Ga jij nou maar lekker tennissen

‘Emoties lezen was het probleem niet, ze herkende ze wel, maar niet altijd kon ze meteen plaatsen waarom ze er waren.’ Deze zin voorin het Boekenweekgeschenk Broer van Esther Gerritsen tekent de hoofdpersoon Olivia. Als financieel directeur van een handel in serviezen, als echtgenoot en moeder, maar ook als zus denkt ze dat ze weet hoe anderen denken en hoe ze zich voelen, maar het is maar de vraag in hoeverre dat klopt: veelal leest ze emoties die er helemaal niet zijn, denkt ze voor anderen, en dat levert natuurlijk problemen op.

Gerritsen BroerIn Dorst, een van de mooiste romans van Esther Gerritsen, vertelt een moeder zomaar op straat tussen neus en lippen weg aan haar volwassen dochter dat ze kanker heeft. De dochter gaat weer bij haar moeder inwonen, om haar te helpen, ondanks dat de moeder dat liever niet heeft. Geen van beiden spreekt uit wat ze echt willen en wat ze echt voelen, waardoor elke dialoog een subtekst meekrijgt. In Broer ziet Olivia het als haar plicht om haar broer Marcus in huis te nemen nadat een been bij hem is geamputeerd. Daarmee zet ze haar man en zonen in eerste instantie voor het blok. Omdat ze zich in het verleden vaak negatief over broer heeft uitgelaten, zijn haar familieleden wat verbaasd over haar altruïsme.

Esther Gerritsen excelleert in het schrijven van natuurlijke dialogen, die binnen de kortste keer kunnen ontsporen door wederzijds onbegrip. Dat gebeurt al wanneer Marcus nog in het ziekenhuis ligt en Gerard aanbiedt om langs te gaan in het ziekenhuis zodat zij kan tennissen. Ze stemt toe, maar vertrouwt het niet helemaal.

Ze vroeg hem of Marcus had gehuild.
‘Nee.’
Hij sprak opgewekt verder. De arts was begonnen over een revalidatiekliniek en ze ging ervan uit dat Marcus daar in de buurt zou revalideren.
‘Maar ja, jezus, we weten allebei … nou ja, het is niet dat hij vrienden heeft die hem opzoeken, of collega’s …’
‘Natuurlijk niet, waar zie je me voor aan?’
Ze antwoordde niet.
‘Dus ik dacht: is het niet beter als hij bij ons in de buurt revalideert?’
‘Ja … misschien wel, ja.’
‘Nou, top. Dat zei ik ook. En Marcus vond het zeker geen slecht idee. Doen we het zo. Prima toch?’
‘Prima.’
‘En ga jij nou maar lekker tennissen.’

Het lijkt een vrij normale dialoog, met vrij banale woorden, maar onder elke normale zin zit een verwijt of een vooronderstelling over de ander. Dat is razend knap.

De komst van Marcus zorgt voor spanningen op het werk en in het gezin, maar langzamerhand wordt duidelijk dat eerder Olivia het probleem vormt dan Marcus. Sterker nog: Marcus zorgt ervoor dat de anderen weer beter in het leven komen te staan. Zelfs Olivia krijgt laat door dat het continue gevecht dat ze levert op het werk en in haar gezin minder oplevert dan ze hoopt. Door haar houding te veranderen, verandert alles in haar leven.

Er is hier en daar in recensies wel gemopperd over het positieve einde dat aan dit Boekenweekgeschenk zit. Blijkbaar is dat een taboe binnen de literatuur. Binnen de constructie van deze novelle past dit einde echter heel goed, omdat de verhoudingen op het einde gespiegeld zijn aan de verhoudingen in het begin van het boek. Ik stoor me er niet aan. Met Broer heeft Esther Gerritsen een mooi Boekenweekgeschenk geschreven en zich uitstekend geïntroduceerd bij een grote groep lezers die haar nog niet kende.

Coen Peppelenbos

Esther Gerritsen – Broer. CPNB Amsterdam, 92 blz. Gratis bij aanschaf van € 12,50 aan boeken.

0