Van Bohemian rhapsody naar poëzie

Ik kan wel een behoorlijk potje doceren. Ik kan, denk ik, goed overbrengen waarom ik een gedicht mooi vind. Een echt goede docent kan echter ook zijn studenten laten uitleggen waarom zij een gedicht mooi vinden. Om dat te bereiken had ik iets afgekeken van mijn collega die kunstgeschiedenis geeft. Zij gaf elk college een willekeurige student de beurt om iets te vertellen over een schilderij dat niemand kende. De opdracht was simpel: ‘Wat zie je?’

Je kunt behoorlijk wat vertellen over een schilderij: over de kleuren, de constructie, de penseelvoering, de betekenis, de contrasten, waar het schilderij je aan doet denken en ga zo maar door. Als ik mijn studenten een gedicht voorschotel, kunnen zij dat dan ook, met een onbevangen blik benoemen welke betekenis zij toekennen aan de woorden? Hoe ziet het gedicht eruit? Waaraan de inhoud ze doet denken? Wat bij kunstgeschiedenis een succes was, werd bij mijn poëziecollege een ramp. Studenten durfden nauwelijks iets te zeggen, bang dat het fout was of dat ze een heel domme opmerking zouden maken. Niemand durfde meer te vertrouwen op zijn eigen intuïtie. Ik zou mezelf als docent een 5.3 geven.

Deze vakantie was wat rustelozer dan andere, dus ik keek ik naar kilometers YouTube-filmpjes en ik raakte verzeild in een verslavend subgenre dat ik nog niet niet kende: de reactievideo. Het begon met tientallen filmpjes van kinderen die reageerden op eten dat ze voorgeschoteld kregen en waarop ze moesten reageren. En voor dat ik het wist zat ik bij een clip waarbij de kinderen moesten reageren op songs van Queen:

Natuurlijk zijn dit kinderen die wel iets durven te zeggen en natuurlijk is dit clipje stevig ge-edit, maar de verschillende soorten reacties verbaasde me, want ze hebben het over de inhoud die ze wel of niet appreciëren, over de kwaliteit van de zang en over de betekenis. Grappig is dat bij ‘Bohemian rhapsody’ de meesten het mysterieuze middenstuk gewoon meezingen.

I see a little silhouetto of a man
Scaramouch, scaramouch will you do the fandango
Thunderbolt and lightning very very frightening me
Gallileo, Gallileo,
Gallileo, Gallileo,
Gallileo Figaro – magnifico
But I’m just a poor boy and nobody loves me
He’s just a poor boy from a poor family
Spare him his life from this monstrosity
Easy come easy go will you let me go
Bismillah! No we will not let you go – let him go
Bismillah! We will not let you go – let him go
Bismillah! We will not let you go let me go
Will not let you go let me go (never)
Never let you go let me go
Never let me go ooo
No, no, no, no, no, no, no
Oh mama mia, mama mia, mama mia let me go
Beelzebub has a devil put aside for me

Een docent kan alleen al over dit stuk een uur praten en alle plezier elimineren.

Naast kinderen die op van alles en nog wat reageren bestaat er ook een enorme stroom clips van eenlingen die reageren. Het geeft wel vertrouwen in de toekomst: als je niets kunt, kun je altijd reageren op mensen die wel iets kunnen. Ik kwam op het kanaal van de sympathieke jongeman Justin Walker die onder het motto ‘Black Man REACTION to Rock Music’ reageert op clips die hij voor het eerst ziet. Hij is wat ouder dan de kids uit de vorige clip en legt dus iets meer verbanden, maar het mooie aan zijn reactie is dat ook hij durft te reageren op wat hij hoort en ziet. Bij het mysterieuze middenstuk is hij verbijsterd. ‘What is going on?’ Later in de video probeert hij betekenis aan de woorden te geven.

Ons poëzie-onderwijs moet meer in deze richting gaan. Laat studenten (of leerlingen) een eerste reactie geven die gebaseerd is op wat zij denken, weten en voelen. En daarna – dat was mijn grootste fout – moet de docent zijn mond houden. De docent weet, als het goed is, altijd meer en kan altijd meer uit een gedicht halen, maar als je dat daadwerkelijk doet, dan benadruk je het tekort schieten van de student. Die denkt: ik kan wel iets zeggen, maar de docent weet het eigenlijk beter. Als docent heb je de rest van het college nog om te excelleren. Een echt goede docent slikt op de juiste momenten zijn kennis in. Kijken of me dat dit jaar lukt. Op naar een 6.

Coen Peppelenbos

12