De liefde is zonder onderscheid

Haast is de doodsteek voor de literatuur. Woorden van die strekking moeten ooit door F.C. Terborgh gesproken zijn, die in zijn leven een bescheiden maar bijzonder oeuvre opbouwde. Het komt me voor dat Karina Ploos van Amstel, die onlangs debuteerde met de korte roman De staking, Terborghs wijsheid onderschrijft. Het idee voor haar roman kreeg ze namelijk in 1979, tijdens een reis door Indonesië, waar ze van 1950-1955 woonde, en ik vermoed dat ze er sindsdien — vijf jaar lang — in alle rust aan heeft gewerkt.

Karina Ploos van Amstel StakingBewijzen daarvoor zijn de ingehouden toon – emotioneel maar zonder vals sentiment -, de geconcentreerde behandeling van het thema – een concentratie die me op sommige momenten aan het werk van A. Alberts deed denken – en de knappe, doordachte structuur van het boek. Karina Ploos van Amstel, die in Middelburg woont en Zweedse taal en letteren onderwijst, is nu vierenzestig jaar — een leeftijd waarop menigeen overweegt het wat kalmer aan te gaan doen en niet meteen aan een literair debuut denkt. Ook dat geduld klinkt in De staking door. Van uitstel hoeft niet altijd afstel te komen.

Het thema van de roman is de liefde in de meest omvattende zin van het woord — niet verliefdheid, of seksualiteit, maar de hechte band tussen mensen die een buitengewone plaats in elkaars leven zijn gaan innemen, soms onbedoeld en zelfs ongeacht afstand en tijd.

Paul Huysman, een arts die al dertig jaar in een overbevolkte wereldstad werkt (de stad wordt niet met name genoemd, maar het lijkt me juist Jakarta in gedachten te nemen), — deze Huysman krijgt onverwacht de gelegenheid over zijn leven en liefde daarin na te denken. Op een ochtend, ergens in de eerste helft van de jaren vijftig, breekt er een staking onder de chauffeurs van het openbaar vervoer uit. Dat brengt sommige Nederlanders die nog in Jakarta wonen in paniek omdat ze hun werk niet kunnen bereiken. Huysman niet: hij doet de weinige patiënten in zijn wachtkamer over aan zijn assistent, brengt de dag door met Asmi, zijn Indonesische huishoudster, en schrijft een brief aan Bram, een jeugdvriend.

Gedachten en droombeelden husselen verleden en heden dooreen. Huysman denkt aan Anne, zijn vrouw, die terug naar Nederland ging nadat haar angst in Indonesië waanzinnig te worden haar bijna het leven kostte. En aan Asmi vertelt hij hoe hij Bram leerde kennen, die hij zijn ‘grote liefde’ noemt, en hoe de vriendschap ‘uitgroeide tot een verhouding die zeldzaam is’. Dat gesprek vindt zijn weerslag in een brief aan Bram: eerst terughoudend, maar dan met steeds minder schroom — zijn hoofd nog vol van de zelfmoord, waarvoor hij tijdens het schrijven wordt weggeroepen — openbaart Huysman het geheim dat hem als jongen al van anderen scheidde: zijn liefde voor een man, voor Bram. Of hij de brief ooit zal verzenden…?

Als hij diep in de nacht de laatste regels schrijft en in een vlaag van herinnering meent de ogen van zijn vader, maar ook die van Anne en Bram te zien, is het Asmi die zich over hem heen buigt. Het is voor de laatste keer: Huysman sterft — de definitieve ‘verhuizing’ die Asmi al uit de vlucht van de vlinders had afgelezen.

De liefde omvat het al, lijkt Karina Ploos van Amstel de lezer voor te houden, zij is zonder onderscheid, en je ervaart haar van wie het dichtst bij je is.

De herinnering van Paul Huysman zijn door Karina Ploos van Amstel suggestief te boek gesteld — het verhaal roept in een aantal opzichten meer vragen op dan het beantwoordt, en niets is modieus. Waarom Huysman ondanks zijn liefde voor Bram toch met Anne trouwde blijft in het midden, en dat is goed. Nu is immers een boek ontstaan dat niet over een toevallige scheiding of een incidentele bekentenis gaat, maar over de liefde zelf. Het maakt het verhaal tijdloos.

Datzelfde geldt voor de locatie: hoewel de wereldstad met al haar problemen van overbevolking en ondervoeding op de achtergrond nadrukkelijk aanwezig is, is De staking niet een maatschappelijk getinte roman, en ook geen roman over Indonesië. Wat ik vermoed dat Jakarta is, had ook Bombay of Calcutta kunnen zijn — het boek plaatsen in de lange reeks over ons Indische verleden is dan nauwelijks interessant.

Dat De staking desalniettemin ook een boeiend beeld geeft van een kleine gemeenschap in een mensenzee, alweer dertig jaar geleden, is omdat het inzicht dat Huysman zich verwerft weerspiegeld wordt in de ervaringen, herinneringen en vooral dromen van de vele andere personen in het boek. Dat beeld, zo subtiel, is door Karina Ploos van Amstel met zorg en een benijdenswaardig oog voor detail getekend.

Anton Brand

Karina Ploos van Amstel – De staking. Meulenhoff, Amsterdam. 124 blz.

Deze recensie verscheen eerder in het Nieuwsblad van het Noorden op 14 april 1984.

1