De Hongaarse schrijver Péter Nádas is op 83-jarige leeftijd overleden. Uitgeverij Van Gennep had al enkele romans van de schrijver in vertaling uitgebracht, maar met het vuistdikke werk Het boek der herinneringen verobderde Nádas een groter publiek.
Nádas werd regelmatig genoemd als één van de kandidaten voor de Nobelprijswinnaars voor literatuur. Ook in Nederland kreeg hij lovende kritieken. Over Het boek der herinneringen schreef NRC Handelsblad:

De lezer voelt het bijna ongegeneerde plezier dat Nádas in schrijven heeft. Het lijkt erop dat de zinnelijkheid waar de hoofdfiguur zo mee worstelt in de pen van de auteur is gevloeid. Niet gestoord door welke heersende mode dan ook schetst hij barokachtige kleine genrestukjes, afgewisseld door grote Rubensiaanse doeken vol van de meest uiteenlopende lichaamssappen, door revolutietaferelen of portretten geschilderd met het subtiele penseel van Rembrandt. Het geheel levert geen bonte lappendeken op, maar een kunstwerk waarop de hele twintigste eeuw te zien is in al zijn gruwelijke pracht.

De laatste boeken van Nádas zijn niet meer vertaald. Michel Krielaars sprak daarover zijn teleurstelling al uit in 2013 toen hij in een boekhandel in Frankfurt wel een Duitse editie zag liggen.

Toen ik die boeken zag liggen heb ik ze meteen gekocht, omdat ik niet verwacht dat ze ooit in het Nederlands verschijnen. Want hoeveel moois er nog altijd op het gebied van de hedendaagse buitenlandse fictie in het Nederlands uitkomt en hoe optimistisch de uitgevers hier ook mogen doen, ik heb toch de indruk dat ik iets mis, vooral als het om andere talen dan het Engels gaat. En dat gemis wordt met het verstrijken der jaren groter.



(foto: Gáspár Stekovics, CC BY 4.0, via Wikimedia)