Recensie: Willem Goedhart – De verveling voorbij
Grootverbruiker van ‘leuke dingen’
Wat doe je met je tijd, je leven? Elk denkend mens stelt zich soms die vraag. Het maakt daarbij wel uit van welke generatie je er eentje bent en in welke eeuw je leeft. Willem Goedhart (1990) is een millennial, dus lid van wat wel de Generatie Y wordt genoemd. Hij houdt er, zo blijkt uit zijn bundel De verveling voorbij, dus heel andere ideeën op na dan zij die geboren werden in voorgaande generaties.
Van haast permanent hard werken in de moeizame strijd tegen de altijd dreigende diepe armoede is in onze tijd geen sprake meer. En verveling, zoals in de titel aangehaald, is ook relatief als je de buitengewoon grijze voorgaande decennia beschouwt, met aanvankelijk slechts één televisienet, dat maar af en toe uitzond en twee radiozenders, die de avond om twaalf uur of al eerder statig afsloten met het Wilhelmus.
De verveling van de millennials heeft meer te maken met in hun ogen te lang bezig moeten zijn met hetzelfde. Goedhart geeft dat ook eerlijk toe. Vaak kiest hij voor twee of meer activiteiten tegelijk, omdat hij zich anders ‘verveelt’. Het woord ‘saai’ kreeg waarschijnlijk ook pas zijn volle betekenis toen de Generatie Y ter wereld kwam.
Anders dan titel, ondertitel en de aanduiding ‘essays’ doen vermoeden, zijn de stukken van Goedhart geen beschouwingen over onze tijd, maar draait het om hoe hij persoonlijk de tijd verdrijft en daar plezier aan beleeft. Ja, hij haalt een enkele keer wel eens een filosoof aan, die wat over dit thema heeft gezegd, maar liever strooit hij met titels van fantasyverhalen, sitcoms, videogames, sporttoernooien, popfestivals en films. Allemaal bezigheden om de zich kennelijk altijd weer hinderlijk opdringende lege tijd door te komen. Het liefst omringt hij zich daarbij met mensen die zijn ‘behoeften en levensvisie delen’, wat dan juist weer erg ‘saai’ overkomt.
Bezigheden is ook al zo’n relatieve term. Want hoe bezig ben je als je een door anderen bedachte en gemaakte film bekijkt, spelshow volgt of boek leest? Historicus Johan Huizinga zal in 1938 met zijn beschouwing over de homo ludens, de spelende mens, niet meteen gedacht hebben aan de tijdbesteding, zoals Goedhart die vandaag de dag beleeft. Vermoedelijk wordt de laatste continu besprongen door the fear of missing out, al heeft hij een eufemisme gevonden voor zijn gebrek aan focus:
Mijn belangrijkste inzicht is dat ik in alle facetten van mijn leven erg gebaat ben bij afwisseling. Er zijn mensen die niks liever doen dan een hele vrije dag vullen met dezelfde tv-serie kijken of lange fietstochten maken, maar ik word onrustig als ik te lang hetzelfde doe. Dit werkt door in extremis: een uurtje lezen betekent meestal dat ik meerdere boeken ter hand neem en er dan één hoofdstuk in lees, omdat het verhaal me dan alweer verveelt, of ik nieuwsgierig ben naar het volgende boek.
In het eenentwintigste-eeuwse verhaal van Goedhart (‘Ik ben zelf niet zo’n ‘passieve’ consument, maar beoefen actief en bewust diverse hobby’s …’), klinkt geregeld een bepaalde drang door om zijn gedrag en de daarmee samenhangende keuzes, te rechtvaardigen. Ik leer ervan, ik ben heus wel sociaal bezig, het vertelt me iets over mezelf en de wereld, ik train er m’n geest mee. Dat is ongetwijfeld waar, maar dat geldt welbeschouwd voor alles.
Toegegeven, ik ben van een oudere generatie, toch lees ik Goedharts volle bestaan, die een baan heeft als docent Nederlands, vooral als dat van een grootverbruiker van ‘leuke dingen’, die anderen bedenken en uitvoeren. Of het nou gaat om films, sportwedstrijden, muziek op festivals, tv-series of games. En reken maar dat die anderen, in welke grote of kleine rol dan ook, zich daar geen moment bij vervelen en ook nog eens heel veel plezier maken.
André Keikes
Willem Goedhart – De verveling voorbij. De kunst van plezier maken. Uitgeverij kleine Uil – Groningen. 192 blz. € 22,50.
