Sneue eikel

Als je de stad binnenrijdt, kun je je auto maar beter niet parkeren in de wijk van Gert Verhulst. Hij is parkeerbeheerder van de overijverige soort. Staat je wagen net iets buiten het vak: bon. Ben je minder dan één minuut te laat terug bij je auto: bekeuring. Accepteert de automaat geen munten: boete. Voor Gert Verhulst geldt: regels zijn regels. Hij zou zo de politiek in kunnen.

Gert Verhulst is de ik-figuur in Als je de stad binnenrijdt, het romandebuut van Rob Waumans die, zegt de achterflap, ‘op 2 mei 1977 tien minuten later dan zijn broer ter wereld’ kwam. Waarom staat dat daar? Heeft die tweelingbroer misschien ook een roman geschreven? Of heeft het te maken met de broer in het boek, iemand die het beter getroffen heeft dan Gert en die Gert om die reden niet kan uitstaan. Op het sterfbed van zijn moeder slaagt Gert er op een haar niet in om te zeggen dat hij van haar houdt, hij krijgt het niet uit zijn keel. In een helder moment draagt moeder hem op om tegen zijn broer te zeggen dat zij van hem houdt, van die broer dus. Terwijl die broer zich zelden heeft laten zien.

Het is oneerlijk verdeeld in de wereld, maar daar kan Gert gelukkig wat aan doen. Hij vindt het niet erg om een flink stuk om te lopen om de auto’s van zijn broer en schoonzus van een prent te voorzien. Auto’s uit de duurdere klasse moeten het sowieso vaker ontgelden. Als oom Don geen hypotheek krijgt voor het huisje dat hij graag op Texel had gekocht, moeten de auto’s van de bankmedewerkers eraan geloven, terwijl die toch echt netjes geparkeerd staan.

Gert Verhulst is ambitieus. In spreadsheets houdt hij bij op welke dagen hij de meeste bekeuringen uit zijn handcomputer heeft laten rollen. Hij koopt een pak net als Special Agent Cooper draagt in Twin Peaks. Hij is een beetje een gekkie, kortom.

Ik weet niet of Rob Waumans zich werkelijk in de wereld van de Dienst Parkeerbeheer heeft verdiept. Als dat zo is, moet de conclusie luiden dat willekeur daar hoogtij viert. Luie parkeerwachters doen hun werk vanuit de auto, als het regent of koud is, blijven ze liever in de kantine koffie drinken en Gert vecht zijn persoonlijke vetes uit via de handcomputer van de zaak. Wie zijn auto onder de hoede van deze types in de stad achterlaat, is zijn leven, althans zijn portemonnee, niet zeker.

Is Als je de stad binnenrijdt dan een in romanvorm verpakte aanklacht tegen, vooruit, het systeem? Welnee. Waumans heeft zich verstopt in de huid van Gert Verhulst en bekijkt de wereld door zijn ogen. Verdieping krijgt het hoofdpersonage, dat het verhaal in de eerste persoon enkelvoud vertelt, door de figuren die hij om zich heen weet: zijn moeder (maar zij overlijdt), oom Don (over wiens rol in het leven van de moeder weinig wordt onthuld) en zijn collega’s, vooral teamleider Ruud. Alles wat Gert aanpakt, doet hij even dwangmatig. Als hij erachter komt dat er nóg een Gert Verhulst bestaat, een beroemdheid nog wel door een televisieprogramma waarin hij samen met de hond Samson domme liedjes zingt, zal hij niet rusten voordat hij deze naamgenoot te spreken krijgt. Uiteraard wordt die beloond met een bon, ook al omdat zijn Belgische kenteken de letters ZAK draagt.

Waumans debuut is vlot geschreven en biedt een paar uurtjes vertier, maar behalve de indruk dat zo’n Dienst Parkeerbeheer maar wat aan rotzooit houd je er weinig aan over. Het wemelt in de boeken van jonge auteurs van de sneue eikels als Gert Verhulst die hun leven maar ternauwernood op de rails krijgen. Een teken des tijds? Wat moet dat worden?

Frank van Dijl

Rob Waumans – Als je de stad binnenrijdt. Contact.

Deze recensie stond op 4 maart 2011 in HP/De Tijd.

1