Recensie: Tillie Olsen – Vertel me een raadsel
De rust van het alleen-zijn
Wanneer je bedenkt dat Tell Me a Riddle van Tillie Olsen in 1961 verscheen, dan moet je de schrijfster niet alleen prijzen voor haar stilistische lef, maar ook voor de onderwerpkeuze, voor de vorm die Olsen voor deze vier verhalen koos. Dankzij onder meer een subsidie in het kader van schwob.nl van het Nederlands Letterenfonds is nu eindelijk een vertaling beschikbaar. Hieruit blijkt gelijk de kracht van dergelijke regelingen. Je krijgt de kans om in contact te komen met tot dan toe onbekende klassiekers uit de wereldliteratuur.
Vertel me een verhaal opent met Ik sta te strijken, een monoloog interieur van een vrouw die, nou ja, aan het strijken is. Niets zo gewoon, zo dagelijks als een huishoudelijke klus. En daarmee heb je gelijk de kern van dit werk van Olsen te pakken: de gewone burger die in het midden van de vorige eeuw in de Verenigde Staten het hoofd boven water probeert te houden. Bijzonder. Ontstaan in 1953 en ’54.
Er speelt zoveel meer in dit verhaal. Met elke beweging van de bout probeert ze vragen te beantwoorden, tracht als het ware een leven glad te strijken. Deze hele bundel valt op door ritme, door verschillende onderlagen. Toen de vrouw negentien was kreeg ze een kind, ‘in de crisisjaren, voor een uitkeringsstelsel en de werkverschaffing’. De baby werd ondergebracht bij een buurvrouw.
Want ik was aan het werk of op zoek naar werk, omdat de vader van Emily ‘het niet langer kon verdragen om met ons in armoede te leven’, zoals hij in zijn afscheidsbriefje schreef.
Uit het relaas, het oppakken als het ware van steeds een nieuw kledingstuk waar messcherpe vouwen in worden gestreken, blijkt de onwetendheid van de moeder, de harteloosheid ook van de maatschappij, de andere kijk op opvoeding en scholing in die dagen. Met twee kon het kind wel naar de bewaarschool. Niet veel meer dan een strenge parkeerplek.
Een oude man raadt de vrouw aan om eens wat te glimlachen naar het kind. Die raad neemt ze pas bij de andere kinderen ter harte. Met een nieuwe man maakt ze zich wijs dat Emily oud genoeg is om alleen te blijven wanneer de twee uitgaan. Wanneer er een nieuwe baby komt kan Emily volgens het consultatiebureau wel naar een ‘herstellingsoord op het platteland’, waar het (!) verboden is om de kinderen bij bezoek aan te raken, genegenheid te tonen.
Emily is uiteindelijk comédienne geworden, ‘gevangen in haar uitzonderlijkheid als daarvoor in haar anonimiteit’. De liefde van haar moeder was vol zorgen, niet vol trots. Werkelijk onderhuids een hartverscheurend goed verhaal.
In het verhaal Hé zeeman, waar ga je heen? moet je regelmatig naar adem happen. Het is uiterst fragmentarisch, maar dat past bij de echte zeerob die letterlijk elke keer wanneer hij komt passagieren bij een bevriende familie aan lager wal raakt, de drank die hem regeert, de taal van Olsen die passend hakkelt, via de protagonist van de hak op de tak gaat, passend bij de orale traditie van het zeemansleven. Tijdens zijn voorlaatste bezoek – de enige huiselijke plek waar naar het schijnt hij nog welkom is – verbleef hij vijf weken in het zeemansziekenhuis. Hoofdpersoon Whitey, die allerlei pseudoniemen hanteert, is een geweldige verhalenverteller. Prachtige brokstukken wanneer hij over zeelieden spreekt. Hij noemt de bewoners een ‘stel tevreden wrakstukken’.
Te veel herinneringen na vijfentwintig jaar varen, op en af. Alle plaatsen en gezichten lopen in elkaar over. Hé zeeman, waar ga je heen? is een fraai zeemansamalgaam. Eveneens daterend uit 1953 en opgedragen aan ene Jack Eggan, een zeeman die in 1938 gesneuveld is in Spanje tijdens de terugtrekking over de Ebro.
In het verhaal O yes wordt de witte twaalfjarige Carol door haar moeder meegenomen naar een kerkdienst vanwege de doop van haar gekleurde vriendin Parialee. Ze zijn de enige ‘buitenbeentjes’ in de gemeenschap. Steeds meer gelovigen, jong en oud, raken in vervoering.
De predikant scandeert, zweept op, de mensen roepen ‘O yes’. De gemeenschap raakt langzaam in extase. Carol, onbekend met dit fenomeen, deze beleving, ‘gaat kopje onder in de diepe golf van deinende stemmen’. Ze valt bijna flauw, wordt buiten weer bij gebracht. De volwassenen zien er een vooraankondiging in van de definitieve scheiding van de vriendinnen, die door vooroordelen, door de maatschappelijke verhoudingen in die tijd gedwongen worden om elk hun eigen weg te gaan. De maanden verstrijken en het schiften is onherroepelijk.
Maar de ervaring blijft Carol achtervolgen. Steeds als ze een schoolgenootje ziet die indertijd in de kerk gilde en schokte, hoort ze het weer. ‘Het is net of ik háár ben, mama. O, waarom lijkt het nou of het mij overkomt?’ De moeder heeft allerlei redenen paraat. Olsen beschrijft ze, maar de moeder houdt ze voor zich. Een verhaal als een gospel. O, yes. Gedateerd 1956.
Het titelverhaal zou je ook een mooi afgeronde novelle kunnen noemen. Olsen, zelf een dochter van Joods-Russische revolutionairen die na de mislukte revolutie van 1905 naar de VS waren gevlucht, bezingt hierin het moeizame immigrantenbestaan van Eva en haar man David. Vijftig pagina’s waarin duidelijk wordt dat Eva en David zelf het raadsel zijn.
David die naar het bejaardentehuis Thuishaven (!) wil verkassen. Eva die eindelijk een eigen huis voor zichzelf heeft, tijd om te doen wat ze altijd wilde: lezen en naar muziek luisteren. Zeven kinderen allang het huis uit, uitgewaaierd over verschillende staten.
Het gekibbel tussen de twee is meesterlijk weergegeven. Maar ook hier speelt er veel meer. Olsen is pijnlijk geestig. Beiden spelen het spel voor de lieve vrede mee. Een strijd die door de ziekte van Eva wordt beslecht. Kan de route naar de dood nog indringender, nog mooier worden beschreven? Olsen gebruikt, in de hele bundel overigens, op heel natuurlijke wijze, songteksten en citaten uit de wereldliteratuur.
De twee vertaalsters vullen de vier titels aan met een fris nawoord, waarin ook de achtergrond van Olsen aan bod komt – die achteraf gezien veel verklaart – en de perikelen die je bij het vertalen kunt ondervinden. Je kunt het uiteindelijk alleen maar eens zijn met de dames. Deze bundeling is niet pamflettistisch, maar onderhuids speelt er veel.
Volgens Olsen is kunst zelf misschien wel de boodschap om te blijven hopen, om de moed erin te blijven houden. De hoop op een menswaardige wereld. Ongeacht afkomst, kleur, gender of sociale klasse. Vertel me een raadsel is er een uniek voorbeeld van.
Guus Bauer
Tillie Olsen – Vertel me een raadsel. Vertaling en nawoord Juliette van Dijk & Anne Marie Koper. Van Oorschot, Amsterdam. 128 blz. € 22,50.

