Komt het ooit weer goed?

Wie de bundel Blauwboek, gedichten voor de grote reuzin leest, wordt getrakteerd op poëtisch vuurwerk. In het universum van Peter Holvoet-Hanssen kan alles bij de poëzie betrokken worden: liedjes, sprookjesfiguren die een rol spelen in een persoonlijke mythologie, de gedichten die samen een reis vormen en verwijzingen naar andere dichters. Daarnaast speelt Holvoet-Hanssen net als zijn voorbeeld Paul van Ostaijen met de letters en met de bladspiegel. Soms staan er woorden vet, soms lopen de regels van de pagina af, soms zie je in de bovenhoek nog een piepkleine mededeling: ‘Lik het ijs, grote koe, lik het ijs!’ Dat alles geeft Blauwboek – ook nog in blauwe inkt gedrukt – de enorme vitaliteit die je ook in zijn vorige bundels aantreft.

Misschien valt daardoor het uiterst kwetsbare gedicht ‘Rozenbloedje’ extra op. Het begint zo: ‘Roos, wees gegroet / ontluik in tegenspoed // geen boom – die nog tuurt / wolkendoorn verstikt de buurt // roos roosje bloed / alles komt toch goed’. Maar in veel gedichten, deze niet uitgezonderd, dreigt gevaar van buiten, zodat de verzekering dat het goed komt op het eind van het gedicht toch in twijfel getrokken wordt: ‘komt het ooit weer goed // weet het niet, mijn bloed / vraag het aan de doorn / die de roos behoedt’.

Zulke korte regels en zo’n directe boodschap staat de dichter zichzelf een paar keer toe. Meestal gebruikt hij juist associaties, beelden en klankrijmen die over elkaar heen buitelen. Daarbij laat Holvoet-Hanssen zijn eigen gedachten over wat hij aan het doen is gewoon in het gedicht staan, zoals in het gedicht ‘Onder het bloed’ dat gaat over een ontploffing in een concertzaal.

die avond werd een jong concertpubliek opgeblazen
harde knal enorme klap lichtflits en metalen moeren
een been een meisje tast naar haar open maag
dit was het nieuws van de dag sloeg in als een bom
nieuws dat inslaat als een bom zou je dat niet schrappen

De dichter schrapt niks, maar laat de zelfcorrectie staan. Je kijkt mee bij het proces van het dichten. De poëzie is niet bijgeslepen totdat alle leven eruit geschrapt is, maar alle vondsten, ook de minder gelukkige, blijven staan.

Ondanks alle vitaliteit wordt Blauwboek toch als een poëzietestament aangekondigd. Het eerste gedicht is getiteld ‘nachtmatroos †’ en in de voorlaatste afdeling ‘de vijftien staties naar het grote blauw’ staat het gedicht ‘Testament’ waarin de dichter nog een laatste boodschap heeft: ‘ga voorbij aan al wat lelijk is’. Benieuwd naar de wederopstanding in de volgende bundel.

Coen Peppelenbos

Peter Holvoet-Hanssen – Blauwboek. Polis. Kalmthout. 104 blz. € 19,99.

Deze recensie verscheen eerder in sterk verkorte vorm in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 8 juni 2018.

0

Reacties