‘We waren toch gelukkig, verdomme!’

In een kunstenaarshuis op een kunstenaarsplek, in Amsterdam vlak bij het spoor en een scheepswerf, woonde in het holst van de jaren zeventig Teun van der Keuken met zijn strikt linkse ouders en zijn grote broers. Halfbroers, eigenlijk, uit een eerdere relatie van zijn moeder, maar zo werden ze niet genoemd. ‘Alsof het een taboe was’, schrijft Van der Keuken in zijn autobiografische debuut Goed Volk.

De scheiding van mijn moeder en haar eerste echtgenoot werd ons als een succesverhaal gepresenteerd. ‘Fijn dat we het zo goed hebben hè jongens?’ Wij knikten op commando. Kritiek vonden mijn ouders lastig. We waren toch gelukkig, verdomme!

Van de Keuken is de zoon van de geëngageerde filmmaker en fotograaf Johan van der Keuken –de r achter der hoort volgens hun paspoort niet in hun achternaam, maar werd door een grootvader toegevoegd en door kleinzoon later weer geschrapt. Johan van der Keuken stelde zijn leven in dienst van zijn werk, en zijn vrouw, Teuns moeder, leefde dan weer in dienst van hem, als zijn toegewijd assistente, geliefde en onbezoldigd huishoudster. Dat heeft iets moois, aldus de schrijver.

Dikwijls waren de ouders op reis voor het werk, naar het buitenland in dienst van hun idealen. De kinderen grootbrengen deden ze er maar zo’n beetje bij. Het is een grimmig beeld dat hier op laconieke en enigszins afstandelijke, vaak geestige toon geschetst wordt. Ondanks hun veelvuldige afwezigheid stond er veel vast in huize Van der Keuken: wie er deugde, wat er deugde, wat de juiste meningen waren en wat fout. De ouders, met name de vader, sluit iedereen die niet direct en volmondig denkt zoals hij zonder pardon buiten. Een oom die kanttekeningen plaatst bij de mores van de kraakbeweging is daarna jarenlang niet meer welkom.

Voor de jongste zoon Teun is het laveren. Soms is het prettig dat zijn ouders het zo druk hebben met zichzelf ontplooien dat ze niet in de smiezen hebben wat hij uitvoert. Bij buren kijkt hij verboden televisie en eet heel anders dan thuis. Geen zuurdesembrood, maar snoep en koek. En eten wat doorgaans als doodgewoon geldt:

Ik genoot: varkenskarbonades gebakken in een half pakje boter, de voor mij exotische doperwtjes en kruimige aardappels. Alles met jus. Veel jus. Onverantwoord vonden mijn ouders dat. En burgerlijk. De ergste kwalificatie die ruimdenkende mensen in die tijd konden geven aan diegenen die niet precies hetzelfde ruim dachten als zij.

Zijn ouders verkeren liefst niet met wie anders is dan zij, maar via jongste zoontje maken ze een heel ander statement: Teun moet naar een volkse basisschool, in het boek De Brug geheten. De leerlingpopulatie bestaat uit arbeiderskinderen uit de Jordaan en uit migrantengezinnen. Van de Keuken, in verkeerde kleren natuurlijk, en ook nog eens behept met vreselijk eczeem, houdt zich met moeite staande. Niets van wat thuis geldt als waar, geldt hier. Het is figuurlijk en letterlijk knokken geblazen. Hij draait zich in bochten om maar zo min mogelijk af te wijken. Liever bij de pesters horen, dan zelf uitgestoten te worden. In een interview zei Van de Keuken dat Memoires van een meeloper ook een goede titel voor zijn boek was geweest.

In dit spoor ontwikkelt de hoofdpersoon zich tot een dief -eerst staat hij alleen op de uitkijk als anderen snoep en speelgoed stelen, dan jat hij voor zichzelf ‘het verzamelde werk van Thea Beckman’ (en een Bruce Lee-poster). Hij gaat ook blowen en handelen in stuff. Een breekpunt wordt bereikt als hij ziet hoe, eenmaal aan het eind van de basisschool gekomen, zijn vrienden menen dat je met meisjes om mag (moet) gaan. Het vervolg valt buiten het bestek van dit boek, maar aan te nemen is dat hij dan ook naar een heel ander soort school gaat. Een school waar hij niet langer zo op zijn hoede hoeft te zijn.

Goed Volk leest eerder als een verslag dan als een roman, omdat de toon vrij journalistiek blijft. Gevoelens worden benoemd, geregistreerd, geduid, maar er is niet voor gekozen direct vanuit de emotie en de verwarring van het moment te schrijven. De ik-verteller is geen kind, het blijft een terugblik óver een kind. Niet er vanuit.

Goed Volk is een raamvertelling, beginnend en eindigend met de dood van Van de Keukens vader in het jaar 2000, met daartussen het verslag van de basisschooltijd. Helemaal aansluiten doet dit niet. Ontroeren doen vooral passages waarin de vader met de zoon, of de zoon met de vader, in contact probeert te komen:

Mijn vader wilde iedereen bekeren tot het ware jazzgeloof. En dus schalden Charles Mingus, Ornette Coleman, Ben Webster, John Coltrane en Thelonius Monk –al die namen zijn er bij mij in geramd- dagelijks uit de speakers. ‘En nu komt het thema weer terug. Hoor je dat, Teun? Teun?!’ Mijn vader stond weer eens voorovergebogen in zijn slobberige oudemannenonderbroek bij de vensterbank.

De zoon denkt er het zijne van, jaren na dato nog:

Net als je dacht dat het toch wel fijne muziek was, begonnen ze de boel weer te versjteren. Dan begon zon saxofonist aan zijn egotrip en raakte hij volkomen van de wijs. Van de weeromstuit leek ook verder iedereen maar een beetje te gaan doen waar hij zin in had. Het geplaveide pad waarop we net samen zo fijn aan het wandelen waren raakte volkomen uit zicht. De een was dwars door de varens en brandnetels het ondoordringbare woud in getrokken en riep af en toe van verre: ‘Halloooo, hier ben ik’, waarop de ander, die halt hield bij een kabbelend beekje, terugschreeuwde: ‘Wacht even, we komen eraan!’ Tussendoor lieten ook de dieren in het bos zich niet onbetuigd: een uil oehoede, een kraai kraste en er siste zelfs een slang. Het hout knapte onder onze voeten.

Van de Keuken is zijn vader, eenmaal volwassen, niet nagevolgd in het tevoren alles zeker weten, integendeel. Hij ontpopte zich juist tot een kritisch journalist, een vragensteller, een onderzoeker, die zich in alles laat leiden door nieuwsgierigheid en openheid. Wel wijst hij in al zijn werk, zijn columns in de krant, zijn programmas op televisie, trefzeker en scherp op misleiding, waar hij die ook maar aantreft. Van de Keuken is net als Van der Keuken een fanatiek en gedreven man geworden. Met een ander program.

Judith Eiselin

Teun van de Keuken – Goed volk. Prometheus, Amsterdam. 189 blz. 19,99.

0

Reacties