In retraite op een eiland in Ierland

Het lezen van Heksensteen van Sinéad Gleeson voelt een beetje als voor een poosje in retraite gaan in de ongerepte natuur van Ierland. Het verhaal speelt zich af op een eiland met niet veel meer dan een vuurtoren, minimarkt en pub. Je kruipt in de huid van kunstenaar Nell voor wie het eiland een grote inspiratiebron is en maakt net als zij kennis met de geheimzinnige vrouwengemeenschap van de Iníons, die zich hebben teruggetrokken op een afgelegen klif van het eiland.

Het ongerepte van de natuur bestaat allereerst uit het onherbergzame landschap van rotsen, bloemenweiden, bos en stille landwegen. Ook het onstuimige weer hoort daarbij: de onophoudelijke wind die regelmatig overgaat in een nietsontziende storm en de bijna dagelijkse miezer of regen. Dit alles laat daarnaast sporen na in de karakters. Nell is een onafhankelijke ziel die zich het ene moment niets laat zeggen en zich het andere moment stiekem voor het raam van Cleary, een van de andere eilandbewoners, opstelt om de eenzaamheid te verdrijven. Dat laatste lukt niet zo erg, want juist dan voelt ze zich nog meer buitengesloten:

Cleary maakt een biertje open. Een ciotóg. Linkshandig. Iets wat ze vroeger hier op school uit kinderen probeerden te slaan. De kamer is sober ingericht. Een vierkante televisie, een plank met een handjevol gebruiksaanwijzingen of landkaarten of iets dergelijks. Bij de kachel staat een gammel wasrek met wat ondergoed en een wollen trui eraan. Ze wordt overvallen door een onverklaarbaar verdriet. Niet namens hem, of om hem. Maar om zichzelf. Dat ze, ondanks het optellen van jaren, niet is waar ze zou kunnen zijn. Het feit dat ze altijd het gevoel heeft dat het juiste antwoord net buiten bereik is.

De ongepolijste karakters van Cleary en Nell, die uiteindelijk een kortstondige relatie krijgen, zou je wel wat stereotiep kunnen noemen. Nell is op het eiland het artistieke buitenbeentje, over wie in de pub geroddeld wordt. Cleary is de stoere, ruwe eilandbewoner die haar rustig voor drie weken aan haar lot overlaat om werk te vinden op een booreiland.

Vanuit de Iníons komt de vraag of Nell ter ere van hun lange geschiedenis een kunstwerk wil maken. Daarvoor bezoekt zij de gemeenschap en raakt met verschillende vrouwen in gesprek.
Net als de karakters wordt ook de vrouwengemeenschap wat clichématig beschreven. Maman is de moederoverste van het klooster en al spoedig blijkt de gemeenschap niet alleen een vredelievend, verstild toevluchtsoord voor vrouwen uit alle windrichtingen, maar blijkt zij ook wat sektarische trekjes te hebben. Kritische opvattingen worden in de kiem gesmoord en Maman lijkt een dubbele agenda te hebben. En als er dan ook nog een mysterieus geluid uit het binnenste van de heuvels klinkt dat niet door iedereen gehoord kan worden en een wig dreigt te slaan tussen Cleary en Nell, voel je al dat dit alles niet lang goed kan gaan.

Toch behoudt het boek zijn charme, misschien wel vooral door de beschrijving van het landschap en de eenvoud van de interieurs. Nell mag dan vanaf haar laptop foto’s van haar borsten sturen naar Cleary, die wekenlang alleen tussen de mannen op het booreiland zit, maar haar koelkast is bijna permanent leeg. Ze moet het hebben van de schamele oogst uit haar moestuin. Je ruikt bijna het vocht in de rommelige ruimtes waar natgeregende personages plasjes op de vloeren vormen. Je proeft de gezouten vis en de glazen gin. Het retraite van de lezer leidt misschien niet tot een spirituele reiniging, maar een innemend avontuur is het zeker.

Dietske Geerlings

Sinéad Gleeson – Heksensteen. Vertaald door Astrid Huisman. Uitgeverij HetMoet, Amsterdam. 318 blz. € 24,99.