Recensie: Uschi Cop – Dodeman
Een belangwekkende roman die niets onuitgesproken laat
Zonder omwegen opent Uschi Cop de roman Dodeman met een ongemakkelijke waarheid, en vanaf de eerste pagina’s hangt er iets dreigends in de lucht. De hardnekkige ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en het geweld dat vrouwen wereldwijd blijft treffen, sijpelen door in elke laag van dit debuut.
De geëngageerde auteur wil behalve vertellen ook ontregelen en blootleggen. De roman beweegt zich zo op het snijvlak van literatuur en maatschappelijke urgentie, waar fictie niet alleen verbeeldt, maar ook dwingt tot kijken en erkennen. Nu deze problematiek steeds nadrukkelijker aanwezig is in het publieke debat, voelt Cops roman niet vrijblijvend, maar confronterend: een roman die de lezer geen comfortabele afstand gunt.
Het verhaal draait rond de onverwachte terugkeer van hoofdpersoon Ise naar haar ouderlijk huis, na een onheilspellend telefoontje. In het huis waar ze is opgegroeid, wordt Ise geconfronteerd met sporen van een geschiedenis die zowel persoonlijk als diep relationeel verankerd is. Centraal staat de tweelingzus Ursula met wie Ise een complexe en beladen band onderhoudt en die in het ouderlijke huis woont. Gaandeweg wordt hun relatie steeds verder ontrafeld; via herinneringen, suggesties en nieuwe onthullingen die het beeld van hun gedeelde jeugd voortdurend doen verschuiven. Hun verbondenheid is allesbehalve eenduidig: ze functioneren als spiegel én tegenpool, waarbij een onderhuidse spanning de dynamiek tussen hen blijft bepalen en zich geleidelijk verbindt met de bredere maatschappelijke thematiek van de roman.
Dodeman lijkt voortdurend op meerdere registers te willen spreken: als maatschappijkritisch werk, als feministisch statement en als narratief gedreven roman. In die gelaagdheid stapelen beschouwingen, feiten en interpretaties zich op, en krijgt stilte of adem weinig kans. De roman wil laten zien wat er gebeurt, maar ook uitleggen en duiden wat dat betekent. Daardoor ontstaat een zekere overbepaling: het verhaal draagt zijn betekenis niet vanzelf, maar wordt voortdurend aangevuld en bevestigd. Zo komt de verhalende lijn onder druk te staan, en blijft er minder ruimte over voor de lezer om zelf betekenis te construeren of de gebeurtenissen te laten resoneren.
Die spanning hangt samen met de manier waarop de roman de lezer positioneert. Dodeman lijkt de lezer niet permanent te vertrouwen. Er zijn momenten, vooral in de brieven van Ursula aan haar zus, dat niet alles wordt ingevuld en de lezer, als mede-bouwer van het verhaal, zelf verbanden moet leggen. Op andere momenten gebeurt het tegenovergestelde. Wanneer feiten, analyses en expliciete stellingnames domineren, vult de roman zelf in wat er gedacht of begrepen moet worden, zodat de lezer eerder ontvanger is dan deelnemer. Op deze manier is er sprake van een wisselend leescontract: Dodeman schakelt tussen vertrouwen in de verbeeldingskracht van de lezer, en de behoefte om betekenis expliciet te sturen.
Daar komt bij dat Dodeman niet consequent vertrouwt op implicatie en suggestie. Waar literatuur vaak aan kracht wint door wat ze niet expliciet uitspreekt, kiest Cop er geregeld voor om thematische stellingnames rechtstreeks te formuleren. Dit gebeurt vooral in de hoofdstukken met dialogen tussen vrouwen binnen een feministische groep die verandering voorstaat. Die scènes voelen soms geforceerd aan, omdat de personages minder spreken als individuen met een eigen stem dan als dragers van standpunten. Dat doet afbreuk aan hun geloofwaardigheid en beperkt de emotionele betrokkenheid van de lezer.
Ook stilistisch vertoont de roman enkele zwakke plekken. Cop maakt veelvuldig gebruik van metaforen en symboliek, maar zet die niet altijd met variatie of terughoudendheid in. Kruiden bijvoorbeeld functioneren als een soort verdovend middel, anderzijds als iets dat ingezet kan worden om schade toe te brengen. Door herhaling verliest dat beeld aan kracht en scherpte, en verschuift het van suggestief naar nadrukkelijk. Hetzelfde geldt voor de titel die meerdere keren terugkeert. Pas tegen het einde krijgt die verwijzing echt gewicht, maar dan is het verrassingseffect inmiddels getemperd.
Deze kritiekpunten kunnen het belang en de kracht van Dodeman niet tenietdoen. Integendeel: de intensiteit en de woede maken de urgentie van de thematiek voelbaar. Cop stelt fundamentele vragen over rechtvaardigheid, verzet en de grenzen daarvan, en confronteert de lezer met morele dilemma’s die geen eenvoudige antwoorden toelaten. Bovendien geeft zij een stem aan ervaringen die in de maatschappelijke werkelijkheid te vaak worden gemarginaliseerd of genegeerd. In die zin vervult Dodeman een belangrijke functie: het dwingt de lezer om niet weg te kijken van ongemakkelijke waarheden.
Anna Husson
Uschi Cop – Dodeman. Arbeiderspers, Amsterdam. 432 blz. € 26,99.
