Recensie: Lidy van Marissing – Reis door loopgraven
De onderstaande recensie komt uit 1981.
Het verzet tegen de macht van taal
In het kielzog van de Robinson Crusoë van Daniel Defoe ontstond in de achttiende eeuw een heel nieuw genre het imaginaire reisverhaal, ook wel ‘robinsonade’ genoemd. Omdat het de auteurs de gelegenheid bood in de vorm van een spannend reisverhaal allerlei ideeën te spuien omtrent opvoeding, godsdienst en staatsgezag, is het genre te beschouwen als een typisch product van de Verlichting. Niet zelden had de beschrijving van niet bestaande werelden een kritische functie ten opzichte van de bestaande wereld.
Iets dergelijks is ook het geval in Reis door loopgraven, het nieuwste boek van Lidy van Marissing. Hoezeer de schrijfster zich in haar boek ook afzet tegen de gangbare literaire traditie, ze heeft dus wel degelijk voorgangers.
De recensent van Reis door loopgraven mag zich ontslagen achten van de plicht het verhaaltje na te vertellen, om de eenvoudige reden dat er geen verhaaltje is. Een van de schimmige personages uit het boek zegt dan ook ergens: ‘Een verhaal maken? Dat is zoiets als het opzetten van vogels.’ En elders staat te lezen: ‘Er is geen verhaal in ieder geval kan ik het niet vertellen.’
Met het vermelden van de vormkenmerken van het boek schieten we niet veel op, omdat deze weinig verschillen van die van andere boeken van Van Marissing: Reis door loopgraven is opgebouwd uit uiteenlopende tekstsoorten, bevat citaten van velerlei herkomst (reclame, politiek, filosofie, literatuur), foto’s, plattegronden, et cetera, et cetera. De beste manier om het boek te benaderen is via de erin verwoorde ideeën, al is dat niet eenvoudig. De typische constructie en schrijfwijze verhinderen het boek te lezen als een ordelijk en samenhangend betoog. Toch valt er wel iets over te zeggen, met name wanneer we aanknopen bij die gedeelten waarin de schrijfster, op een wat meer nadrukkelijke manier zegt wat haar bedoelingen zijn. Gaandeweg valt dan ook iets meer licht op het waarom van haar schijnbaar zo chaotische schrijfwijze.
Door het hele boek heen loopt als thematische (stippel-)lijn het gegeven van de reis, het verkennen van ruimtes. Zo is er sprake van een slechts met M. aangeduide vrouw die alles achter zich laat en op reis gaat. Waarheen zij op weg is, blijft onduidelijk. De ruimtes die ze doorkruist, zijn onherkenbaar en maken vaak een onherbergzame indruk. We bevinden ons onmiskenbaar in een imaginair landschap, in gebieden die slechts ontstaan als ze beschreven worden:
Vóór ik tekens op het papier zet is er niets, alleen een vormeloze brij van min of meer verwarde gevoelens, gedachten en herinneringen. De taal die zij op het blad krast, brengt het landschap in kaart.
Een andere thematische lijn is die van het verzet, het ontsnappen aan allerlei vormen van overheersing en insluiting: de macht van de omgeving, de dwang der omstandigheden, dodelijke verwachtingspatronen. Maar met name het verzet tegen de macht van de taal speelt in dit boek een belangrijke rol. Taal is een instrument waarmee we greep krijgen op de dingen, de werkelijkheid kunnen beheersen. Maar die taal kan ook ons in de greep krijgen: wanneer wat we eigenlijk normaal zouden moeten vinden ‘gek’ wordt genoemd, wanneer wat eigenlijk een chaos is als geordend wordt voorgesteld. Doordat we dagelijks taal gebruiken en met taal worden gebombardeerd, dreigt het gevaar dat we deze als iets natuurlijks gaan ervaren gaan denken dat de taal samenvalt met de werkelijkheid. Gaan denken dat de kaart identiek is aan het landschap. De werkelijkheid gaan waarnemen nemen zoals ons voorgeschreven wordt die waar te nemen.
Al lezende worden we de contouren gewaar van wat Van Marissing bij het schrijven van dit boek voor ogen heeft gestaan. Het voeren van een looploopgravenoorlog tegen de vervreemding door de taal, of zoals ze het zelf zegt:
Het versplinteren van de boodschappen, van de communicatieve orde die een orde van beheersing dus overheersing is, maakt ruimte vrij voor een taal die in geen enkel opzicht het oude machtsspreken vervangt of vernieuwt.
Dat klinkt nogal pretentieus en dat is ook het bezwaar dat ik tegen dit overigens best interessante boek heb. Van Marissing doet het voorkomen of ze een radicaal andere weg inslaat dan al haar ‘voorgangers’. Ook al ziet haar boek er inderdaad radicaal anders uit dan de traditionele roman dan lijkt me dat nog schromelijk overdreven. Ik zou tenminste zo gauw geen grote roman weten waarop niet van toepassing is wat Van Marissing over haar eigen boek zegt: ‘Een poging tot uitbraak deze luchtspiegeling Deze fictie.’
Everhard Huizing
Lidy van Marissing – Reis door loopgraven. Van Gennep, Amsterdam. 292 blz.
Deze recensie verscheen eerder in het Nieuwsblad van het Noorden op 6 november 1981.
