Weg uit het hellegat

Ik ken Jamal Ouariachi vooral van zijn krantencolumns waarin hij zich druk maakt over ‘sociale rechtvaardigheidsstrijders’ en ‘wokies’ die alles langs de meetlat van het morele gelijk leggen. In Herfstdraad, zijn vierde roman, heeft hij de uitwassen van het identiteitsdenken tot onderwerp van zijn literaire werk gekozen. Hij vertelt het verhaal van de schrijver Jelmer die met zijn vrouw, lerares Frans, en jonge kind verhuist naar een provinciestad op twintig minuten treinen van Amsterdam. Ze hopen daar een rustige plek te vinden om hun dochtertje Salina, genoemd naar het Italiaanse eiland waar ze is verwekt, te laten opgroeien. Maar terwijl ze de verhuisdozen nog aan het uitpakken zijn, krijgen ze van een vriendelijke maar vasthoudende vrouw aan de deur te horen dat er wel van de nieuwe bewoners verwacht wordt dat ze de wekelijkse bijeenkomsten van het buurtcollectief Het Kruispunt bijwonen.

Op deze avonden vieren het identiteitsdenken en de roep om inclusiviteit hoogtij. Er wordt veel stilgestaan bij het moeilijke bestaan van mensen van kleur, die te leiden hebben onder ‘micro-agressies’ over hun herkomst, geconfronteerd worden met alledaags racisme en gebukt gaan onder de privileges van de witte man. Als de schrijver, die zich daardoor aangesproken voelt, op zo’n avond in discussie komt met ene Ziza, een man van kleur, raken de gemoederen al snel verhit.

‘Je moet je bewust leren worden,’ zegt Kiza langzaam en nadrukkelijk alsof hij tegen een debiel praat, ‘van hoe je op anderen overkomt, als witte man. Dan zou je namelijk begrijpen waar die reactie van mij vandaan komt. Ik maak het elke dag mee, dat, dat, dat… dat paternalisme van jullie witten.’

Als de schrijver en zijn vrouw hun huis beschikbaar stellen voor een workshop ‘Wat we onze kinderen meegeven’ wordt hun boekenkast aan een nadere inspectie onderworpen. Workshopleider Ebissé, geschoold in een combinatie van genderstudies en literatuurwetenschap, constateert dat het boekenbezit van Jelmer ‘het typische universum van de witte man’ weerspiegelt: Philip Roth, John Updike, Norman Mailer, Vladimir Nabokov en maar liefst vier planken W.F. Hermans en Gerard Reve. ‘Dit zijn mannen die hun seksisme verkopen als seksuele vrijheid.’ Het ‘nostalgische terugverlangen naar “ons” Indië’ van Hella Haasse wordt als neokoloniaal gehekeld. Zelfs de kinderboeken van Annie M.G. Schmidt moeten het ontgelden omdat kinderen met kleur zich niet met haar personages kunnen identificeren.

Jelmer vindt het allemaal nogal tenenkrommend, maar zijn vrouw Lieke, die eigenlijk Malieka heet en van Marokkaanse afkomst is, voelt zich steeds meer thuis bij Het Kruispunt. Het buurtcollectief drijft een wig in hun huwelijk, dat door de belastingschulden van Jelmer en zijn onwil om hier iets aan te doen door bijvoorbeeld een ‘fatsoenlijke baan’ te zoeken, toch al onder ernstige spanning staat. ‘Het Kruispunt heeft zich als een infectie in de open wond van onze dagelijkse ruzies gevestigd, vreet aan het vlees van onze relatie.’ Jelmer gaat niet meer naar de bijeenkomsten van Het Kruispunt en komt in contact met buurman Hans, die ook weinig met de opvattingen van het buurthuis gemeen heeft. De schrijver raakt onder de indruk van Hans, die hij als een belezen hoeder van gezonde opvattingen beschouwt. ‘Hij is een natuurlijke leraar die op vanzelfsprekende wijze respect afdwingt.’ Hans nodigt de schrijver uit om eens een avond te bezoeken van zijn vriendenkring die zich heeft verzameld in Deftig Rechts. Hoewel de schrijver al snel doorheeft dat dit gezelschap bestaat uit net geklede rechts-nationalisten die er allerlei sneue ideeën over feminisme en blanke suprematie op nahouden, laat hij de aandacht welgevallen die hij van het gezelschap krijgt. Maar vooral laat hij zich leiden door de aanlokkelijke financiële hulp die de organisatie verstrekt aan sympathisanten die krap bij kas zitten. Via Hans krijgt hij een baantje als freelance-webmaster van Deftig Rechts, waardoor hij uit de klauwen van de belastingdienst weet te blijven.

De verwikkelingen rond Het Kruispunt en Deftig Rechts vormen het satirische deel van de roman, waarin de lezer de actuele discussies in het publieke debat van vandaag herkent en dat tal van vermakelijke scènes oplevert. Maar tegen de achtergrond van dit maatschappelijk gekrakeel speelt zich de teloorgang van de schrijver af. Zijn huwelijk eindigt in een verbaal slagveld, zijn geldzorgen houden hem van zijn werk en in zijn nieuwe woonplaats, die hij ‘het hellegat’ noemt, voelt hij zich ontheemd en diep ongelukkig. Hij lenigt zij nood met alcohol en sigaretten en houdt zich in leven met pizza’s en ander fastfood. Alleen zijn dochtertje Salina geeft hem nog enige troost.

Jamal Ouariachi maakt ons bladzijden lang deelgenoot van het mistroostige bestaan van de betweterige hoofdpersoon die over alles en iedereen in zijn nieuwe woonplaats een negatief oordeel heeft. ‘De koffie is lauw geworden. In de gootsteen ermee, ik vul een nieuwe filter met koffie. Mijn leven is zo’n repetitieve kutroman van Knausgård geworden.’ Hij verlangt terug naar het bestaan als schrijver in de Amsterdamse grachtengordel met op iedere hoek een kroeg en met geestverwante vrienden waarmee hij over literatuur en andere verheven zaken kon praten. Zelfs de zon lijkt in deze stad vaker te schijnen.

‘O, Amsterdam, ik mis je zo vreselijk terwijl ik je haat. Wat vervloekte ik vroeger al die toeristen en hoezeer houd ik nu van ze, want hun aanwezigheid is het bewijs dat mijn liefde voor deze stad geen onzin is, iederéén wil hier zijn, hierheen komen, hier blijven, hier nooit meer weggaan. Waarom ben ík weggegaan? In godsnaam, waaróm?’

Zijn liefde voor Amsterdam, waar de woke-beweging toch invloedrijker is dan in het ‘hellegat’ Zaandam, doet bijna provinciaals aan.

Herfstdraad is niet in alle opzichten een geslaagde roman. Het satirische gedeelte is soms wat vlak, te voor de hand liggend. De persoonlijke crisis is met verve geschreven, maar toont weinig originaliteit: een veertigjarige schrijver in crisis, die worstelt met ouder worden, het burgerlijke leven en op zoek is naar de ware kunst. Toch heb ik Herfstdraad voor het grootste deel met veel plezier gelezen omdat Jamal Ouariachi een uiterst vaardig schrijver is die zijn verhaal met literaire schwung weet op te dienen. De mooiste passages gaan over de ziekte en het overlijden van een oude familievriend van Jelmer, hier fonkelt de toon van een groot stilist. Met  wat meer zelfcontrole, een duidelijker focus en een wat minder zoetsappig einde had het boek enorm aan kracht kunnen winnen.

Aart Aarsbergen

Jamal Ouariachi – Herfstdraad. Ouerido, Amsterdam. 448 blz. € 23,99.

0