Schrijversbiotopen: Frederik van Eeden op vakantie in Mijnsheerenland
Er is niets behalve de eeuwigheid
Op een mooie maandagmorgen in mei 2025 sta ik voor de voorname inrijpoort van ’t Hof van Moerkerken in Mijnsheerenland. De hoge pijlers van de poort zijn bekroond met ronde, bewerkte vazen en aan de voorzijde zie ik wapenschilden afgebeeld. De pijlers zijn aan de bovenzijde verbonden door een houten balk waarop de naam van het landgoed staat. Aan beide kanten van de gemetselde boogbrug staan de breed uitstaande hekpalen en obelisken. Verderop zie ik het landhuis al liggen.
Als ik eenmaal op het bordes sta, trek ik aan de bel. Op de begane grond, aan de zijkant van het huis, gaat een deur open en in de deuropening verschijnt Danielle Stolk, bewoonster van het landhuis. Ik heb een afspraak met haar om te praten over de invulling van mijn boekpresentatie van de hertaling Van de koele meren des doods van Frederik van Eeden. Op het eeuwenoude landgoed bracht Van Eeden (3-4-1860 – 16-6-1932) zijn jaarlijkse zomervakanties door. In de zomer van 1882 is hij er voor de eerste keer met zijn verloofde Martha van Vloten, een nichtje van de toenmalige eigenaar van ’t Hof Mr. Jan van Gennep, de laatste ambachtsheer van Mijnsheerenland.
Aan zijn ouders beschrijft hij ’t Hof als een aards paradijsje. ‘Stel u voor,’ schrijft hij in een brief, ‘een groot, ouderwets huis met een deftige oprijlaan, een eendenvijver met eenden, zwanen en pauwen aan de kant. Maar alles vrij klein – het doet me denken aan een buiten aan de Vecht. De overeenkomst daarmee is nog sterker aan de achterkant van het huis. Daar staan prachtige zware kastanjebomen met klimop en heeft men een prachtig gezicht over de bloementuin op de Maas. De tuin is heerlijk aangelegd en nooit zag ik zoveel rozen bijeen, de gehele omtrek is van rozengeur vervuld. Iedere morgen steken we ons verse rozen op hoeden en jassen en het huis is er steeds vol van.’
De Binnenmaas en ’t Hof van Moerkerken zullen hem mede hebben geïnspireerd tot zijn grootse, psychologische roman Van de koele meren des doods die een diepgaande beschrijving geeft van het mysterie van een vrouwenleven en van de dood. Het landgoed en de omgeving van Mijnsheerenland spelen ook een rol in het boek; het huis is dan omgedoopt tot Merwestee. Daarnaast maakt hij tijdens deze vakantie een ets waarop aan de rechterkant korenmolen ‘De goed hoop’ in Mijnsheerenland te zien is en links op de achtergrond het dorpje Westmaas.

