De onderstaande recensie komt uit 2007

Het kan altijd grotesker

Liz Dunn is niet echt het zonnetje in huis: ‘Ik ben saai, prikkelbaar en heb geen vrienden.’ En ook haar flat is een toonbeeld van gebrek aan leven: kaal en leeg. Haar mailadres luidt eleanorrigby@arctic.ca, naar de vrouw uit het liedje van The Beatles met het refrein ‘All the lonely people / Where do they all come from?’ De Canadees Douglas Coupland schreef er een boeiende maar niet ontroerende roman over.

Er zijn weer talloze typische Couplandelementen te vinden in deze roman. Natuurlijk zijn er de humoristische dialogen en de oneliners die Coupland door al zijn teksten strooit. Maar er is nog iets typisch Coupland. Hij is een van de weinige schrijvers die zulke ongeloofwaardige plotwendingen
durft op te nemen dat je je niet eens meer zorgen hoeft te maken over het realistische gehalte.

Liz heeft aan een schoolreis naar Rome een souvenir overgehouden en dat is een zoon. Van de ‘making of’ weet ze zich niets meer te herinneren. Het zoontje wordt direct na de geboorte afgestaan om een familieschandaal te vermijden. Na twintig jaar krijgt Liz het bericht dat haar zoon Jeremy in het ziekenhuis ligt. Haar leventje is wat opeens wat minder saai geworden.

Veel plezier lijkt Liz niet te krijgen van haar zoon, want hij lijdt aan visioenen en bovendien gaat hij hard achteruit door een agressieve vorm van ms. Toch heeft haar leven opeens betekenis gekregen. Jeremy zorgt ervoor dat de saaie flat verlevendigd wordt. Voor de buitenwereld, familieleden en collega’s, bestaat Liz opeens, zeker nadat ze ontdekt dat ze net als Jeremy een aanleg heeft voor het achterstevoren zingen van liedjes.

Het kan allemaal nog net en je voelt zowaar medeleven met Liz. Maar dat is nog niet genoeg voor Coupland, want het kan altijd grotesker. Nadat Jeremy is overleden zoekt een Weense politie-inspecteur naar haar in verband met een man die zich met rare visioenen aan vrouwen opdringt. Dat is natuurlijk de vader van Jeremy die ze eindelijk na zoveel jaar zal ontmoeten. De eerste keer was ze te dronken; de tweede keer leeft hun zoon niet meer. Apart. En dan vergeten we even dat Liz onderweg een heel vliegveld in rep en roer brengt omdat zij een door haar gevonden stukje meteoriet meesjouwt, dat in werkelijkheid een radioactieve kern uit een oude Sovjetsatelliet blijkt te zijn. Dan wordt de roman een stripverhaal, intrigerend dat wel, maar je medeleven is verdwenen.

Coen Peppelenbos

Douglas Coupland – Eleanor Rigby. Vertaald door Ton Heuvelmans. Anthos, Amsterdam. 260 blz. € 17,95.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 31 augustus 2007.