Vrijwilligers en zakelijke leiding staan lijnrecht tegenover elkaar in een conflict over de invulling van het A.F.Th. van der Heijden Huis. Dat zou ‘een dynamisch centrum’ worden waar wordt getoond ‘hoe literatuur ontstaat, welke rol literatuur speelt in de cultuur en de samenleving en hoe verbanden ontstaan tussen literatuur, cultuur en de geschiedenis.’

De afgelopen weken is het tot een breuk gekomen tussen de vrijwilligers met inbegrip van de Denktank en de kwartiermakers enerzijds en de zakelijke leiding van het A.F.Th. van der Heijden Huis anderzijds. ‘Het vrijwilligerskorps kan zich absoluut niet verenigen met de visie van de zakelijke leiding en laakt hun autoritaire handelswijze. Het directe gevolg is dat de vrijwilligers en de Denktank hebben besloten zich terug te trekken en te stoppen met hun activiteiten,’ schrijft ‘ex-kwartiermaker’ Renny de Bruyn in ‘mogelijk de laatste nieuwsbrief van het A.F.Th. van der Heijden Huis, helaas’.

Het Van der Heijden Huis had aanvankelijk op de zeventigste verjaardag van de auteur zullen opengaan in DomusDela in Eindhoven, maar in de zomer was de openingsdatum al vooruitgeschoven naar volgend voorjaar, onder meer door ‘de herpositionering van Adri van der Heijden in zijn relatie met Het Huis’, zoals stichting De Tandeloze Tijd toen liet weten. Ook was er nog geen cent subsidie toegezegd.

DomusDela is een maatschappelijk-cultureel centrum in een voormalig kloostercomplex in het stadshart van Eindhoven. Het Eindhovens Dagblad haalde vorige week Edzo Doeve aan: ‘Ik ben een onverbeterlijke optimist, maar ik kan niet zeggen wanneer het Huis opengaat. Ik was verbaasd en geschrokken dat zo veel mensen opstapten, maar de handdoek lijkt in de ring gegooid en we proberen met praten de lucht te klaren.’ Doeve is voorzitter van de stichting De Tandeloze Tijd en algemeen directeur van Dela, een coöperatieve uitvaartonderneming die in heel Nederland en België actief is en betrokken bij DomusDela.

In dezelfde krant zei ‘ex-kwartiermaker’ Renny de Bruyn: ‘Zij wilden een grote expositieruimte met een piepkleine ontmoetingsruimte voor de AFTh-community en wij wilden net andersom. Oftewel zij wensten een min of meer statische tentoonstelling en wij een dynamisch centrum voor Taal en Literatuur.’ Een andere klacht luidde dat de vrijwilligers niet voor ‘vol’ werden aangezien.

Een van de opgestapte vrijwilligers lanceert op 14 november een website gewijd aan A.F.Th. van der Heijden (zie afbeelding).

19