Arme Émile

Met de literaire nalatenschap van de grote dichter Émile Verhaeren (1855-1916) is het vreemd gesteld. Een deel bevindt zich in de Archives et Musée de la Littérature te Brussel. Dat instituut ontfermt zich over het archief van Franstalige Belgische schrijvers. Het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen (wel een boeken-, maar geen literair museum) bewaart een ander stuk. Het betreft de privécollectie van de Verhaerenvereerder René Vandevoir (1892-1966), bij leven magistraat in Noord-Frankrijk.

Dan is er nog het Émile Verhaerenmuseum in Sint-Amands, een halfuurtje rijden ten zuiden van Antwerpen. Verhaeren werd in dat dorp geboren en ligt er begraven bij de oever van de Schelde. Hij wijdde meer dan één gedicht aan de stroom. Eerst was het kleine museum in Sint-Amands een instelling van de Provincie Antwerpen. Maar sinds enkele jaren zijn de Vlaamse provincies van hun culturele bevoegdheden beroofd. Daarom werd het overgeheveld naar de gemeente Puurs-Sint-Amands.

De vroede vaderen van dat fusiedorp zijn er zich echter van bewust dat naar Sint-Amands meer wielertoeristen dan poëzieliefhebbers afzakken (het is inderdaad prettig fietsen, daar langs de Schelde). Het Émile Verhaerenmuseum dreigde daarom op te gaan in een ‘belevingscentrum’ waar ‘water en woord’ aan de orde zouden zijn.

Alsof dat horrorscenario niet volstond, besliste de Vlaamse minister van cultuur in het raam van een besparingsoperatie vorige week om de (bescheiden) subsidiëring van het museum stop te zetten. Maar wat gebeurt er dan met het personeel? En met de collectie? Tot nu toe stond het antwoord op die vragen nog nergens te lezen. De pers lijkt niet bijster geïnteresseerd, ook al weet men op cultuurredacties heel goed dat het Émile Verhaerenmuseum zich ook verdienstelijk maakt met het inrichten van tentoonstellingen van hedendaagse kunstenaars, lezingen en concerten. Ik maak me behoorlijk zorgen over de toekomst van de bevlogen conservator Rik Hemmeryckx en al het moois en belangrijks dat hij onder zijn hoede heeft.

Toegegeven, weinig mensen kennen Émile Verhaeren nog. De meeste Nederlanders lezen sowieso geen Frans. In Vlaanderen is de kennis van de tweede landstaal de voorbije decennia weggesmolten. Al te gemakkelijk vergeten we dat Verhaeren een internationale grootheid was, die voor de Eerste Wereldoorlog lezingen gaf tot in Moskou en het respect genoot van de grootsten onder zijn collega’s, van Mallarmé tot Rilke. Stefan Zweig spreekt het uitvoerig over hem in zijn onlangs heruitgegeven De wereld van gisteren. En het scheelde geen haar of Verhaeren kreeg de Nobelprijs. Helaas werd die voor zijn neus weggekaapt door een andere Franstalige Vlaming, Maurice Maeterlinck. Gelukkig vond Verhaeren zo’n honderd jaar na zijn dood vertalers als de Vlamingen Stefaan Van den Bremt en Koen Stassijns en de Nederlander Benno Barnard. Zij bogen zich op respectvolle en virtuoze wijze over zijn oeuvre. Helemaal vergeten is hij dus zeker niet.

Het voorrecht van een stukjesschrijver zonder rol in literaire instituties is dat hij hardop mag fantaseren. Stel dat het Museum Émile Verhaeren daadwerkelijk de deuren sluit. Kan men dan niet proberen om de verschillende Verhaerencollecties samen te brengen? En waarom niet in de Archives et Musée de la Littérature of in het Antwerpse Letterenhuis? Oké, dan moet er over de taalgrens heen gediscussieerd worden en verliezen instellingen een deel van hun collectie. Maar het gaat hier niet over macht, aanzien of taalrol. Het gaat over literair erfgoed – van een overtuigd internationalist.

Ik weet best dat zoiets niet gebeuren zal. Na twintig jaar in de sector maak ik mij geen illusies. Volgens de officiële lezing wilde René Vandevoir zijn verzameling Verhaeriana onderbrengen in Antwerpen, in het museum dat het dichtst bij de Schelde stond. Maar in de wandelgangen fluistert men nog altijd iets anders. Het Museum Plantin-Moretus zou gekozen zijn omdat de toenmalige conservator van het Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven, de voorganger van het Letterenhuis, weigerde Franstalig materiaal op te nemen.
Arme Émile. Arm Vlaanderen.

Jan Lampo