Het wonderbaarlijke

Sylvain Tesson onderzoekt in zijn boeken graag de relatie tussen de mens en de natuur, of misschien wat specifieker, in hoeverre de natuur en de mens van invloed zijn op elkaar. Hij reist de sneeuwpanter achterna in de Himalaya, verblijft zes maanden in de Russische wildernis en trekt de Alpen over. In zijn meest recente boek Met de feeën komen geen hoge bergen en wouden voor als locatie, maar kusten en zeeën. Hij vaart per zeilschip vanaf Noord-Spanje naar Schotland, langs de Keltische kustlijn. Boven dit lint ‘hangt dezelfde atmosfeer. Het herbergt hetzelfde vogelvolkje, barst van dezelfde kliffen en botst op dezelfde branding.’

In de golven, de grillige kusten en de ruïnes die hij onderweg tegenkomt zoekt hij naar de essentie. De essentie van wat? Van het bestaan, van de mens die zich er vestigde en de natuur probeerde te bedwingen. En hij zoekt naar de verwondering die voor het grijpen ligt, maar die door de mensen steeds minder gezien wordt.

Zijn vrienden Humann en Benoît begeleiden de schrijver, het schip is volgeladen met boeken waaruit tijdens de reis veelvuldig wordt geciteerd. Vanuit de Golf van Biskaje steken ze over naar Bretagne, varen daarna door naar Zuid-Engeland, om Ierland heen en verder langs de Schotse kust tot aan de Shetlandeilanden. Voorafgaand aan de verschillende delen in het boek staan getekende kaartjes van de gebieden en de zeiltocht. Regelmatig gaat Tesson aan land voor één of enkele dagen, hij wandelt of fietst een deel van de reis en wordt dan later weer opgepikt. Op zee wisselen de mannen elkaar af en draaien ze diensten, waarbij de nacht natuurlijk genoeg tijd en ruimte biedt om na te denken.

Al op de eerste bladzijden komt hij met een prachtig aforisme: ‘Alles in deze wereld is veranderd, behalve het woelen van de zee, de weidsheid van de hemel en de warmte van de zon op de huid.’ Er volgen nog veel van dit soort wijze overdenkingen. Tesson toont zich een reisschrijver pur sang, hij verbindt wat hij onderweg ziet en bezoekt met zijn kennis, met de geschiedenis, maar ook met wat er nu speelt in de wereld.

Het feeërieke uit de titel zit hem in wat hem opvalt, beter gezegd, het wonderbaarlijke dat onverwacht tevoorschijn springt. ‘Als je het zoekt, kruipt het weg; als je het vast tracht te grijpen, verdwijnt het, het valt lastig te vatten, laat staan te omschrijven.’ Aan de hand van beschrijvingen van de kusten, van de zee en de zon, maar ook van het kleine en onbeduidende, laat Tesson zien wat hij met het wonderbaarlijke bedoelt. ‘Het doet zich voor zonder oorzaak, het schittert zonder enig waarom en behoeft niet gestut te worden met geleerde verwijzingen.’ Dat is een grappige paradox, want door het hele boek heen verwijst Tesson naar allerlei bronnen en wetenswaardigheden. Spreekt hij zichzelf expres tegen?

Hij bezoekt grafheuvels, fietst langs eeuwenoude stenenmuurtjes, overnacht onder andere op het eiland Bradley bij Wales, waar zich het graf van tovenaar Merlijn zou bevinden. Het wonderbaarlijke van Tesson zit hem ook in het magische, de link met het ongrijpbare verleden, de verhalen die ooit verteld werden. Zo bezoekt hij het strandje in Ierland waar Brandaan aan boord zou zijn gegaan.

Met de feeën is geen boek om in één ruk uit te lezen, maar een boek met zinnen om af en toe te herlezen en te herkauwen en bij jezelf na te gaan of je genoeg let op het kleine en wonderbaarlijke, maar ook om met hem en zijn reisgenoten te genieten van de Keltische kusten. Hij laat zien dat alles met elkaar in verbinding staat als je er maar op let.

Zou hij het gedichtje van K. Schippers kennen?

Als je goed om
je heen kijkt,
zie je dat alles
gekleurd is.

Vast niet, maar het raakt zeker aan de kern van dit boek.

Arjen van Meijgaard

NB Eef Gratama, de vaste verstaalster van Tessons boeken, had het contract voor de vertaling van Met de feeën al getekend, maar moest de opdracht teruggeven doordat ze ernstig ziek werd. Helaas werd ze niet beter, en ze overleed in 2025 op 63-jarige leeftijd. Spijtig dat ze niet meer met dit boek aan de slag kon gaan. Roland Fagel heeft uiteindelijk voor een knappe vertaling gezorgd.

Sylvain Tesson – Met de feeën – Per zeilschip door de Keltische zeeën. Vertaald door Roland Fagel. De Arbeiderspers, Amsterdam. 200 blz. € 21,99.