Leugenachtige brieven

Met de reeks ‘Privé-domein’ van De Arbeiderspers kan het verschillende kanten uitgaan. Er zijn uitgaven die zo elegant en boeiend zijn geschreven dat iedereen met een beetje culturele en literaire belangstelling ze zou kunnen lezen – ook al is de auteur ervan maar amper bekend. Maar er zijn ook boeken die eerder van literair-historisch belang zijn en die zelfs door de liefhebber van de auteur veeleer als taai worden ervaren. Ik houd nog veel verborgen van de grote Spaanse dichter en toneelauteur Federico García Lorca (1898–1936) valt onder de laatste categorie.

De uitgeverij promoot het boek met de woorden ‘een kleurrijk beeld van de Spaanse sterauteur die tot op heden gretig wordt gelezen’. Op de achterflap wordt een ‘autobiografie-in-brieven’ beloofd. Lorca zou met ‘lyrische zwier’ schrijven. Er gaapt echter een diepe kloof tussen promopraat en realiteit. De brieven die Federico García Lorca (1898–1936) naar vrienden en  familieleden stuurt, zijn meestal eentonig, weinig interessant en dikwijls van praktische aard. Het rijkeluiskindje Lorca blijft steeds maar weer om geld smeken bij zijn vader. Hij schrijft over het schrijven, het publiceren en de receptie van zijn literaire arbeid. Dat doet hij meestal beknopt. De uitgebreide brieven vanuit New York behoren tot de aangenaamste om te lezen. Soms is Lorca optimistisch en zelfverzekerd maar op andere momenten twijfelt hij aan zichzelf. Of die passages kunnen worden aangeduid als ‘artistieke worsteling’ zoals op de achterflap staat, is voor interpretatie vatbaar. Nog op de achterflap: de brieven zouden een inkijk geven in de pogingen om homoseksualiteit te beleven in een tijd waarin het taboe erop nog groot was. Ook dit blijkt niet uit de correspondentie. Het is met een vergrootglas zoeken naar wollig geschreven fragmenten over emotionele strubbelingen en de noten moeten goed worden gelezen om te snappen met wie Lorca een affaire had.

Uit het nawoord van Bart Vonck blijkt nu echter dat wat Federico García Lorca niet schrijft, even belangrijk is als wat hij wel schrijft. Het meest frappante is dat Lorca in zijn brieven vanuit New York met geen woord rept over het feit dat hij in de VS zijn homoseksualiteit niet meer verbergt en seksueel voldoende aan zijn trekken komt. Lorca blijkt dikwijls een leugenachtige briefschrijver te zijn die delen van zijn persoonlijkheid verborgen houdt. In brieven aan zijn vrienden is hij openhartiger dan in de brieven aan zijn ouders, maar Lorca laat zelden het achterste van zijn tong zien. In het nawoord wordt dit spel met vloeiende identiteiten verbonden met Lorca’s poëzie waarin hij talrijke metamorfosen ontwikkelde. De titel van het boek, Ik houd nog veel verborgen, gebaseerd op een citaat van Lorca, dekt dan ook de lading.

Vertaler en Lorca-specialist Bart Vonck is de eerste om toe te geven dat er in de brieven geen literaire hoogstandjes staan, op enkele surrealistische passages na. Hij spreekt dus de afdeling marketing van de uitgeverij tegen. Ik houd nog veel verborgen is eerder van literair-historisch belang. Het is voor het eerst dat een ruime selectie brieven van Lorca naar het Nederlands is vertaald en niemand had dat beter kunnen doen dan Bart Vonck, die eerder al Lorca’s Verzamelde gedichten vertaalde. Uit de meer dan driehonderd noten en uit het nawoord blijkt de buitengewone eruditie van Vonck. Tot in detail wordt de lezer via de noten voorzien van dikwijls broodnodige context. Het nawoord is dan weer voor andere aspecten belangrijk. Er wordt ingegaan op wat niet vermeld staat in de brieven. Vonck laat ook zien op welke manier Lorca impliciet en op een verborgen manier toch over homoseksualiteit schrijft. Er wordt verteld waarom brieven en communicatie voor Lorca belangrijk waren. Vonck legt ook verantwoording af voor ingrijpende aanpassingen aan de originele tekst. Ik houd nog veel verborgen is volgens de regels van de kunst vertaald, geannoteerd en van een nawoord voorzien, maar is geen begeesterende literatuur.

Kris Velter

Federico García Lorca – Ik houd nog veel verborgen. Brieven. Vertaald door Bart Vonck. De Arbeiderspers, Amsterdam. 288 blz. € 26,99.