‘Waar zijn onze bloemkolen dan?’

Volkskrant-journalist Mac van Dinther had er helemaal geen zin in om bij landbouwpionier Wouter van Eck langs te gaan om zijn voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek te bekijken. Maar na stevig aandringen vindt Van Dinther zichzelf er op een gegeven moment toch terug, al was het maar om van het gezeur af te zijn. En zoals vaker gebeurt, als je ergens geen al te hoge verwachtingen van hebt, ontwikkelt zich een stevige fascinatie voor het onderwerp.

De voormalige culinair recensent werkt sinds 2015 vooral als correspondent Oost-Nederland voor de krant. Maar zijn belangstelling voor eten is gebleven. En als je Van Dinther wat langer volgt, heeft hij een steeds kritischer kijk ontwikkeld op de gangbare manier van voedsel produceren in ons land. En dan is zo’n gekke pionier als Van Eck een welkome witte raaf.

Van Dinther schreef voor de krant een aantal langere stukken over Ketelbroek en heeft die nu, met een aantal aanvullingen, verwerkt in een mooi vormgegeven boek ondersteund door foto’s van Henk Wildschut. Bijna wekelijks bezoekt hij het bos en vertelt hij aan de hand van de seizoenen hoe het zich ontwikkelt, wat er geoogst kan worden en ook welke dilemma’s er zijn rond deze relatief nieuwe manier van landbouw.

Het idee is eigenlijk vrij eenvoudig. Je beplant een stuk grond met allerlei ‘eetbare’ bomen en struiken volgens het principe van de permacultuur. Bij deze werkwijze volg je vooral de ecologische principes en het werken mét de natuur, niet er tegenin zoals volgens Van Dinther in de gangbare landbouw vaak het geval is. Er is geen jaarlijkse vruchtwisseling, er worden geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt en er zijn – in Ketelbroek – geen aangeplante eenjarigen.

Wat is er dan wel? Tamme kastanje, nashi peer, uiensoepboom en grote brandnetel bijvoorbeeld. Er wordt niets of nauwelijks iets gedaan aan onderhoud. Van Eck noemt zichzelf dan ook een luie boer. Maar na zeven jaar is de oogst rijk, al kan Van Eck niet leven van de opbrengst op zijn 2,5 hectare. Hij levert zijn bijzondere producten wel aan een lokaal restaurant en geeft veel voorlichting over het principe van voedselbossen.

Van Dinther doet in Het voedselbos in zijn kenmerkende, beschouwende stijl verslag van de ontwikkelingen in de Nederlandse landbouw. Mede doordat hij het voedselbos plaatst in het bredere vraagstuk rond onze toekomstige voedselvoorziening is het een inspirerend boek geworden met als bonus een aantal receptsuggesties waar de conservatieve Nederlander vermoedelijk nog wel aan moet wennen. Uiteindelijk beantwoordt hij ook zijn eigen enigszins metaforische vraag ‘Waar zijn onze bloemkolen dan?’ Die zijn er in Ketelbroek niet en zullen er ook niet komen, maar in het principe van het voedselbos is er gelukkig geen bloemkoolverbod.

Aaldrik Pot

Mac van Dinther – Het voedselbos – Vier seizoenen Ketelbroek. Podium, Amsterdam.

5