Tot de hardcore bezoekers behoor ik niet, maar in de loop der jaren heb ik al heel wat Van der Leeuw-lezingen meegemaakt. In 1987 bijvoorbeeld spraken Amos Oz en co-referent Joop den Uyl in de Martinikerk in Groningen. Misschien heb ik dat goed onthouden omdat de politicus binnen enkele maanden overleed. Van de lezingen weet ik me niets meer te herinneren. Ook niet van recentere lezingen. Ik wist zelfs niet eens wie er vorig jaar spraken (Ilija Trojanow en Arnon Grunberg). Het onderwerp van de lezing van Joshua Foer ‘Het geheugen na de zondvloed’ was dan ook wel aan mij besteed.

Samen met hoofdredactrice Roos Custers sta ik in de enorm lange rij voor de Martinikerk. Bij vroegere edities werden nog wel eens twee deuren opengedaan, nu moeten dik duizend mensen door één deur naar binnen. Naarmate de aanvangstijd nadert worden de kaartjes minder gecontroleerd (als wij aan de beurt zijn, mogen we zelfs gewoon doorlopen). Een half uur in de rij wachten om uiteindelijk helemaal achterin de Martinikerk terecht te komen, maar volgens organisator Douwe Draaisma mochten we ons toch bevoorrecht voelen, want dit intellectuele social event had met gemak drie keer zoveel kaartjes kunnen weggeven, zoveel vraag was ernaar. We stellen ons tevreden met het zicht op een tv-monitor die op twintig meter afstand staat, voor een pilaar die het uitzicht ontneemt op het spreekgestoelte. Met weemoed denken we terug aan die ene keer dat we VIP-kaarten hadden en vooraf al borrelend en hapjes etend mochten wachten in de ‘librije’ van de kerk om daarna als laatsten de kerk te betreden, waarna we vooraan op gereserveerde stoelen konden plaatsnemen, terwijl het gepeupel al een half uur zat te blauwbekken op de kerkstoeltjes.

Joshua Foer schreef met Het geheugenpaleis een bestseller. Het geheugen, Draaisma weet daar alles van, staat volop in de belangstelling. De lezing van Foer (geboren in 1982, één jaar voor de eerste Van der Leeuw-lezing) is humoristisch en onderhoudend. Het begin is al opmerkelijk: omdat hij wat klein van postuur is, gaat hij op een blok staan, zodat hij wat beter zichtbaar is. Foer maakt meteen een kwinkslag en start meteen zijn lezing. Opvallend genoeg lijkt hij de tekst van zijn lezing uit zijn hoofd te kennen, bijna nooit hoeft hij op het papier te kijken waar hij is. Daardoor lijkt het alsof hij voor de vuist weg oreert.

[youtube]https://www.youtube.com/watch?v=p0wk4qG2mIg[/youtube]

Wat herinneren we ons eigenlijk nog? Een filmpje op YouTube laat zien hoeveel afgestudeerde studenten van Harvard weten over simpele vragen, in het bovenstaande geval: hoe ontstaan seizoenen? Vragen waarop een simpel antwoord mogelijk is, een antwoord dat als het goed is al op de lagere of de middelbare school aangeleerd kan zijn. Nu kunnen we deze studenten allemaal wel uitlachen omdat ze een foutief antwoord geven, maar dan is het goed om eens na te gaan wat we zelf nog onthouden hebben van ons eerste studiejaar, aldus Foer. Heel veel meer dan een paar indrukken zal het niet zijn. Voor mij begint een vrouw al te knikkebollen, dat ligt aan haar, niet aan de levendige speech, maar lastig is het wel, want haar hoofd zakt naar links, zodat ik het scherm niet goed meer kan zien. Een kleine tik, geheel per ongeluk, tegen haar stoelpoot doet haar weer verschrikt opkijken. We zijn geneigd om steeds meer te vergeten en naarmate er hulpbronnen zijn zoals internet is dat ook niet erg. We gebruiken het internet als een extra harde schijf naast ons eigen brein en als die extra harde schijf al die informatie opslaat waar we met één druk op de knop bij kunnen, waarom zouden we dat zelf nog doen? Toch komt Foer uiteindelijk tot de conclusie dat er altijd een mens nodig is om al die informatiebestanddelen samen te voegen zodat ze tot nieuwe inzichten kunnen leiden.

En al zullen we misschien nooit het magische, alchemistische proces doorgronden waardoor een neuronenmassa van drie pond wordt omgezet in een machine voor creativiteit en inzichten, we weten wel dat deze processen niet zonder grondstof kunnen werken. Ze kunnen niet zonder geheugen.

Larry Page en Sergey Brin voorzien een dag in de cyborg-toekomst dat ons interne en externe geheugen geheel samensmelt en we misschien wel oneindige kennis zullen bezitten. Maar dat is niet hetzelfde als wijsheid.

Pauze

In de pauze wordt de lezing ge-evalueerd. Buiten staan de rokers. Er vinden hier en daar heftige debatten plaats over het geheugen en het brein, terwijl stadjers langslopen en -fietsen. Ik hoor ook geluiden dat de lezing van Foer wat oppervlakkig was. ‘Hij zei hetzelfde als in de introductie op het programmaboekje, alleen deed hij er langer over.’ Enkele Van der Leeuw-lezing-gangers gaan al naar het café of naar huis. De pauze duurt altijd langer dan gepland (drie kwartier maar liefst) omdat men elk jaar verkeerd inschat hoe je meer dan duizend mensen een consumptie kunt laten halen in slechts één gedeelte van de kerk.

Na de pauze mag Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, zijn betoog afsteken dat als een antwoord moet klinken op het betoog van zijn voorganger. Dat is altijd wat lastig, want het is wel de bedoeling dat je de toehoorders weet te boeien, maar je moet de hoofdgast niet overvleugelen (daar is in het verleden wel een schrijnend voorbeeld van te geven). Wat Dijkgraaf deed was heel aimabel: hij prees Foer, maar tegelijkertijd gaf een diepgaandere lezing over hetzelfde onderwerp. Ook geestig en onderhoudend, maar Dijkgraaf deed meer dan alleen maar de toestand schetsen waar we met al onze internetkennis, hij probeerde ook een antwoord te formuleren met de wijze waarop we daar in het onderwijs mee om zouden moeten gaan, dat veel beter zou moeten inspelen op de individuele manier van onthouden. Dijkgraaf gaf daarbij concrete voorbeelden hoe dat zou moeten en kunnen.

Na afloop stroomt de kerk leeg, weer één deur open en slechts een paar mensen die de boekjes uitdelen van de lezing. Een groot aantal handtekeningjagers staat nog in de rij bij boekhandel Selexyz. De rij voor Foer is toch wat langer.

Coen Peppelenbos

De (ingekorte) lezing van Foer is hier na te lezen en op dit filmpje is de volledige lezing van Foer en de lezing van Dijkgraaf na te zien:

[youtube]https://www.youtube.com/watch?v=Zu58IPUyGGU[/youtube]