Het raadsel van zussen

Het is lastig om Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje te typeren en misschien is dat een teken dat we met echte literatuur te maken hebben. De roman lijkt te beginnen als een fictieve biografie over de negentiende-eeuwse Engelse zusjes Drayden, die weer gebaseerd zijn op de Brontë-zussen. Terugkerend element is het nagelaten aantekeningenboekje van Eliza May Drayden dat haar biografen voor vraagtekens blijft stellen.

In het elfde en laatste hoofdstuk zijn we met Ties Auwerda in het Groningen van deze eeuw aanbeland. Dat hoofdstuk heeft nog steeds raakvlakken met het begin, omdat elk hoofdstuk steeds opent met informatie over de Draydens, via interpretaties van biografen en ontdekkingen van literatuurwetenschappers en gedichten van Eliza May. Dat zijn door Daanje vertaalde gedichten van Brönte die ook als aparte bundel zijn uitgegeven, aangevuld met eigen poëzie van Daanje.

Het grootste deel van de hoofdstukken gaat over andere personages, maar zit altijd wel met een haakje vast aan het Drayden-verhaal. Zo is er het verhaal over de tweelingzusjes Penny en Lena die door hun vader worden ingezet bij spirituele seances. Voor de buitenwereld is er maar één zusje, zodat ze op een geloofwaardige manier geestuittredingen kunnen spelen voor een verbaasd en grof geld betalend publiek. Als een van de zusjes daadwerkelijk doodgaat is er een probleem, omdat niet naar buiten mag komen dat hun vader al jaren het publiek besodemietert. Ze wordt op een aparte plek, anoniem begraven. Dat gegeven komt terug in het Drayden-verhaal, waar op een gegeven ogenblik blijkt dat Eliza May niet in het familiegraf ligt, maar dat haar lichaam elders is begraven.

Dit is maar een miniem voorbeeldje van de ingenieuze manier waarop Daanje de verhalen aan elkaar linkt. Uiteindelijk is niet de biografie van de Draydens van belang, maar spelen veel grotere thema’s een rol. Wat is liefde, waaruit bestaat de band tussen familieleden, wat is geloof en wat wetenschap, wat is dood, wat is tijd? Maar bovenal: wat is fictie? Kun je via de fictie nader komen tot de werkelijk geleefde levens van schrijvers? Een biografe van Drayden die het raadselachtige aantekeningenboekje in handen heeft, lukt het in ieder geval niet. ‘En dat niet-begrijpen – het wonder van het leven, het mysterie van de dood – laat zich alleen vangen in kunst.’

Na meer dan zeshonderd bladzijden ben je volledig kwijt wat waar is en wat verzinsel. Dat lijkt ook net de bedoeling te zijn van dit megawerk van Daanje. Een kandidaat voor alle shortlisten.

Coen Peppelenbos

Anjet Daanje – Het lied van ooievaar en dromedaris. Passage, Groningen. 656 blz. 34,-.

Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 3 juni 2022.

4