Het lijk spreekt een woordje mee

Om goede boeken te kunnen waarderen is het af en toe ook goed om slecht geschreven roman tot je te nemen. De wetenschap van Tara, de debuutroman van Tim van der Veer, behoort tot de laatste categorie.

Tim-van-der-Veer-De-wetenschap-van-TaraDe nogal autistische moleculair bioloog Nils, die vooral het verouderingsproces van plantjes bestudeert, krijgt via een testament de opdracht om het lijk van de conciërge Slavko naar Servië te brengen. Slavko deed ook klusjes bij Nils thuis, maar van een echte band lijkt geen sprake en ook na meer dan tweehonderd pagina’s met een lijkwagen door Europa wordt het nog steeds niet duidelijk waarom Nils het karwei heeft aangenomen.

Of Van de Veer De wetenschap van Tara als slapstick heeft bedoeld weet ik niet, maar de roadtrip per lijkwagen voert langs louche handelaars, oude vlammen en voormalige vrienden en overal waar Nils aan komt rijden, begint iemand uit het niets een uitgebreid verhaal te vertellen over Slavko, maar blijkbaar is dat niet genoeg, want ook het lijk zelf spreekt een woordje mee op de lange tocht, zodat we veel over zijn jeugd te weten komen. Al die verhalen moeten uiteindelijk antwoord geven op de vraag: waarom is Slavko uit Servië vertrokken en naar Nederland gereisd?

Om Nils ook enige achtergrond mee te geven vertelt hij over zijn jeugd in Zwolle. Niet dat die kennis veel bijdraagt aan het immer plat blijvende karakter van de wetenschapper. In bijna elk hoofdstukje, er zijn er 68, wordt duidelijk gemaakt dat Nils een nerd is. Als een vrouw tegen hem zegt dat hij bloost, dan zegt hij: ‘Idiopatisch-craniofaciaal erytheem: in tegenstelling tot aderen uit andere delen van de huid reageren aderen in het gezicht met een actieve myogene samentrekking.’ Dat is één keer leuk, maar na tientallen quasi-wetenschappelijke tekstjes verdampt de humor wel een beetje.

Op de achterflap staat aangegeven dat je er als lezer langzaam achter komt dat Slavko ‘in de schaduw van de Balkanoorlog is ontspoord’ en dat de schrijver tijdens de oorlog ‘veelvuldig op en neer reed naar Belgrado’, maar van enige kennis over het land, achtergronden bij de oorlog of zelfs maar een accurate beschrijving van de ruimte is geen sprake. Het enige opvallende detail is dat iedereen nogal clichématig aan de šljivovica zit. Het mooiste cliché bewaart Van der veer voor het einde: een climax die plaatsvindt tijdens een onweer: Flits, boem en daar heb je een onbevredigend slot.

Coen Peppelenbos

Tim van der Veer – De wetenschap van Tara. De Arbeiderspers, Amsterdam. 220 blz. € 18,99.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 5 augustus 2016.

0