Parallelle werelden

Eerder dit jaar kwam De Wachtkamer van Europa – Een bezoek aan de vluchtelingen op Lesbos uit, waarin Aimée de Jongh verslag deed van haar bezoek aan een vluchtelingenkamp op Lesbos in 2017. De zaken die ze daar zag, de gesprekken die ze voerde, ook bij herhaalde bezoeken aan Lesbos in 2024 en 2025 zijn uitgemond in in het fictieve verhaal Samir. Samir is de jongste zoon van een gevluchte Syrische familie. Er was nog een andere zoon, maar die is op zee bij de oversteek verdronken.

Elk vluchtelingverhaal is anders, maar alle verhalen lijken ook op elkaar. Zodra je mensen, wat in de politiek nogal vaak gebeurt, tot een anonieme groep kunt terugbrengen, een groep die een gevaar inhoudt, dan kun je makkelijk wegkijken van de problematiek van vluchtelingen. Zodra je het over individuen hebt, wordt het lastiger. Een vluchteling moet vooral geen naam en gezicht krijgen. En dat nu net wat De Jongh wel doet. Tegenover het vluchtelingenkamp zet zij een stel toeristen neer die op Lesbos hun vakantie vieren. Parallelle werelden op één eiland. Werelden gescheiden door de route naar het eiland.

Samir is een jongen die van voetballen houdt, maar door zijn hartconditie verbiedt zijn vader hem om mee te doen met de andere kinderen in het kamp. We zien hem door het kamp lopen met een lege jerrycan achter zich aan slepend. Dankzij die jerrycan, die hem drijvend hield op zee, is hij nog in leven. We zien hem via de vertaalapp op de telefoon contact maken met een meisje van zijn leeftijd uit een ander vluchtelinggezin. Dat meisje leidt hij rond in het kamp en dat geeft De Jongh de mogelijkheid om via Samir de lezer te informeren over het reilen en zeilen van zo’n vluchtelingenkamp.

De kracht van Aimée de Jongh zit (en haar briljante Dagen van zand is daar nog steeds het beste voorbeeld van) vooral in de bladzijden zonder tekst. Een mooi voorbeeld zie je als de ouders van Samir voor de zoveelste keer hun vluchtverhaal moeten toelichten aan ambtenaren die ervoor kunnen zorgen dat zijn familie verder kan reizen. Na afloop ziet hij zijn ouders en de andere mensen die verhoord werden als dossiernummers. In de dagen erna eet hij niets meer, kwijnt hij weg en krijgen zijn ogen de starende leegheid van iemand die te veel heeft meegemaakt. Het is De Jongh die van die dossiernummers weer mensen maakt. In dagen van toenemend populisme is Samir een noodzakelijke strip.

Coen Peppelenbos

Aimée de Jongh – Samir. Scratch, Amsterdam. 176 blz. Hardcover. € 29,95.