Vaders en kinderen

Felicity keert als kersverse twintiger terug naar het huis van haar gescheiden vader. Dat klinkt als een aardige familiehereniging, maar in ‘Het kippenhok van de buurvrouw’ ontspoort het verhaal al gauw. De territoriumdrift gaat zo ver dat de vader stap voor stap uit zijn eigen huis wordt verdreven door zijn helleveeg van een dochter. Niet elke man in Vaders die rouwen van de Vlaamse Carmien Michels is echter zo’n gewillig slachtoffer.

In ‘Paarden eten mijn dromen op’ heb je te maken met een zorgzame vader die voor zijn ogen ziet hoe zijn dochtertje wegkwijnt. Al sinds haar geboorte is duidelijk dat ze nooit oud zal worden. Bij haar dood draait de vader volledig door. Hij werd al geteisterd door nachtmerries, maar dan nemen de wanen volledig bezit van hem. Het levert een niet altijd navolgbaar, maar wel hallucinerend verhaal op.

De kracht van deze verhalenbundel met zes lange verhalen zit wellicht in de verscheidenheid in toon, van absurdistisch naar realistisch. In ‘Onze honden uitlaten’ wordt een drieënveertigjarige vrouw gestalkt door een jongen. Ze heeft net een nieuwe relatie gekregen met een gescheiden man die net als zij de honden in de buurt uitlaat. Honden zijn wandelende contactadvertenties voor hun bazen. Naarmate de relatie groeit, wordt het stalkgedrag van haar achtervolger heviger. Ook hier laat Michels het verhaal op een beklemmende manier ontsporen. Geheime berichten, telefoontjes, het gevoel overal bespied te worden en de verdwijning van haar eigen hond zorgen voor een climax vol wraak.

Het openingsverhaal ‘Mijn vader is’ is meteen het mooiste verhaal in de bundel. We volgen Cis, de volwassen dochter van een zwijgzame vader, een medicus. Hij heeft nog een dochter, Bibi, die een roman schrijft waarin de vader een rol speelt. Cis wil dat tegenhouden. We komen pas heel geleidelijk iets te weten over de vader die als jongen vanuit Congo naar België is gestuurd, terwijl zijn adoptieouders achterbleven. Michels geeft een prachtig contrast door de warme familiebanden aan haar moeders kant tegenover de kille hardvochtigheid van de ‘Groteva’ aan zijn vaders kant te zetten.

Los van de originele taal (‘Het vakantiehuis zweet.’ ‘Ik knarsetand me door de ochtend.’) zie je hier in zo’n vijftig pagina’s een complete familieroman terug. Niet alleen komt de vader steeds meer uit de verf, ook de verstandhouding tussen de zussen wordt steeds helderder. Wie beschermt wie, ten koste van wie? Het is razend knap hoe Michels een koloniaal trauma koppelt aan persoonlijke levensgeschiedenissen.

Coen Peppelenbos

Carmien Michels – Vaders die rouwen. Querido, Amsterdam. 296 blz. € 20,99.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 23 december 2021.

1