Anna wordt postbode

Zoals liefhebbers van Parijs graag alleen aan de grands boulevards en de Seine denken, maar niet aan de banlieu, zo schetst Francesca Giannone in haar romandebuut De brievenbezorgster van Puglia, een geromantiseerd beeld van het oude Italië, tussen juni 1934 en augustus1961. Protagonist Anna, de zelfbewuste noord-Italiaanse, die met haar man naar het diepe zuiden van het land verhuist, komt er de boel een beetje wakker schudden.

Giannones debuut werd meteen na verschijnen twee jaar achter elkaar de bestverkochte roman van Italië, mede als winnaar van de Italiaanse Boekhandelsprijs. De vertaalrechten werden verkocht aan 24 landen. Zo debuteert niet iedereen, maar het door Giannones overgrootmoeder geïnspireerde verhaal speelt dan ook in op alle sentimenten waar bewoners en liefhebbers van dat land gevoelig voor zijn. De charmante kleinschaligheid van het bestaan onder de zon, waar iedereen op zijn of haar eigen manier probeert de schijn van waardigheid en trots hoog te houden en waar niemand harde oordelen velt over degenen die het niet zo nauw nemen met de regeltjes en leugentjes. Italië als één groot dorp vol karakteristieke types, die diep van binnen geen kwaad kennen.

Het is de ware feel-good-benadering in deze zomers aandoende roman, die met een ruime boog om de gewelddadige bruine tijden heen loopt, want daar krijg je maar kippenvel van. Giannone stelt liever scherp op de menselijke schermutselingen, de alledaagsheid en de uiteenlopende manieren waarop mensen zichzelf overeind houden in dit bestaan. Er zijn natuurlijk talloze romans die het zoeken in gedetailleerde kleinschaligheid, maar wat zo’n roman uitzonderlijk moet maken dient dan de vertelstem te zijn. Giannones roman verloopt weliswaar soepel, maar kent geen opmerkelijke aspecten of uitdagingen die het verhaal uittillen boven het puur weergeven van de genoemde gebeurtenissen.

Anna en haar welstandige echtgenoot Carlo verhuizen naar Carlo’s geboortedorp Lizzanello in het trage en traditionele zuiden, om er vast te stellen dat noord en zuid nog veel verder van elkaar verwijderd liggen dan dat in kilometers het geval is. Een hele schok, maar wel haar onvermijdelijke woonplaats, nadat de kinderloze grootgrondbezitter Luigi huizen en landerijen plus een grote som geld had nagelaten aan zijn neven Carlo en Antonio. Carlo komt terug in zijn Heimat, maar Anna, die zelfs graag wat Frans debiteert, voelt dat anders. Ze heet er dan ook onmiddellijk en langdurig ‘de vreemdelinge’:

Kort daarna zag Anna het dorp haar huis binnenvallen, allemaal tegelijk. Het was als een ontmoeting die je op alle mogelijke manieren hebt geprobeerd uit te stellen maar die uiteindelijk onvermijdelijk wordt: tientallen personen, in een ononderbroken stroom van kussen, omhelzingen, handdrukken, klappen op de schouders. De mannen namen hun hoed af en kusten haar hand, de vrouwen raakten met beleefde kussen lichtjes haar wang aan. Om zich aan die contacten te onttrekken, liep ze naar de grammofoon en zette een plaat op waar ze erg van hield: ‘Parlami d’amore Mariù’. Zo bleef ze even onbeweeglijk staan, haar rug naar de salon met zijn rumoerige massa. (…) Ze slaakte een zucht, vatte moed en keerde zich weer naar de menigte.

Carlo gaat boeren in wijn en wordt op zeker moment zelfs burgemeester, maar Anna heeft geen zin in een rol als ‘de vrouw van’. Ze solliciteert als postbode, een affront in de diep conservatieve wereld bij de Adriatische Zee. Het geeft haar echter de gewenste vrijheid én heel veel informatie over de mensen in haar omgeving. Wat haar drijft is een vroeg-feministische instelling, wat later ook blijkt uit haar inzet voor vrouwenkiesrecht en de vestiging van een opvanghuis voor seksegenoten, die het zwaar hebben in macho Italië.

In zekere zin voelt Giannones roman als een droom over vrouwenrechten met terugwerkende kracht: stel je toch eens voor dat het zo gegaan was. Dat haar overgrootmoeder een leven heeft geleid dat een ode krijgt in de vorm van dit boek, wil natuurlijk niet zeggen dat je het al te letterlijk moet nemen. Het is een fictieve voorstelling met een geschiedkundig tintje.

De constructie van deze niets aan de hand-roman is buitengewoon eenvoudig. We gaan stapsgewijs door de jaren, de hoofdstukken geven aan waar we uithangen, die nare fascisten en de Tweede Wereldoorlog slaan we grotelijks over, om uiteindelijk te mogen vaststellen dat Anna niet voor niets geleefd heeft. Proloog én epiloog vermelden haar heengaan. Tussentijds wordt er veel gepraat, gegeten, gedronken, geflirt, getrouwd, gebaard, uiteraard ook vreemdgegaan en gestorven, zoals dat gaat. Niets wordt aan de verbeelding van de lezer overgelaten, alles wordt benoemd. Ondertussen gaan en komen de generaties. Bijzondere literaire benaderingen kom je niet tegen, al leest Anna tussen de bedrijven door wel talrijke grote Russen en Fransen alsof het niks is. Het maakt haar tot een nogal onwaarschijnlijke verschijning in een verder ingedut landschap van jonge en oude mensen, die dommelend hun tijd uitzitten onder de Zuid-Italiaanse zon.

André Keikes

Francesca Giannone – De brievenbezorgster van Puglia. Vertaald door Marieke van Laake. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 416 blz. € 24,99.