Larger than life

In een aantal necrologieën van de onlangs overleden Stan Lee, godfather van het Marvel universum, werd melding gemaakt van zijn strijd om erkenning van het feit dat hij en niet het bedrijf de bedenker was van ongeveer alle helden die Marvel sinds jaren met succes uitvent. Lee stond hierin niet alleen. Ook bij het andere grote kamp, het latere DC Comics, had iets soortgelijks plaatsgevonden.

De twee jongemannen die in de jaren dertig de eerste echte superheld bedachten, de iconische Superman, hadden destijds voor een habbekrats afstand gedaan van hun schepping: om in aanmerking te komen voor een plekje bij een nietszeggend uitgeverijtje tekenden ze – zonder daarvan de verstrekkende gevolgen in te zien – een gemeen contract. Met een enkele handtekening raakten ze alles kwijt. Niet alleen Superman zelf, maar ook van het concept van een superheld dat er in die tijd nog niet in die vorm was: de forse krachtpatser met uiterlijke kenmerken als de cape en het strakke pak, samen met de superkrachten en bovennatuurlijke gaven.

Superman was een bedenksel van tekenaar Joe Shuster en vooral van comic-schrijver Jerry Siegel, twee Joodse knapen die droomden van een eigen stripserie. Als groentjes trapten ze met open ogen in een valstrik, die in The Joe Shuster Story uitvoerig en met enig pathos wordt beschreven. Op een innemende manier zien we hoe twee enthousiaste jonkies, met hun dromen en nerdy voorkomens, in de luren worden gelegd door de kille Joodse zakenmannen Liebowitz en Donenfeld.

Vanaf dan leest het verhaal als een les in onrechtvaardigheid. Superman wordt steeds populairder, de oplage stijgen tot astronomische hoogten, het geld komt met bakken binnen maar Shuster en Siegel profiteren nauwelijks van het succes. Sterker, ze worden meer en meer op een zijspoor gezet. Liebowitz en Donenfeld gaan zich steeds nadrukkelijker profileren als de mannen van het succes, tot woede van Siegel.

Waar Siegel de situatie niet met rust kan laten en verzuurd raakt, lijkt Shuster te berusten in het lot. Hij tekent niet langer strips en is stilletjes uit het wereldje vertrokken. Om het hoofd boven water te houden neemt hij zelfs een baantje aan als koerier. Zijn gezondheid gaat dan al in rap tempo achteruit. Siegel daarentegen blijft zich verzetten. In 1975 schrijft hij ‘zijn belangrijkste werk tot dan toe’: een brief die hij rondstuurt aan tientallen betrokkenen en journalisten, waarin hij uiteenzet hoe hij en Shuster al die jaren zijn geringeloord en gekleineerd.

Dan doet zich een wonder voor, zoals je ze alleen ziet in feelgoodfilms: een aantal van de ontvangers van de brief maakt er werk van en komt achter de schrijnende situatie waar Shuster zich bevindt. Onbestaanbaar voor iemand die het superheldenrijk heeft opgetuigd en vormgegeven, vinden ze. Het is in de jaren dat er voor het deeltje van Action Comics, waarin de eerste strip van Superman is opgenomen, al astronomische bedragen wordt betaald. Nog niet de 3,2 miljoen dollar van nu, maar toch: het geeft aan dat de creatie van Shuster en Siegel bepaald geen niemendalletje was.

Met veel tamtam wordt er ruchtbaarheid gegeven aan het onrecht, precies op het moment dat er een grote Superman-film op komst is. De filmmaatschappij, die ook de rechten op Superman bezit, kan geen bad press gebruiken, en komt de stripfans tegemoet: Shuster en Siegel krijgen hun credits en worden later ook nog financieel gecompenseerd. Eind goed al goed, al was dat geen verrassing vooraf. Het verhaal is genoegzaam bekend, zeker onder comic- en stripliefhebbers.

Dat het toch een goede graphic novel is geworden, ligt aan de manier waarop tekenaar Thomas Campi en scenarist Julian Voloj te werk zijn gegaan. Zij documenteerden zich grondig en tekenden het verhaal volledig accuraat op, met mooie inkijkjes. Zo komen ook grootheden als Will Eisner, Stan Lee en Bob Kane langs, die laatste bepaald niet op een positieve manier. Campi werkte het album uit in een schildertechniek zonder outlines, die naadloos past in de beschreven tijdsbeeld: de naoorlogse jaren zijn perfect van kleur en uitstraling. Het album had gerust groter van formaat gemogen: de tekeningen zijn gedrongen en komen zeker beter tot hun recht met iets meer witruimte.

The Joe Shuster Story, die zo heet omdat we het verhaal in zijn woorden meemaken, leest als een tragiek met een happy end. Het is vanwege het complete van de geschiedenis een prima album, met een duidelijk boodschap bovendien: het goede overwint altijd en hoewel de bad guys er in dit geval geen cent slechter van zijn geworden, hebben ze de geschiedenis tegen gekregen. Klinkt niet als een Superman-verhaal, maar zo karikaturaal is de echte wereld nu eenmaal niet.

Stefan Nieuwenhuis

Julian Voloj & Thomas Campi – The Joe Shuster Story. Super Genius Comics. 180 blz. € 19,95.

2

Reacties