‘Hoe je niet kunt stoppen met reconstrueren’

Als je in een dichtbundel begint, is er altijd eerst dat aftasten: wat ben ik aan het lezen, welke aanknopingspunten vind ik in de taal, waaraan ik betekenis kan geven? Je neemt jezelf mee als lezer, je kennis en je geschiedenis. Sterker nog: je zet ze automatisch in om betekenis te kunnen geven. Bij Indolente, de debuutbundel van Dewi de Nijs Bik, houdt dat aftasten de hele bundel aan. Op de achterkant staat niet voor niets: ‘Indolente is een zoektocht naar een taal die ons gedeelde verleden tastbaar maakt, voorbij de grenzen van het persoonlijke en buiten de gangbare paden van de geschiedschrijving’. Wat is ‘ons gedeelde verleden’? Je wordt als lezer meegetrokken in een verleden dat kennelijk gemeenschappelijk is. De bundel is met recht een zoektocht te noemen, een weerbarstige, maar wie niet opgeeft, vindt parels. Echter, niet zomaar parels.

De bundel bevat vier afdelingen, ‘Two suitcases, 60 Dollars and a Three-Month-Old Baby’, ‘Herfst in Amsterdam’, ‘Panty’s voor Daisy’ en ‘Indolente’. De zoektocht begint al meteen in het openingsgedicht ‘Los Angeles Union Station – Motel Duarte Inn’. Het is alsof je in een reis tuimelt van een ik, die samen met Rodney die haar opgepikt heeft in zijn Buick, niet zomaar een toeristische route volgt, maar een met een verleden. Er wordt een jaartal genoemd, 1962. Cuba wordt genoemd. De bomen zijn als broccoliroosjes rechtop gezet. Er kleeft een verleden aan deze route:

hoe anders nog een indruk
van wat er gebeurd is, ooit
voorkomen: 1962
raketinstallaties, roetlagen
nucleaire winterdagen

Het gedicht eindigt met tuinstoelen van wit plastic en een barbecue. De dichter nodigt de lezer uit om de puzzel te leggen: wat gebeurt hier precies? Je leeft, je gaat op reis, maar de plek waar je belandt, ademt geschiedenis, net als jijzelf die een verleden met zich meedraagt, ook dat van vorige generaties. Afhankelijk van je eigen kennis van de geschiedenis of je bereidheid het een en ander op te zoeken, zal de puzzel er voor iedereen anders uitzien.

Het tweede gedicht begint met ‘hoe je niet kunt stoppen met reconstrueren’. Misschien is dat wel de beste typering van de hele bundel. In feite is dat met het leven niet anders: je bent voortdurend aan het interpreteren, aftasten hoe je jezelf verhoudt tot de ander en tot de omgeving waar je bent. Als je in een vertrouwde omgeving bent, is alles vanzelfsprekend, maar degene die van buitenaf binnenkomt, zal voortdurend op zijn hoede zijn: hoe werkt dat hier, moet ik mij aanpassen, gaat de ander zich aan mij aanpassen? Wie heeft de macht?

Heel fraai is in dit opzicht het eerste fragment uit ‘Panty’s voor Daisy’: ‘ze had de tjobèk (cobek) verbannen omdat hij naar knoflook stonk, diepvrieszak eromheen in de bijkeuken op de bodem van de kast waar ook de aardappelen lagen.’ De ‘tjobèk’ is een vijzel waarin de kruiden worden gemalen. Het is een belangrijk instrument in de Indische keuken. Natuurlijk kunnen nieuwere generaties die vijzel afgesloten ergens in een kast wegstoppen, maar ergens zal die vijzel weer opduiken: ‘een stuk steen op een stuk steen, tik tik, was wat ik hoorde wanneer ik de keuken binnenkwam, jouw oma die voor het aanrecht stond: knoflook, djeroek poeroet, trassi, ui, in de komvormige stamp je en in die platte is het meer wrijven’. Zo is dat ook met de geschiedenis die we meedragen. Je kunt proberen haar te verbannen naar het verleden, maar zij zit in ons, al gebeurt dat niet bij iedereen op dezelfde manier.

Zo stuit je op de parels en oesters in de afdeling ‘Indolente’, met het prachtige motto van Fellini: ‘De parel is onze biografie, de oester is onze biograaf’. Hoe begerenswaardig de glanzende parels zijn, zo duister is hun geschiedenis. We krijgen een reconstructie voorgeschoteld van een brief over de verkoop van zwarte parelduikers uit West-Afrika en een duikersdossier waarin het beschavingsniveau, de gebruiksduur en slijtage van diverse parelduikers is bijgehouden:

Conclusie
– Gebruiksduur wordt geschat op ± 2 weken
(parelvangst ± 160 stuks) i.v.m. reeds toegebrachte
verwondingen en verzwakte conditie
– Mogelijke verlenging van gebruiksduur door toediening tabako

Je hoeft niet eens te raden naar hoe de parelduikers aan hun verwondingen kwamen, want bij ‘bijzonderheden’ staat: ‘Klaagt ondanks herhaaldelijke stokslagen ’s nachts over harde grond en vraagt om hamaka’. Over Indiërs werd vaak gezegd dat zij ‘indolent’ (traag, passief) zijn, maar tegenover ‘indolente’ plaatst De Nijs Bik ‘La Insolente’, een brutale parelduikster die haar kopers gevat een spiegel voorhoudt en zegt dat de parel deze wrede mens nooit zal sieren, omdat er niets aan deze mens verfraaid kan worden. De parel kan door hem alleen ontsierd worden. Van deze parelduikers uit de geschiedenis gaat de poëzie over naar de oesterrapers in Yerseke 1870 en daarna naar de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Yerseke.

Hoe moeten wij de geschiedenis reconstrueren en ons tot elkaar verhouden? Dat lijkt een rode draad door de bundel die als een oester toch ook geregeld gesloten blijft. De lezer wordt uitgenodigd te raden naar de parel die zich erin verborgen houdt en de taal open te breken.

Dietske Geerlings

Dewi de Nijs Bik – Indolente. De arbeiderspers, Amsterdam. 80 blz. €20,00.