwsgierigheid verliezen – dan sta je jezelf toe te sterven.
Uit de boeken blijkt dat eilanden niet zozeer een beperking vormen, maar juist een enorm gevoel van vrijheid en autonomie bieden. Je kunt op een eiland doen en laten wat je wilt en in alle rust een ruimte creëren voor jezelf. Of je nu kunstenaar of schrijver bent, kleinkind of grootmoeder. De boeken schetsen, juist ook door hun anekdotische karakter, een tijdsbeeld van een leven zonder stress, zonder de altijd aanwezige en zuigende werking van het internet, zonder de dagelijkse beslommeringen die werk of school met zich meebrengen, maar vol van nieuwsgierigheid en onderzoek naar de omgeving en de personages zelf.
Vrijheid en ruimte, maar zonder dat het leven op een lange en luie vakantie lijkt. Heerlijke boeken waarmee je je op een eiland in de tijd waant, ver weg van hier, maar door in de bladzijden te duiken juist ontzettend dichtbij.
Arjen van Meijgaard
Tove Jansson – Fair play, vertaald door Kim Liebrand met een voorwoord van Ali Smith. De Geus, Amsterdam. 128 blz. € 15,-.
Tove Jansson – Zomerboek, vertaald door Cora Polet en herzien door Lia van Strien. De Geus, Amsterdam. 176 blz. € 21,99.
(foto Jansson: Finnish Heritage Agency, CC BY 4.0, via Wikipedia)
