Melk is goed voor elk

Wie zich in Nederland waagt aan een familiegeschiedenis over een groot ondernemersgezin, heeft altijd Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer als referentiekader. In dat succesvolle boek vertellen twaalf broers en zussen hoe zij het leven in een traditioneel katholiek gezin in Noord-Holland ervaren hebben. Jutta Chorus is de kleindochter van een katholieke melk-industrieel met vijftien kinderen. Ook haar boek Dagen van melk. De geschiedenis van ons familiebedrijf is een boeiende en goed geschreven mengeling van persoonlijke familieverhalen, mentaliteitsgeschiedenis en ondernemersgeschiedenis.

Chorus begint haar boek bij haar overgrootvader Adrianus Menken. Zijn tragisch mislukte avontuur als zuivelondernemer in Leiden schrikte zijn zoon Leen niet af. Samen met zijn ondernemende vrouw Anna van der Drift begon Leen een melkwinkel. Op 8 mei 1925, vier dagen na hun trouwdag, openden ze hun modieuze zaak in Oegstgeest. Ze woonden erboven en verpakten de melk in het schuurtje. Vijftig jaar later hadden zij vijftien kinderen, een groot zuivelimperium en woonden in een villa. Menken Melk verwerkte miljoenen liters rauwe melk tot vla en yoghurt. Menken maakte inmiddels ook limonades, want de vraag naar melk was na de booming jaren vijftig steeds kleiner geworden. Parallel aan het particuliere verhaal over het gezin en de onderneming Menken vertelt Chorus helder het historische verhaal van de melkproductie in Nederland. De overheid had decennialang een flinke vinger in de melkpap. Een hele generatie kinderen moest dagelijks schoolmelk drinken en iedereen kende ‘Joris Driepinter’ die moeders stimuleerde om hun kinderen melk voor te zetten, want ‘Melk is goed voor elk’. De kunstmatig hoge melkprijs heeft veel boeren indertijd rijk gemaakt, tot de ‘melkplas’ en de ‘boterberg’ een (Europees) probleem werden. De boeren die zich verenigd hadden in zuivelcoöperaties kregen steeds meer macht. Uiteindelijk was Menken de allerlaatste particuliere melkproducent. In 1997 trok de familie zich uit het bedrijf terug en nam Campina Melkunie de boedel over:

De eeuw van melk was voorbij. In de schijf van vijf stond alleen nog een klein pakje magere melk afgebeeld – zo gezond vond het Voedingscentrum zuivel niet meer.

Jutta Chorus is journalist en een ervaren biografe. In haar vorige boek Alma’s dochters – Vijf levens in de schaduw liet ze zien waardoor vrouwen soms zomaar verdwijnen uit de geschiedenis: ze raken bij een huwelijk hun familienaam kwijt. In Dagen van melk richt ze ook vaak de schijnwerper op de Menken-vrouwen. Ze gaat uitvoerig in op de bijdrage van Anna van der Drift aan de onderneming. Uit zijn memoires blijkt dat Leen bewust had gekozen voor een vrouw ‘die van aanpakken wist’ en die een succesvolle vader had. Die keus pakte goed uit. Anna bleek niet alleen heel vruchtbaar, maar was ook de ideale ondernemersvrouw met een groot inzicht in cijfers. Ze had oog voor decorum: ‘Nooit een schort aantrekken als dat niet nodig is.’ Feministisch was ze echter absoluut niet. Ze vond dat haar vier dochters, net als zij, thuis moesten blijven helpen tot ze gingen trouwen. Leen vond het vanzelfsprekend dat zijn zonen allemaal meewerkten in het bedrijf. Van melk halen bij de boeren tot yoghurt maken en schoonmaken. Eindeloos veel schoonmaken, want wie zuivel maakt, moet aan strenge hygiëne-eisen voldoen. Met sprekende details over de zuivelbereiding, kleding en kinderverzorging laat Chorus zien hoe hard het gezin gewerkt heeft. Leen en Anna kregen klachten van het hoofd van de lagere school dat hun kinderen in de klas in slaap vielen.

Dagen van melk doet soms denken aan de hitserie Succession. Wie had het voor het zeggen in het sterk groeiende familiebedrijf? Hoe zorgde Leen Menken ervoor dat hij kon blijven investeren én dat al zijn vijftien kinderen een goede toekomst tegemoet konden gaan? Eigenlijk kun je zoiets nooit goed doen en het ging dan ook niet soepel. Alleen de oudste vijf zonen, het ‘gouden team’, kregen de lucratieve aandelen in een naamloze vennootschap. De jongere zonen werden allemaal ondernemer in een andere bedrijfstak. En de vier dochters Menken? Vooral de oudste twee dochters hebben heel hard meegewerkt in het bedrijf, zowel in de winkels als in het huishouden. Zij kregen geen vervolgopleiding, nooit salaris en werden al helemaal geen vennoot. In het laatste hoofdstuk, Het meisjesaandeel, blijkt dat veel kinderen weliswaar vonden dat hun ouders dat niet goed hebben gedaan, maar dat heeft de goede en hechte familieband niet in de weg gestaan. Jutta Chorus concludeert:

Er zijn eigenschappen die ik in de hele familie terugzie: de schouders eronder, problemen formuleren en die gelijk oplossen, een scherp onderscheid maken tussen zaken en emoties, zakelijke conflicten niet uit de weg gaan, persoonlijke conflicten juist wel.

Petra Teunissen

Jutta Chorus – Dagen van melk. De geschiedenis van ons familiebedrijf. Pluim, Amsterdam. 288 blz. € 24,99.