Het paradijs houdt geen stand

De volgende Sybren Poletprijs, de prijs voor experimenteel literair werk, zou moeten gaan naar A.H.J. Dautzenberg. Bij hem vind je nooit een keurig aangeharkte roman met navolgbare psychologische plotlijnen. Ook de roman Ogentroost past in dit grillige oeuvre.

Het lijkt of de hoofdpersoon Ef, die later in het boek Clara zal heten, zich heeft afgekeerd van de rest van de wereld. Op een hoek van een campingterrein maakt ze haar eigen paradijstuin waarin ze praat met de dieren en planten. Een contrast met de rest van de camping waar de tv-kijkende meute zich ophoudt. De taak die Ef zich gesteld heeft, is om een Tau-lied te maken, een variant op het Zonnelied van de heilige Franciscus, die volgens de overlevering ook met dieren kon praten.

Dautzenberg laat doorschemeren dat de ouders van Ef een rol hebben gespeeld in haar afkeer van de gewone wereld. Daarnaast krijg je af en toe een aanwijzing dat Ef eerder als man door het leven ging. Helaas zijn paradijzen er niet voor de eeuwigheid: dieren eten nu eenmaal elkaar op. Dieren en planten gaan dood.

Nu zou je die gesprekken met bijvoorbeeld een mol, de verleppende ogentroost en wat vliegen al behoorlijk experimenteel kunnen noemen, maar er komt nog meer experiment. Dautzenberg neemt bladzijdenlang opsommingen van getallen op en bladzijden vol met vliegengezoem. Op een gegeven ogenblik worden complete hoofdstukken, met kleine veranderingen herhaald en opeens verandert het geheel in een filmscript van Alex van Warmerdam, die zijn filmversie van wat er gebeurd is, komt toelichten in het radioprogramma De Taalstaat van Frits Spits.

Dautzenberg lijkt wel heel veel thema’s aan de orde te stellen. Van mensen die zich buiten de consumptiemaatschappij situeren, de dood, ouderschap tot schrijvers die transgender zijn. Al doende formuleert zijn literatuuropvatting: ‘De exploitatie ervan staat me tegen, dat zal het zijn. Het verwordt tot amusement, tot talkshowmateriaal. Navelliteratuur. Kunst is er niet om de tijdgeest een opportunistisch opkontje te geven. Eerder het tegenovergestelde.’ Daarnaast verwijst de schrijver naar religieuze elementen en symbolen uit de literatuur (als een raaf ‘Nooit meer!’ krast, dan veert de liefhebber van Edgar Allen Poe op).

Doe er nog wat typisch Dautzenbergiaanse onsmakelijkheden bij (Ef gebruikt bijvoorbeeld de eigen poep als voer voor de vliegen en bakt de korsten van haar wonden met een eitje mee) en je hebt opnieuw een boek dat zich niets aantrekt van een mogelijk lezerspubliek. Maar wel geschikt is voor een oeuvreprijs voor experimentele literatuur.

Coen Peppelenbos

A.H. J. Dautzenberg – Ogentroost. Atlas Contact, Amsterdam. 336 blz. € 22,99.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 28 oktober 2022.

0