‘En nu is alles weer voorbij,’ schrijft hij op 12 juli 1882 in zijn dagboek. Wat zullen het onvergetelijke vakantieweken zijn geweest in ‘t Hof van Moerkerken ‘Er is niets behalve de eeuwigheid. Misschien mijn beste dagen zijn hiermee weggegaan, misschien komen ze nog eens terug. Dan hoor ik de karekieten en de roerdomp weer eens en zie het riet wuiven aan de oevers van de Maas. Alles schijnt mij nu een vluchtige droom toe, het schijnt mij zo kort sinds ik hier kwam en nu moet ik al weer weg.’
Ook de bekende dichter Albert Verwey (15-5-1865 – 8-3-1937) logeerde regelmatig in Mijnsheerenland. Hij was namelijk getrouwd met Kitty van Vloten, een zus van Frederiks vrouw. In de gedichtenbundel ‘De nieuwe tuin’ (1898) roemt hij in het gedicht ‘Mijn tuin’ het zorgeloze leven op ’t Hof van Moerkerken. Martha en Kitty hadden nog een zusje, Betsy van Vloten, die met de gerenommeerde schilder, aquarellist en etser Willem Arnold Witsen (13-8-1860 – 13-4-1923) getrouwd was.
In juni 1889 schrijft Van Eeden in Mijnsheerenland:
Je kunt je geen denkbeeld maken van die heerlijke rust en eenzaamheid hier. Het is één grote kalmte – water, riet, een wijde vrije hemel en grote bomen, waar op ‘s avonds de reigers terug keren van hun vistochten.
Het dorp bestaat uit enkele huizen, het buiten ligt geheel afgesloten, een paar malen daags komt een stoombootje voorbij en zaterdags speelt een draaiorgel in de oprijlaan, anders geen teken van de wereld.
De mensen in het dorp behoren bij ’t landschap, men ziet ze uit de verte of hoort een enkele maal een stem of karrengeratel op de weg.
Het water is meestal eenzaam, niets als schuifelen van het riet en kabbelen van golfjes en ’t ruisen van de bomen en ’t schreeuwen van een reiger.
Aan de overkant heel stil en wazig ligt een stil dorpje, met kerkje en molen, Westmaas – dat lijkt alsof ’t alleen tot decoratie dient, men ziet er nooit iets gebeuren of veranderen, men hoort er geen geluid van komen, dan alle uren een dromerig dorpsklokje.
Danielle vertelt dat er op het landgoed 13 monumenten te vinden zijn. Een ervan is de kas, waar Van Eeden heeft geschreven, omgeven door groen mos, venushaar en vele gekleurde gloxinia-kelken ‘Het is bitter slecht weer,’ schrijft Van Eeden. ‘Guur en nat. Gister zat ik in het broeikasje te schrijven. Alles zo stil, droppels, tik, tik, en helder groen mos en venushaar en grote gloxinia-kelken om me heen. In die stilte hoor ik ’t geluid zo goed van wat ik schrijf, ook van verzen, die ik lees.’ (brief, aug. 1891)
Op 15 april 1886 trouwt Frederik van Eeden met Martha van Vloten. Tijdens zijn studententijd komt Van Eeden in aanraking met onder anderen Willem Kloos, Frank van der Goes, Lodewijk van Deyssel en Albert Verwey. Zij zijn de voornaamsten in de Beweging van Tachtig. Van Eeden is tevens medeoprichter van De Nieuwe Gids. In 1898 sticht hij de coöperatieve communistische hoeve ‘Walden’ in Bussum. Vanwege financiële problemen is die opgeheven in 1907.
De zomerdagen op ’t Hof omschrijft Van Eeden als volgt:
Mijn dagen verdeel ik meestal zo: ’s morgens 7 uur op, dan wandel ik door de bloementuin naar ’t water, daar ligt een vlot en er is een bank in het water gebouwd, waaraan een kruisnet hangt. ’s Morgens is het daar heerlijk in de zon. Bij elk weer is het daar mooi, vooral als het waait en de golven door het riet zwalpen en klotsen over de balken van het vlot.
Bij ’t vlot staat een koepel, op een hoek van ’t land, helemaal omringd door riet en essenbomen, daar zit ik dan te werken voor ’t ontbijt.
Na ’t ontbijt ga ik meestal vissen, netten uitzetten of doggers leggen en ophalen (doggers zijn snoeren, waaraan grote aal gevangen wordt.
’s Middags weer werken in de koepel, daarna zwemmen, het buiten rond lopen en snoepen in de moestuin, om vijf uur eten, dan wat lezen of praten aan ’t vlot, de gewone reünieplaats, theedrinken onder de kastanjebomen bij ’t huis en na de thee – wat je terecht het heerlijkste van alles noemt – in de boot en op het water in het donker, dan gaan wij in huis, schrijven brieven of ik ga schaken.

Vanwege ruimtegebrek is het niet mogelijk de boekpresentatie van de hertaling op het geliefde landgoed van Frederik van Eeden te laten plaatsvinden. Daarom is de boekpresentatie in de kerk met aansluitend een wandeling in de tuinen van het landgoed.
‘Dit is het verhaal van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des doods, waar verlossing is, en hoe zij die vond.’ Zo begint de roman van Frederik van Eeden uit 1900. Deze zin is de beknopte samenvatting van het hoofdthema. Van Eeden geeft een beschrijving van de psychische ontwikkeling van kind tot volwassen vrouw, waarin de zelfheiliging en het doodsverlangen essentieel is.
Hedwig Marga de Fontayne, een gevoelige, intelligente vrouw, heeft regelmatig last van stemmingswisselingen en is soms in zichzelf gekeerd. Haar moeder overlijdt als ze dertien jaar is, waardoor het gezin het zwaar te verduren krijgt en haar vader aan de drank verslaafd raakt. Tijdens haar huwelijk met Gerard krijgt ze een relatie met Ritsaart, een succesvolle pianist. Samen met hem trekt ze naar Engeland waar ze zwanger raakt. Als haar dochtertje Charlotte na de geboorte overlijdt, raakt Hedwig in een postnatale psychose. Ze wil terug naar Holland, maar ze komt uiteindelijk terecht in de sloppen van Parijs, raakt verslaafd aan morfine en gaat in de prostitutie om aan geld te komen.
Van de roman komt in 1982 een film uit, onder regie van Nouchka van Brakel. Sommige opnames zijn gemaakt in Mijnsheerenland. Dick van Steensel, de koster van de Laurentiuskerk, heeft de film nadien vele malen gezien. Hij weet nog als de dag van gisteren dat de koets met paarden door het dorp raasde richting ’t Hof van Moerkerken waar een rookgordijn was opgetrokken om moderne gebouwen te verbergen.
Albert Kroezemann
Op 1 november 2025 verscheen de hertaling van Van de koele meren des doods, 125 jaar na publicatie. Albert Kroezemann heeft deze tijdloze klassieker hertaald naar hedendaags Nederlands met behoud van het oorspronkelijke karakter van de tekst.



Goedemiddag, met veel plezier gelezen. Dank daarvoor. Is de boekpresentatie alleen voor genodigden? Zo niet: op welke datum zal dat zijn? Vriendelijke groet, Leny Booij