‘een dunne draad waaraan je geregen juist op de plek waar die kan breken’

Stilte in poëzie zijn niet alleen de witregels, ook de spaties. Niet alleen de witregels en de spaties, maar ook het wit om de tekst heen. Nog verder gaat de stilte dan al dat wit. Lees Barcode van stilte van Hester Knibbe, dan begrijp je misschien wat ik bedoel. ‘Als zo de tijd van het wachten en nadenken aanbreekt’, schrijft ze bijvoorbeeld. Die tijd breekt aan als je begint te lezen in haar bundel en dan breidt de stilte zich uit over jezelf en ben je voor even gevrijwaard van geluid.

Wat gebeurt er in een hoofd dat dit leest? Je raakt jezelf een beetje kwijt. Wat vanzelfsprekend en ‘eigen’ is, brokkelt af en daar sta je dan, terwijl je je afvraagt wat er nog over is waaraan je enig houvast kunt ontlenen. Maar als het oor niet meer weet wat het hoort en ook het oog verdwaalt, raak je alle grip van je zintuigen kwijt. Je gaat je verbazen over je eigen voeten. Alles lijkt vreemd. In de laatste strofe vind je jezelf weer terug in dat zoeken naar elkaars handen, want als jij de enige bent die de vervreemding voelt, kan de ander je er misschien uittrekken en je de context weer teruggeven die je kwijt was. Als ook de ander de vervreemding voelt, dan ben je in elk geval even samen. Ook dat biedt troost.

Knibbe bouwt ‘in de marge’ een wereld uit een kanttekening. Door de stiltes die zij tussen de regels schudt, kijk je met verbazing toe hoe letters wankele bouwsels vormen waarin je scherven van de wereld herkent. Je kunt geen recht pad volgen, je zwikt, zwenkt en struikelt tot je door de mooiste regels opgevangen wordt, zoals: ‘Dit is de schepping: een dunne draad waaraan je geregen / juist op de plek waar die kan breken.’

In de titel van de bundel huist al een schitterende tegenstelling tussen de oeroude, eenvoudige ‘stilte’ en een staaltje hogere techniek van deze tijd: de barcode. Het is alsof Knibbe de wereld tegen het licht van die oeroude stilte houdt en daarmee een geheim openbaart.

‘In steen’ is een ontroerende reflectie op de hiërogliefen:

Zijn de hiërogliefen de barcode uit de oertijd? Het geheim van Knibbe is hoe zij zo ogenschijnlijk eenvoudig niet alleen het wonder van de tijd ontrafelt, de vergankelijkheid, maar ook de wankele gelaagdheid van onze samenleving. We bouwen voort, kunnen alleen de toekomst in, met geen mogelijkheid meer terug, maar toch zijn we voor altijd in dat verleden geworteld. In de eerste strofen lees je hoe een verhaal weliswaar in rots gebeiteld kan staan, maar daarna in een raadsel kan veranderen. Je gaat als vanzelf nadenken over wie na ons onze ‘barcodes’ gaan ontcijferen en wat zij dan zullen vinden.

Barcode van stilte is precies wat zij belooft: de stilte tussen de tekens, waarin het eeuwenoude geheim van ons wezen en onze wereld zich ontvouwt in een verwonderend: o!

Dietske Geerlings

Hester Knibbe – Barcode van stilte. De Arbeiderspers, Amsterdam. 88 blz. € 19,99.