Recensie: J.A. Schasz M.D. – Mijn reis door het Apenland (hertaling Peter Altena)
Verrassend modern
Enige tijd geleden vroeg ik Peter Altena, bezorger van Reize door het Aapenland van J.A. Schasz M.D. of hij het boek wilde hertalen voor de reeks hertalingen bij de uitgeverij waar ik werk. Het boek staat al jarenlang op de leeslijst van mijn studenten eerstegraads Nederlands en altijd vinden de studenten het een interessant, in ieder geval opmerkelijk boek. De hertaling is er nu. Helaas bij Boom waar ook de originele tekst te koop is, zeg ik met enige jaloezie, want Mijn reis door het Apenland leest als een trein.
De hoofdpersoon is gevlucht uit zijn eigen land nadat een geruchtenstroom op gang is gekomen over zijn persoon en komt terecht in het Apenland. Daar wordt hij binnengehaald als een verloren zoon die teruggekeerd is uit die mensenwereld. Zijn nummer 7854 krijgt een upgrade, in het vervolg mag hij zich Nummer 17 noemen. Al snel komt hij in een bestuurlijk vergadering terecht waarin een strijd wordt gevoerd door apen die achter Nummer 1 staan (de weldenkenden in dit geval) en apen die achter Nummer 5 staan (de apen die de rest van de bevolking ophitsen). Strijdpunt wordt uiteindelijk of de apen hun staarten moet afhakken. De ophitsers krijgen gelijk, waarna een scène volgt waarbij alle apen tegelijk bij elkaar de staart afhakken om er daarna een pikpleistertje op te plakken. Het wordt echter één groot bloedbad.
In zijn nawoord plaatst Altena deze satire in de historische context van het eind van de 18e eeuw waarin de orangisten en de patriotten met elkaar streden. Verwijst Nummer 5 naar stadhouder Willem de Vijfde? Ook het auteurschap komt aan de orde. Lange tijd werd gedacht dat Pieter ’t Hoen de auteur was, maar Altena, schrijver van een boeiende biografie over Gerrit Paape beweert op grond van secundair bewijs dat de laatste wel de auteur moet zijn. J.A. Schasz M.D. was een pseudoniem dat door meer dan één schrijver gekozen kon worden om zich achter te verschuilen. En dat verschuilen was af en toe bittere noodzaak. Paape vertoefde ook enige tijd in ballingschap (net als bijvoorbeeld Betje Wolff en Aagje Deken) nadat de orangisten de macht weer in handen hadden.
Die historische context is voor Neerlandici en geschiedkundigen interessant, maar de hertaling maakt juist duidelijk hoe actueel het boek is. Ik moet een kleine uitzondering maken voor de enorm misogyne ondertoon van het boek, want de vrouwen zijn doorgaans dom, makkelijk te manipuleren en op seks belust (terwijl Paape, schrijft Altena, juist op de bres stond voor vrouwenrechten en ‘de slavernij van vrouwen binnen hun huwelijken’ hekelde). Los daarvan wordt desinformatie, het gekonkel binnen vergaderingen, complottheorieën, de opportunistische inslag van broodschrijvers, goedgelovigheid in het algemeen aan de kaak gesteld. Alles wat een paar eeuwen geleden speelde, heeft een hedendaagse pendant. De overeenkomsten zijn verbluffend.
Een van de meest grappige elementen is de aap die in zijn eentje verantwoordelijk is voor de veel ophef in Apenland:
Nu verbaasde ik me niet langer over de populariteit van propaganda, van afzeik- en ophemel-stukjes. Ieder uur zag je er wel eentje opduiken. Ik wist waar ze vandaan kwamen. Deze aap had het geweldig druk, hij maakte overuren. Soms werkte hij tegelijkertijd aan twee stukken die volstrekt tegengesteld waren.
Mijn reis door het Apenland blijft dankzij deze hertaling leesbaar voor een heel groot publiek en maakt onze achttiende-eeuwse letterkunde veel minder suf dan doorgaans wordt gedacht.
Coen Peppelenbos
J.A. Schasz M.D. – Mijn reis door het Apenland. Hertaald en van een nawoord voorzien door Peter Altena. Boom, Amsterdam. 112 blz. € 18,90.
