Buitenshuis, Binnenkamers, Home

De liefde laat zich niet kooien, maar dat besef heeft een vijftienjarige nog niet of nauwelijks. De debuutroman Drift – de korte titel is in de laatste tijd – van psychologe en tangodanseres Ellen van Pelt (1980) laat duidelijk zien hoe een beslissing die in eerste instantie in een opwelling is genomen, tot een zekere ontwrichting kan leiden bij de betrokkenen wanneer er geen keuze wordt gemaakt. Drift lijkt in dit geval niet op lust, op de oerdrift te slaan, maar eerder op de Schelde bij Antwerpen en op de rusteloosheid van een van de hoofdpersonages. Het water spreekt, verontrust, bedreigt, doodt en kalmeert tegelijk.

9789028426450_VRKHet is 1997. Eloïse is een drieëndertigjarige architecte. Samen met haar zachtmoedige man Seth heeft ze een babydochter: Louisa. Na vier jaar in Vlissingen te hebben gewoond, keert ze terug naar haar geboortestad Antwerpen. In een roes van herinneringen komt ze haar vurige ex-liefde Jacob tegen. Een einzelgänger, een kunstenaar, aan wie ze hopeloos verslingerd is, voor wie ze eigenlijk op de loop is gegaan. Eloïse lijkt een postnatale depressie te hebben, weet niet goed om te gaan met het moederschap. In die staat van verwarring besluit ze met Jacob mee te gaan naar Frankrijk. ‘Om een essay te schrijven,’ zegt ze tegen haar man.

Voor haar vertrek krijgt ze van haar moeder schriften mee die haar vader vijf jaar eerder vol heeft geschreven met ontboezemingen, met een verklaring voor zijn gedrag. Hij weet dan namelijk dat hij in het eerste stadium van dementie verkeert. Een trein die al snel meer vaart maakt.

Van Pelt deelt de geschiedenis die ze wil vertellen op in twee lijnen. Eloïse en haar vader Louie, middels zijn schriften, zijn afwisselend aan het woord. Vormtechnisch zit dit debuut dus ook goed in elkaar. De hoofdstukken van de dochter hebben titels en vertellen op die wijze een eigen verhaal. Titels bij hoofdstukken hebben iets aangenaams poëtisch, ballen de tekst als het ware samen. ‘Vluchthuis, Drijfzand, Ontheemd, Barsten, Renovatie, Voorlopig verblijf, Waterhuis, Oorsprong, Sleeptouw, Vreemd grondgebied, Buitenshuis, Binnenkamers, Afbraak, Rivierkeien, Avondmaal, Home.’

De belofte van een thuiskomst, ook in overdrachtelijke zin. Louie heeft ooit een dubbelleven geleid. Hij heeft oprecht van twee vrouwen gehouden, vrouwen die elkaars tegenpolen waren. De een Dionysisch, de ander Apollinisch. Vrouwen die het van elkaar weten, die het gedogen, en misschien zelfs meer dan dat. Die een zeker respect voor elkaar hebben. Door het lezen van de schriften kan Eloïse haar woede een beetje beteugelen, beseft ze langzaam dat haar vader zijn keuze niet uit lafheid heeft gemaakt. Het getuigt juist van moed om de liefde buiten de conventies te beleven. De enige fout die er door haar vader en zijn twee vrouwen is gemaakt, is dat ze hun kinderen niet op de hoogte hebben gesteld, althans veel te laat aan de twee meisjes uit de doeken hebben gedaan hoe het zat, hoe het kalendergewijs werkte.

Haar vader was piloot bij de burgerluchtvaart en dus veel op reis. Hij ging er abusievelijk vanuit dat de twee vrouwen met elk een dochter van hem het bij zijn afwezigheid wel zouden rooien. Onderhuids bestaat er veel onvrede. Onvrede die zich bij Eloïse meer uit dan bij haar halfzus Jolien. Na een avond bij een vriendin in een fijn kibbelend gezin, vraagt Eloïse aan haar moeder of er nog een broertje of zusje bijkomt.

‘Eentje is voor mij genoeg,’ zei ze. Toen had ze met mij over Jolien moeten spreken. Ze koos ervoor om te zwijgen.’

Drift wordt gekenmerkt door een fijn geserreerde stijl. Het is overigens begrijpelijk dat Eloïse meer moeite heeft met de situatie. Een mooie twist van Van Pelt. Niet de moeder van Jolien is de buitenvrouw. Haar kunstzinnige moeder is zelf de ander! Dat moet een enorme klap zijn geweest. Van Pelt werkt in deze roman mooi terloops met parallellen en tegenpolen en de o zo noodzakelijke dilemma’s. Hoe handelt Eloïse immers zelf, kopieert zij haar vader niet? Is Jacob immers niet haar Dionysus?

De geschriften van vader hebben een mooie zweem van wanhoop over zich, de wanhoop voor het verlies van zijn verstandelijke vermogens, de wanhoop over zijn moeilijke relatie met Eloïse. Het is een geverniste smeekbede om haar besef, om haar begrip. Hij houdt haar steeds maar voor dat het een illusie is dat je het leven kunt controleren. De mens is van nature verscheurd. Het moet Eloïse toch ook pijn doen dat ze haar vader nu niet meer kan bereiken. Hij herkent haar niet meer als zijn dochter.

Bij een dergelijke goedverzorgde roman past alleen een suggestief einde. Hulde! Het doet deugd dat er, met Ellen Van Pelt, Isabelle Rossaert en Anne Neijzen in gedachte, de laatste tijd zoveel uitstekende debuten van schrijfsters (in spe) verschijnen.

Guus Bauer

Ellen van Pelt – Drift. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 160 blz. € 17,99.

Reacties