Een literaire sudoku

In Mijn hart, mijn cheeta wordt het naoorlogse Nederland verweven met mythologische motieven als de Griekse held Odysseus, de zondvloed en sprekende dieren. Maar is dat voldoende voor een spannend verhaal?

Net als in zijn roman Franklin, waarmee hij in 2001 de Libris Literatuurprijs won, vertelt Tomas Lieske in zijn nieuwe boek het verhaal van een vroegwijze jongen die door zijn ouders wordt verwaarloosd. Moeder ligt meestal ziek op bed, vader brengt zijn dagen knutselend door in het schuurtje achter het huis. Omdat de elfjarige Stephen in een voorbereidingsklas van het gymnasium zit, krijgt hij alvast les in mythologie. Zo maakt hij kennis met de Odyssee, het klassieke dichtwerk van Homerus over Odysseus die na de Trojaanse oorlog een legendarische reis naar huis maakt. Wanneer het huis van Stephen, gelegen in het Haagse Bezuidenhout, vanwege een zinkgat grotendeels onbewoonbaar wordt, gaat Stephen ook op reis. Dat doet hij samen met zijn vriendin Molly en zijn trouwe kat Servio Tulio, roepnaam Tuli. Gedrieën gaan ze op zoek naar een nieuw thuis. Net als Odysseus ontmoeten ze onderweg allerlei mysterieuze figuren en beleven ze de wonderlijkste dingen. Ondertussen heeft Stephen last van een aangeboren hartafwijking. Zijn hart kan te keer gaan als een razendsnelle cheeta die uit de bocht vliegt en dan amechtig op apegapen ligt.

Het verhaal van Mijn hart, mijn cheeta heeft niet veel om het lijf. Nauwelijks plot, weinig spanning en de personages willen maar geen mensen van vlees en bloed worden. Stephen ligt wekenlang in het ziekenhuis, en als zijn vader eindelijk eens op bezoek komt zegt deze:

‘Zo, beste knul.’
De vaderlijke toer, dacht ik.

Dat is dus niet hoe een jongen van elf reageert.

Waarschijnlijk heeft Lieske ook helemaal geen levensechte personages willen creëren. Wat hij wel wilde is: spelen met het klassieke Odysseusverhaal en ook met een van de grote romans van de twintigste eeuw, Ulysses, van de Ierse schrijver James Joyce. Deze roman, verschenen in 1922 en gebaseerd op het leven van Odysseus, staat erom bekend even geniaal als onleesbaar te zijn. Zo beroemd is Ulysses dat uw recensent van dienst, die zich nooit aan dit boek waagde, toch weet dat het amper een plot heeft en dat personages genaamd Stephen en Molly er een belangrijke rol in spelen. Ook weet hij dat God en de rooms-katholieke kerk er bij Joyce niet best vanaf komen.

Met deze voorkennis wordt het lezen van Mijn hart, mijn cheeta toch nog spannend. Dan verandert de taaie roman namelijk in een literaire sudoku die opgelost wil worden. Stephen en Molly doen niet alleen de reis van Odysseus, maar ook de belevenissen van Stephen en Molly uit Ulysses dunnetjes over. Stephens veelal afwezige vader staat voor de afwezige Odysseus, maar misschien ook voor de afwezige God van de christenen. Zijn bedlegerige moeder vertegenwoordigt de roomse moederkerk die haar zorgplicht verzaakt, maar als ze door uitputting slechts één oog kan openen, is ze natuurlijk een Cycloop. De dieren die pratend worden opgevoerd hebben stuk voor stuk mythologische tegenhangers. Puzzelen maar. In de hoop dat je het als lezer af en toe bij het juiste eind hebt.

Kundig vermijdt Lieske de clichés en platitudes die moderne romans vaak ontsieren. Bij Lieske wordt er niet om de andere bladzijde gezucht, er worden niet om de haverklap schouders opgehaald, wenkbrauwen gefronst of blikken geworpen, en de lezer schrikt niet voortdurend op van stiltes die vallen. Tomas Lieske is beslist een uitstekende stilist.

Maar mijn hemel, de voorkennis die je als lezer moet hebben! En wat had Lieske de lezer kunnen plezieren met een verhaallijn, en met personages van vlees en bloed!

Frans Willem Verbaas

Tomas Lieske – Mijn hart, mijn cheetah. Querido, Amsterdam/Antwerpen. 248 blz. € 24,99.

(Deze recensie verscheen eerder in het Friesch Dagblad van 17 oktober 2026.)