Recensie: Lucas Rijneveld – Als zee uit hond
De moed om weer te zingen
‘Een haas, zeg ik soms, ik ben een haas op de / vlucht voor het schot. Ik probeer mijn / Beschermer te vinden maar die is op zakenreis, / zeggen de jagers zodra ze me in hun vizier krijgen.’ Dit zijn de eerste regels in de bundel Als zee uit hond van Lucas Rijneveld. Zo’n eerste gedicht zet de toon. De ik moet zich staande houden in een gewelddadige en vijandige wereld zonder de bescherming van een god. Hoe blijf je dan overeind?
Lucas Rijneveld debuteerde als dichter, maar brak door met De avond is ongemak, een roman die speelt binnen gelovig boerengezin waarin een jonger broertje van de hoofdpersoon overlijdt en de gezinsleden op verschillende manieren rouwen. De Engelse vertaling won in 2020 de International Booker Prize. Het deels autobiografische verhaal kent nog echo’s in zijn nieuwe dichtbundel. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Schimmenspel’ waarin beschreven wordt hoe een vaas is stukgevallen en de ik de raad krijgt om maar een nieuwe te kopen in plaats van de brokstukken te lijmen. Een eenvoudig gegeven, erkent ook Rijneveld: ‘dit gedicht / lijkt misschien simpel maar verwissel nu / het woord vaas voor broer en alles / is ineens zoveel ingewikkelder.’
Ik bleef wat haken aan dit gedicht vanwege persoonlijke redenen. Mijn zusje is in december 2024 overleden en onlangs viel er een Mexicaans beeldje dat altijd bij haar in de kamer stond, maar na haar dood bij mijn moeder, kapot. Zo’n gedicht haakt dus direct aan je eigen leven. Maar zou ik het drie jaar geleden een goed gedicht hebben genoemd? Ik denk het niet: daarvoor zijn de eindregels te sturend in wat je als lezer moet denken. De boodschap wordt me te nadrukkelijk opgelegd. Ik heb liever de aarzelende, weifelende en twijfelende dichter. Overigens heeft mijn broer het beeldje van mijn zus weer gelijmd, voor zover dat mogelijk was.
De gedichten van Rijneveld kenmerken zich door lange constructies, al gaan ze niet meer over de paginagrens heen en is er meer wit op de pagina te zien dan voorheen waarin de bladzijden soms dichtgemetseld waren met tekst. Rijneveld gebruikt vooral vergelijkingen en klankovereenkomsten in zijn poëzie. En hij gebruikt veel verwijzingen naar andere teksten: de taal van de Bijbel, songteksten en gedichten van anderen. In ‘April’s fool’ lijkt een verwijzing te zitten naar ‘Jonge sla’; Rutger Kopland begint met ‘Alles kan ik verdragen’. Rijneveld eindigt met ‘je kunt alles / verdragen maar jezelf, nee, jezelf (nog) niet.’ Het woordje ‘nog’ tussen haakjes suggereert dat er wel een positieve verandering mogelijk is. Kopland eindigt met:
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
Als dat gedicht werd voorgelezen, met het enige ironische overdrijving in de stem van Kopland, dan werd er altijd gelachen. Je kunt het gedicht ook lezen als een beschrijving van de fragiliteit van jonge mensen en dan sluit het heel wat beter aan bij de thematiek van Rijneveld.
De bundel bestaat uit vier afdelingen: ‘Donkerkeer’, ‘Lichtval’, ‘Lichtgroei’ en ‘Hoogzon’. Dat lijkt een optimistische reeks te zijn. In het laatste gedicht, ‘Tot in het Lucas’, spreekt hij zijn ‘Scheppertje’ aan in een soort gebed. ‘Geef mij ook de / moed om weer te zingen, van je Gloria en Hoger / dan de blauwe luchten, desnoods iets van ABBA / zolang ik maar kwinkeleer’. Daar spreekt de hoop naar betere tijden uit, maar het is vooral de broze kwetsbaarheid die eronder ligt die de gedichten sterk maakt.
Coen Peppelenbos
Lucas Rijneveld – Als zee uit hond. Atlas Contact, Amsterdam. 64 blz. € 22,99.
Lees ook de recensie van Dietske Geerlings op Tzum.
Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 5 oktober 2026.
